{"id":538,"date":"2015-02-03T16:40:56","date_gmt":"2015-02-03T15:40:56","guid":{"rendered":"http:\/\/willydezutter.be\/?p=538"},"modified":"2023-02-23T12:40:01","modified_gmt":"2023-02-23T11:40:01","slug":"auguste-liebaert-1856-1927-op-bezoek-in-de-brugse-vrijmetselaarsloge-la-flandre-in-1881-vrijmetselaarsloges-in-brugge-in-de-19de-eeuw-1803-1881","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/willydezutter.be\/?p=538","title":{"rendered":"Auguste Liebaert (1856 &#8211; 1927) op bezoek in de Brugse vrijmetselaarsloge La Flandre in 1882.  Vrijmetselaarsloges in Brugge in de 19de eeuw (1803-1881)."},"content":{"rendered":"<p><strong>Voorgeschiedenis<\/strong><\/p>\n<p>In de Franse en Hollandse Tijd (Verenigd Koninkrijk) was in Brugge de vrijmetselaarsloge &#8220;La R\u00e9union des Amis du Nord&#8221; actief van 1803 tot 1831 (1). \u00a0De opheffing kwam er definitief in 1832. Op 4 oktober 1830 werd in ons land de onafhankelijkheid uitgeroepen en op 7 februari 1831 de Grondwet goedgekeurd. \u00a0Die loge sleepte zich dus moeizaam voort in het onafhankelijke Belgi\u00eb en dit verklaart waarom Brugge er niet bij was toen op 23 februari 1833 in Brussel het Grootoosten van Belgi\u00eb als obedi\u00ebntie werd opgericht. \u00a0Men had nochtans op 1 februari 1833 een uitnodiging daartoe ontvangen.<\/p>\n<p>Eind 1837, begin 1838 werden er vruchteloos pogingen ondernomen tot <em>heroprichting van de kolommen<\/em> (2). \u00a0Wel verkreeg in 1839 de loge &#8220;La Tol\u00e9rance&#8221; in Brugge een constitutiebrief van het Grootoosten van Belgi\u00eb (Grand Orient de Belgique) maar ook deze werkplaats &#8211; die van start ging in 1840\u00a0&#8211;\u00a0kwam niet echt van de grond.<\/p>\n<p>De nieuwe Brugse loge &#8220;Les Vrais Amis R\u00e9unis&#8221; kreeg haar constitutiebrief op 11 juni 1846. \u00a0De eerste <em>Voorzittend Meester<\/em> Fran\u00e7ois Van Loo (1786-1846) had op 21 maart 1846 nog de aanvraag ingediend, maar overleed op 23 april van dat jaar, nog voordat de loge echt van start kon gaan. \u00a0De secretaris was Jacques Magis, hoofdingenieur bij Bruggen en Wegen. \u00a0F.\u00a0Van Loo, een voormalig penningmeester van &#8220;La R\u00e9union des Amis du Nord&#8221; (waar hij ontslag nam op 1 april 1824) werd als Voorzittend Meester opgevolgd door Charles Lebrun (1804-1871), sedert 1845 gevestigd in Brugge waar hij tot 1868 het ambt van notaris uitoefende. \u00a0Deze loge staakte haar werkzaamheden in 1852, maar de overgebleven leden behielden wel hun status van vrijmetselaar en drie van hen zullen zelfs in 1881 nog opnieuw aantreden. \u00a0Zij werden nog als leden van een volwaardige werkplaats aangemerkt en niet &#8220;in slaap&#8221; zoals de loge &#8220;Le R\u00e9veil&#8221; uit Aalst, werkzaam 1858-1878, die twee afgevaardigden stuurde naar de oprichting van &#8220;La Flandre&#8221; in 1881.<\/p>\n<p>De Brugse vrijmetselaars vonden aanvankelijk een onderkomen bij de loge &#8220;La Libert\u00e9&#8221; in Gent, gesticht in 1866 als een uitzwerming van hun moederloge &#8220;Le Septentrion&#8221;. \u00a0Vanaf 1867 bestond er bij &#8220;La Libert\u00e9&#8221; een Brugse <em>broederkring<\/em> (cercle fraternel) als \u201cune loge aggr\u00e9g\u00e9e\u00a0de Bruges\u201d met als voorzitter Ferdinand D\u2019hauw (+ 1891) die directeur was van de katoenspinnerij Dujardin (3). \u00a0Begin 1870 strandde dit initiatief echter al (4), maar men kon er natuurlijk wel gewoon lid blijven of worden.<\/p>\n<p><strong>Een gewijzigd klimaat<\/strong><\/p>\n<p>In december 1837 vond door de Belgische bisschoppen de publieke veroordeling plaats van de Belgische vrijmetselarij. \u00a0De herderlijke brief werd de eerste zondag van januari 1838 op alle preekstoelen van het land voorgelezen. \u00a0Volgens de bisschoppen waren de vrijmetselaars &#8220;onwaardig de heilige absolutie te ontvangen&#8221;. \u00a0De katholieke &#8220;Gazette van de Provincie West-Vlaenderen&#8221; publiceerde de zendbrief integraal. \u00a0De samenwerking tussen liberale en katholieke unionisten werd er zwaar door bemoeilijkt. \u00a0De bisschoppelijke oorlogsverklaring wijzigde de ori\u00ebntering van de Belgische ma\u00e7onnerie die steeds meer evolueerde in de richting van het antiklerikalisme wat niet a priori anti-godsdienstigheid inhield (5).<\/p>\n<p>Artikel 135 van de statuten van het Grootoosten, waarbij politieke en godsdienstige discussies ( &#8220;twistgesprekken&#8221;) in de loges verboden waren, werd in 1854 geschrapt.<\/p>\n<p>De aanroeping van de <em>Opperbouwmeester van het Heelal<\/em> (A la Gloire du Grand Architecte de l\u2019Univers) en het geloof in de onsterfelijkheid van de ziel werden vanaf 1872 niet meer verplicht gesteld. \u00a0In 1872 werd door het Grootoosten een nieuwe definitie gegeven over het begrip vrijmetselarij waarbij het adogmatische karakter sterk werd benadrukt: \u201cElle se fonde sur la libert\u00e9 et la tol\u00e9rance; elle ne formule ou n\u2019invoque aucun dogme\u201d.<\/p>\n<p>De eerste schoolstrijd (1878-1884), de strijd tussen het rijksonderwijs en het katholiek onderwijs, kreeg zijn beslag. \u00a0Met de gemeenteraadsverkiezingen van 25 oktober 1881 in zicht leek het ogenblik gekomen om de liberale banden in een loge nauwer aan te halen. \u00a0Als liberaal kiesplatform is &#8220;La Flandre&#8221; in 1881 ontstaan in volle kiesstrijd en in volle schoolstrijd. \u00a0Toch heeft de ma\u00e7onnieke mobilisering voor de verkiezingen niet mogen baten: de gemeenteraadsverkiezingen liepen op een nederlaag uit, idem de daarop volgende parlementsverkiezingen van 1884.<\/p>\n<p><strong>La Flandre<\/strong><\/p>\n<p>De eerste onderhandelingen voor de oprichting van &#8220;La Flandre&#8221; werden gestart op 7 december 1880; de aanvraag voor het verkrijgen van een constitutiebrief bij het Grootoosten gebeurde op 27 februari 1881. \u00a0De offici\u00eble installatie in Brugge was op 4 juni 1881. \u00a0De eerste Voorzittend Meester was Alfred Sarton (1845-1909), toen hoofdingenieur bij de Belgische Spoorwegen in Brugge (6), in april 1883 overgeplaatst naar Gent alwaar hij zich aansloot bij de loge &#8220;Le Septentrion&#8221;. In Brugge werd hij opgevolgd als Achtbare Meester door de Brugse advocaat Alphonse Meynne (1839-1915), een stichtend lid maar afkomstig van de loge &#8220;Les Vrais Amis de l\u2019Union et du Progr\u00e8s&#8221; in Brussel. Onder de stichtende leden, in totaal 32, bevindt zich ook Louis Seresia (Brussel 1814 &#8211; Brugge 1904), toen al gepensioneerd als conducteur van Bruggen en Wegen. \u00a0Het is interessant om te vermelden dat hij genoteerd staat als lid van de Brugse loge &#8220;Les Vrais Amis R\u00e9unis&#8221; wat er op wijst dat hij daar ingewijd werd en niet bij &#8220;Le Septentrion&#8221; in Gent zoals zijn derde zoon Raymond Seresia (1851-1903), net als zijn vader eveneens aanwezig als stichtend lid op 4 juni 1881. Net als Alphonse Meynne zal ook hij nog Achtbare Meester worden van &#8220;La Flandre&#8221;. Sinds 1875 was hij advocaat aan de balie van Brugge (7).<\/p>\n<p><strong>Auguste Liebaert op bezoek<\/strong><\/p>\n<p>Op de zitting van \u201cLa Flandre\u201d van 6 januari 1882, dus zeven maanden na de start van de werkplaats, tekenden 24 broeders present op de aanwezigheidslijst (8). \u00a0Daarbij valt de naam op van Auguste Liebaert met achter zijn naam de door hem zelf geschreven mededeling &#8220;St. John\u2019s Lodge no. 3, Quebec, Canada&#8221;. \u00a0In 1994 ontmoette ik in Brugge een vrijmetselaar uit Montr\u00e9al (Canada) die ik vroeg om me te helpen bij de identificatie van die Vlaamse naam. \u00a0Op 22 augustus 1994 kreeg ik inderdaad het antwoord dat het Auguste L.F.M. Liebaert betrof (9). \u00a0Dank zij al die voorletters van de voornamen konden we onze schrik voor homoniemen opbergen. \u00a0Het betreft inderdaad Auguste Louis Fran\u00e7ois Marie Liebaert, geboren te Oostende op 3 oktober 1856 en overleden te Gent op 25 juli 1927.<\/p>\n<p>Auguste Liebaert werd op de leeftijd van 23 jaar (10) ingewijd in de St. John\u2019s Lodge no. 3 in Quebec (Canada) op 11 februari 1880 en bevorderd tot gezel op 10 maart 1880. \u00a0Hij gaf echter ontslag op 18 juni 1880 (11). \u00a0Wellicht keerde hij dat jaar terug naar Belgi\u00eb. \u00a0Auguste\u00a0Liebaert verbleef in Canada als consulair agent van 1876-1880 en woonde in Neufch\u00e2tel, een stadskwartier van Quebec. \u00a0Hij werd dus ingewijd in een Engelstalige loge. \u00a0De St. John\u2019s Lodge ontving immers in 1788 haar charter van de Grand Lodge of England en ontving in 1877 haar rangnummer 3. \u00a0In 2010 telde de Grande Loge du Quebec een honderdtal loges waarvan er slechts 12 uitsluitend in het Frans arbeiden, andere werden tweetalig, maar de meerderheid gebruikt het Engels niettegenstaande 50 % van de leden Franstalig is. \u00a0Hij werd dus ingewijd volgens de &#8220;Rite \u00e9mulation&#8221;, een rituaal dat spiritueler is dan de meer humanistische &#8220;Rite Moderne Fran\u00e7ais&#8221; zoals beoefend bij &#8220;La Flandre&#8221;. Hoewel hij de derde graad (Meester) niet had ontvangen in Quebec was hij als broeder-bezoeker (fr\u00e8re visiteur) welkom in Brugge. \u00a0Er was kennelijk nog geen probleem rond de wederzijdse bezoeken. \u00a0Toch werd hij klaarblijkelijk nooit geaffilieerd bij &#8220;La Flandre&#8221; en aangezien er op dat moment nog geen loge bestond in Oostende kon hij ook daar niet terecht. \u00a0Pas op 30 januari 1910 werd er een \u201cCercle Fraternel\u201d opgericht in Oostende. \u00a0Niettemin vond Auguste\u00a0Liebaert, de toekomstige burgemeester van Oostende, gelijkgestemden in &#8220;La Flandre&#8221; (12). \u00a0E\u00e9n van de prominente stichters van &#8220;La Flandre&#8221; was de schrijver en flamingant Julius Sabbe (Gent 14.2.1846 -Brugge 3.7.1910). \u00a0De Gentenaar Julius Sabbe was in 1869 op 23-jarige leeftijd aangesteld als leraar Nederlands aan het Koninklijk Atheneum van Brugge (13). \u00a0Op 21 januari 1872 werd de Brugse Willemsfondsafdeling opgericht (14). \u00a0Karel Versnaeyen (1836-1910) werd de voorzitter en Julius Sabbe secretaris-penningmeester. Karel Versnaeyen werd als letterkundige al vroeg omschreven als behorend tot het &#8220;jeune l\u00e9gion de libres penseurs&#8221; (15) en was ambtenaar bij het provinciaal bestuur van West-Vlaanderen (16). \u00a0Hij was eveneens lid van &#8220;La Libert\u00e9&#8221; in Gent maar kwam niet over naar &#8220;La Flandre&#8221;. \u00a0Ook Leo Schoofs, de leraar Engels van het Koninklijk Atheneum van Brugge (17), werd bestuurslid van het pas opgerichte Willemsfonds.<\/p>\n<p>Hij was al evenzeer lid van \u201cLa Libert\u00e9\u201d en stichtend lid van &#8220;La Flandre&#8221;. Het mag ook geen verbazing wekken dat Ferdinand D\u2019hauw toetrad tot het voorlopig Willemsfondsbestuur. \u00a0Julius Sabbe verdiende eerst zijn sporen bij het Willemsfonds alvorens ingewijd te worden bij &#8220;La Libert\u00e9&#8221;\u00a0in 1879. \u00a0Hij werd er meester op 10 maart 1881 en zijn meesterdiploma, dat bewaard bleef \u00a0(18), draagt ook de handtekening van Ferdinand D\u2019hauw die wellicht zijn ma\u00e7onnieke peter was. \u00a0De hoedanigheid van de meestergraad was nodig om als &#8220;membre fondateur&#8221; te kunnen optreden dus voor Brugge (4 juni 1881) kwam dat juist op tijd.<\/p>\n<p>In Oostende werd het Willemsfonds officieel opgericht op 26 december 1880. \u00a0Auguste Liebaert wordt er onmiddellijk lid. \u00a0In 1881 ging men direct van start met vier voordrachten. \u00a0De eerste spreker op 9 januari 1881 is Julius Sabbe die handelt over \u201cReinaert de Vos\u201d en de tweede op 6 februari 1881 is Auguste Liebaert uit Oostende met een voordracht over \u201cCanada\u201d (19). \u00a0Ook hier zien we weer de nauwe band tussen Willemsfondspioniers en logepioniers. \u00a0Die sociabiliteit zal zich later verbreden naar liberalen \u00e8n socialisten na het ontstaan van de Belgische Werkliedenpartij in 1885. Verschillende van hun socialistische voormannen werden later vrijmetselaar (20). \u00a0Maar we kunnen met grote stelligheid beweren dat de stichtende leden van &#8220;La Flandre&#8221; allemaal liberalen waren, maar het maakte natuurlijk wel een verschil of men tot de &#8220;Association lib\u00e9rale&#8221; behoorde, zoals de conservatief Alphonse Meynne, of tot de Liberale Vlaamsche Bond, waar Julius Sabbe en Raymond Seresia de spilfiguren waren. \u00a0Conservatieve liberalen, gematigde liberalen en Vlaamsgezinde liberalen konden elkaar in logeverband, &#8220;The center of the union&#8221;, in alle harmonie ontmoeten met elk hun eigen standpunten.<\/p>\n<p>Op 25 juni 1892 huwde Auguste Liebaert, zoon van Charles Liebaert (+ Antwerpen 6.1.1862) in Oostende met Louise Thoma (\u00b0 2.10.1868). \u00a0Zij was de dochter van L\u00e9on Thoma (1843-1914), \u00a0liberaal gemeenteraadslid in Oostende van 1882-1895. \u00a0Auguste Liebaert was op dat moment schepen van zijn stad (21). \u00a0L\u00e9on Thoma was lid van de loge &#8220;La Flandre&#8221; in Brugge (22). \u00a0Wij hebben geen sporen teruggevonden van gezamenlijke logebezoeken van schoonvader en schoonzoon. \u00a0Er bestonden in de loges veel familieverbanden (vgl. vader en zoon Seresia als stichters van \u00e9\u00e9n en dezelfde loge; de vader die 90 jaar oud werd zal de zoon overleven !). \u00a0Dat had natuurlijk met de beperkte mogelijkheden tot rekrutering te maken voor wat op de eerste plaats toch nog altijd een initiatiek genootschap was, maar die daarnaast in de bisschopsstad Brugge \u201cla superstition, l\u2019ignorance et le fanatisme\u201d wilde bestrijden. \u00a0Zo staat dat te lezen in het zittingsverslag van 4 juni 1881. \u00a0Die intentieverklaring was niet onterecht want in Brugge bestond een fanatieke anti-ma\u00e7onnieke onderstroom.<\/p>\n<p><strong>Politieke loopbaan en W.O. I<\/strong><\/p>\n<p>De handelaar en zakenman Auguste Liebaert was gemeenteraadslid in Oostende, schepen en burgemeester, provincieraadslid en lid van de Bestendige Deputatie (23). \u00a0Hij was liberaal burgemeester van 1912 tot 1919 en droeg dus zware verantwoordelijkheid tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). \u00a0Op 14 oktober 1914 riep hij de Oostendse bevolking op om geen weerstand te bieden. \u00a0Een dag later, op 15 oktober, marcheerden de Duitsers de stad binnen vanuit Snaaskerke over de Kalsijdebrug. \u00a0Burgemeester Liebaert onderhandelde met generaal Hans von Beseler (24). \u00a0De Duitsers hadden in Leuven, Aarschot, Tienen en voordien in Luik en in Walloni\u00eb dorpen afgebrand en inwoners vermoord waardoor ze een slechte reputatie genoten. \u00a0Oostende kwam nagenoeg ongeschonden uit de oorlog net omdat de burgemeester opriep om geen verzet te bieden. \u00a0Er werd over hem getuigd dat hij de oorlogsperiode doorkwam &#8220;met veel zelfopoffering en toewijding&#8221;.\u00a0 Dat neemt niet weg dat hij er schoon genoeg van had en zijn ontslag indiende, dat bij koninklijk besluit van 21 juni 1919 werd aanvaard. \u00a0Hij was toen 63 jaar. \u00a0Hij overleed acht jaar later in Gent op 25 juli 1927 waar hij zonder pracht en praal werd begraven in intieme familiekring (26).<\/p>\n<p>In de dood zijn scepters en truwelen gelijk.<\/p>\n<p>Willy Dezutter<\/p>\n<p>Noten<\/p>\n<ol>\n<li>Willy P. Dezutter, De loge &#8220;La R\u00e9union des Amis du Nord (1803-1831) in Brugge&#8221;, in: Brugs Ommeland,2010, 1, pp. 39-51.<\/li>\n<li>A. Van den Abeele, &#8220;La R\u00e9union des Amis du Nord&#8221; \u00e0 Bruges. Une r\u00e9surrection manqu\u00e9e 1837-1838, Brugge 1986 en W.P. Dezutter en E.J. Trips, Van blauwververij tot logegebouw, in: Brugs Ommeland, 1994, 2, vooral pp.78-81.<\/li>\n<li>Die katoenfabriek (Nijverheidsstraat, Assebroek-Brugge) werd tussen 1847-1877 opgericht door de bankier F\u00e9lix Dujardin. Zie: J. D\u2019hondt, De iconografie van de katoenspinnerij Dujardin (1848-1878), in: Brugs Ommeland,1998, pp.262-275. \u00a0Toen in 1874 de bank Dujardin failliet ging had dat een enorme weerslag op de Brugse economie. \u00a0Ferdinand D\u2019hauw kwam niet over naar &#8220;La Flandre&#8221;; hij bleef secretaris van &#8220;La Libert\u00e9&#8221;.<\/li>\n<li>Met dank aan prof. dr. J.Tyssens (VUB) voor deze mededeling. Zie voor een algemeen overzicht: J. Tyssens, R.L. La Libert\u00e9 Or. de Gand 5866-5991 (Gent, 1991), pp. 14-137.<\/li>\n<li>Jules Boyaval (1814-1879), van 1854 tot 1876 de liberale burgemeester van Brugge, was voor scheiding van kerk en staat maar bleef praktiserend katholiek. \u00a0Zie: K.Rotsaert, Apologie van senator Jules Boyaval (1814-1879), in: Biekorf,86 (1986)4, pp. 358-370.<\/li>\n<li>W.P. Dezutter en E.J. Trips, a.w. 1994, p.68. Hij was de vader van de bekende hoogleraar wetenschapsgeschiedenis aan Harvard University Georges Sarton (Gent 1884 &#8211; Boston 1956) en de grootvader van de Amerikaanse schrijfster May Eleanor Sarton (Gent 1912 &#8211; York\/Maine 1995). \u00a0We stonden met haar in correspondentie; haar vader Georges werd nog ingewijd bij &#8220;Le Septentrion&#8221; in Gent. \u00a0&#8220;Le Septentrion&#8221;, gesticht in 1811, bleef na 1830 een orangistische loge en ging pas in 1883 over naar het Grootoosten van Belgi\u00eb (behoort sinds 1959 tot de Grootloge van Belgi\u00eb).<\/li>\n<li>Zie voor A. Meynne en R. Seresia het voortreffelijke werk van Andries Van den Abeele, De balie van Brugge. Geschiedenis van de Orde van Advocaten in het gerechtelijk arrondissement Brugge (1810-1950), Brugge,2009, p.192 en 208. \u00a0Zijn oudste broer Alfred Seresia (1843-1901), advocaat en hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Gent, was lid van &#8220;Le Septentrion&#8221;, later bij &#8220;La Libert\u00e9&#8221;. \u00a0Hij was in tegenstelling tot zijn broer Raymond een anti-flamingant.<\/li>\n<li>Particuliere verzameling, Brugge. \u00a0We beschikken niet over het verslag van de zitting. \u00a0Het betreft de &#8220;Liste de pr\u00e9sence&#8221; van de 6<sup>de<\/sup> dag van de 11<sup>de<\/sup> maand 5881 (profane stijl 6 januari 1882). \u00a0Auguste Liebaert kwam ook nog op bezoek op 13, 20 en 27 januari 1882. \u00a0Daarna vonden we geen vermeldingen meer. \u00a0De maand januari 1882 was kennelijk zijn kennismakingsmaand. \u00a0La Flandre vergaderde toen nog elke zaterdag van de maand. \u00a0De eerste leerling bij &#8220;La Flandre&#8221; werd ingewijd op 1 juli 1881. \u00a0Dat was D\u00e9sir\u00e9-Joseph De Meyer (1833-1926) die een zeer uitgebreide kunstcollectie bezat. \u00a0Deze dokter was voorzitter van de Soci\u00e9t\u00e9 Arch\u00e9ologique de Bruges en medestichter van het Gruuthusemuseum. \u00a0Zijn handtekening staat op de aanwezigheidslijst van 6.1.1882.<\/li>\n<li>Brief van Marcel de la Place , Montr\u00e9al, Canada d.d. 22 augustus 1994.<\/li>\n<li>In de 19<sup>de<\/sup> eeuw werd er op veel jongere leeftijd ingewijd dan tegenwoordig. \u00a0Men was soms nog universiteitsstudent. \u00a0De minimum leeftijd was 21 jaar, 18 jaar voor de zoon van een vrijmetselaar. \u00a0De \u201clowton\u201d, het kind van een vrijmetselaar, betaalde slechts de helft van de lidmaatschapsbijdrage. \u00a0Felix Saeys uit Brugge was nog student geneeskunde toen hij ge\u00efnitieerd werd bij &#8220;La Libert\u00e9&#8221; op 29.3.1866. \u00a0Dokter Felix Saeys werd stichtend lid van &#8220;La Flandre&#8221; in 1881. Toen Maurits Sabbe (1873-1938), zoon van Julius Sabbe, in 1903 ingewijd werd bij &#8220;La Libert\u00e9&#8221; in Gent kreeg hij als \u201clouveteau\u201d een korting op de lidmaatschapsbijdrage.<\/li>\n<li>Brief 22.8.1994 met de gegevens van de Grande Loge du Quebec . In de 19<sup>de<\/sup> eeuw was het niet ongebruikelijk om de drie inwijdingen van leerling, gezel en meester in een korte tijd te ontvangen. \u00a0Nu wordt men doorgaans bevorderd tot gezel \u00e9\u00e9n jaar na de inwijding en na opnieuw \u00e9\u00e9n jaar verheven tot meester, na het opleveren van een meesterbouwstuk. Die criteria voor loonsverhoging kunnen echter verschillen per werkplaats.<\/li>\n<li>De loges in Vlaanderen behielden hun oude Franse benaming om historische redenen ook toen het Nederlands de voertaal werd. &#8220;La Flandre&#8221; heeft nr. 17 op het tableau van het Grootoosten van Belgi\u00eb.<\/li>\n<li>Eduard Trips, Julius Sabbe als leraar, in: E. Schepens en L. Pareyn (red.), Julius Sabbe en de herleving van Brugge, Publicaties Liberaal Archief, Gent, 1996, pp. 145-162.<\/li>\n<li>Bart D\u2019hondt, Julius Sabbe en het Willemsfonds, in E. Schepens en L. Pareyn, a.w. pp. 67-90 en Bart D\u2019hondt, Geschiedenis van het Brugse Willemsfonds (1872-2000) in: Juul Hannes (red.), De charme van de rede. Huldeboek Albert Claes. Uitgegeven door de Julius Sabbe Studiekring Brugge en Liberaal Archief, Gent, 2004, pp. 163-218 vooral pp. 164-165.<\/li>\n<li>Revue trimestrielle, vol. 28, Bruxelles, oktober 1860, p. 365.<\/li>\n<li>Voor het lemma K. Versnaeyen, zie: Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, Tielt,1998, deel 3, p. 3285 maar met geen enkele verwijzing naar het Willemsfonds.<\/li>\n<li>Eduard Trips, Mijlpalen uit de geschiedenis van het Koninklijk Atheneum Brugge. Brugge, 1987, p. 25.<\/li>\n<li>Particuliere verzameling, Brugge. Een standaardmodel, perkament, 39,5 x 33 cm, Lith. Haas \u00e0 Li\u00e8ge. De steendrukkerij en \u201cPapeterie de luxe\u201d van L. Haas was gevestigd Rue de l\u2019Universit\u00e9 12 in Luik. \u00a0Zij drukten in die periode de meesterdiploma\u2019s voor het Grootoosten van Belgi\u00eb. In de ma\u00e7onnieke jaartelling wordt er 4000 jaar bijgeteld (1881 = 5881); daarenboven begint het jaar op 1 maart.<\/li>\n<li>Verslag van het Bestuur der Afdeeling Oostende ( december 1880 &#8211; juli 1881) Zie: <a href=\"http:\/\/www.erfgoedkring-ernestschepens.be\/oostende\/wf-oostende-historiek\">erfgoedkring-ernestschepens.be\/oostende\/wf-oostende-historiek<\/a>. Ten onrechte wordt door de samenstellers van de website A.Liebaert daar vermeld als &#8220;secretaris van de Godshuizen&#8221;; dat was J.B. Liebaert eveneens lid van het WF-Oostende in 1881. \u00a0Voor de algemene rol van het Willemsfonds verwijzen we naar Harry Van Veldhoven en Jeffrey Tyssens, Vlaamsch van taal, van kunst en zin. 150 jaar Willemsfonds (1851-2001), Gent, Liberaal Archief, 2001, 256 pp.<\/li>\n<li>Els Witte, La Franc-ma\u00e7onnerie face au mouvement flamand du XIX si\u00e8cle. In: Herv\u00e9 Hasquin (red.), Visages de la franc-ma\u00e7onnerie belge au XX si\u00e8cle. Editions de l\u2019 Universit\u00e9 de Bruxelles, Brussel, 1983, pp. 245-255.<\/li>\n<li><a href=\"http:\/\/www.oostende.be\">oostende.be<\/a> \/archief\/Oostendse biografie\u00ebn samengesteld door Claudia Vermaut, stadsarchivaris van Oostende.<\/li>\n<li>Idem <a href=\"http:\/\/www.oostende.be\">oostende.be<\/a>\u00a0 Op de foto van L\u00e9on Thoma getrokken op zijn sterfbed ligt hij opgebaard met een rozenkrans tussen de vroom gevouwen handen. Het kunnen dus bij &#8220;La Flandre&#8221; niet allemaal baarlijke duivels geweest zijn ! \u00a0Verschillende foto\u2019s van Auguste Liebaert op <a href=\"http:\/\/www.beeldbank-oostende.be\">www.beeldbank-oostende.be<\/a> samengesteld door Claudia Vermaut.<\/li>\n<li>Luc Schepens, De Provincieraad van West-Vlaanderen 1836-1921. Lannoo, Tielt-Amsterdam, 1976, p. 525.<\/li>\n<li>De Duitse generaal Hans von Beseler (1850-1921), die Antwerpen op 10 okt. 1914 innam, had gehoopt om de Belgische koning gevangen te nemen. \u00a0Die is echter in Oostende, de nieuwe hoofdstad van Belgi\u00eb, waar hij onderhandelt met Franse en Britse generaals. \u00a0Koning Albert I was via Eeklo en Brugge naar Oostende gereisd.<\/li>\n<li><a href=\"http:\/\/www.oostende1418.be\">oostende1418.be<\/a> en Misjoe Verleyen enz. \u00a0Zie: Sophie De Schaepdrijver, De Groote Oorlog. Het Koninkrijk Belgi\u00eb tijdens de Eerste Wereldoorlog. Antwerpen, 2013, p. 77. Er werden in augustus-september 1914 bij de inval van het Duitse leger onder de bevolking 5500 mensen omgebracht. In die beginmaanden waren er ook nog eens 4000 gesneuvelde of gewonde soldaten. De voortzetting van de oorlog in de loopgraven zorgde nog eens voor duizenden gesneuvelde Belgische militairen.\u00a0Ibidem, p.98.<\/li>\n<li>R. Jansoone, Oostende en de zeevisserij tijdens de Eerste Wereldoorlog (18 en slot), in: De Plate. Tijdschrift van de Koninklijke Heem- en Geschiedkundige Kring-Oostende, jg.35, april 2006, 4, p. 128.<\/li>\n<\/ol>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Voorgeschiedenis In de Franse en Hollandse Tijd (Verenigd Koninkrijk) was in Brugge de vrijmetselaarsloge &#8220;La R\u00e9union des Amis du Nord&#8221; actief van 1803 tot 1831 (1). \u00a0De opheffing kwam er definitief in 1832. Op 4 oktober 1830 werd in ons land de onafhankelijkheid uitgeroepen en op 7 februari 1831 de Grondwet goedgekeurd. \u00a0Die loge sleepte [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":3,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[14],"tags":[214,212,18,164,209,218,220,178,210,213,216,211,217,208,219],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/538"}],"collection":[{"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/3"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=538"}],"version-history":[{"count":12,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/538\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1205,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/538\/revisions\/1205"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=538"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=538"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=538"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}