{"id":691,"date":"2017-11-19T22:51:17","date_gmt":"2017-11-19T21:51:17","guid":{"rendered":"http:\/\/willydezutter.be\/?p=691"},"modified":"2017-11-19T22:51:17","modified_gmt":"2017-11-19T21:51:17","slug":"merkwaardige-begrafenisstoeten-in-brugge-tijdens-de-18de-eeuw","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/willydezutter.be\/?p=691","title":{"rendered":"Merkwaardige begrafenisstoeten in Brugge tijdens de 18de eeuw"},"content":{"rendered":"<p>De &#8220;Merckenweerdigste voorvallen&#8221; van de kroniekschrijver Jozef van Walleghem (1757-1801) zijn een onmisbare bron voor de geschiedenis van de 18<sup>de<\/sup> eeuw in Brugge.\u00a0 Het beslaat de periode 1787-1797 en werd door het gemeentebestuur van Brugge in acht delen uitgegeven o.l.v. prof.dr. Y. Van den Berghe (1).\u00a0 J. van Walleghem beschreef misdaden en terechtstellingen, maar had ook veel aandacht voor de optochten van schuttersgilden en grote begrafenisstoeten.\u00a0 We zullen dat illustreren aan de hand van een drietal voorbeelden.<\/p>\n<p>Op 17 januari 1787 overleed Fran\u00e7ois-Xavier Simon de Ville (1737-1787), de schout van Brugge.\u00a0 Twee dagen later vond de begrafenis plaats waarbij de stoet vertrok om vijf uur &#8217;s avonds richting St.-Donaaskathedraal.\u00a0 Op 28 april 1799 zou die kerk, die in de Franse tijd werd geconfisqueerd, openbaar verkocht worden en de volledige afbraak duurde zeker tot eind 1801 (2), hoewel de na-verkoop van bouwmaterialen op de werf zelf nog doorliep tot 1805 (3).\u00a0 Zoals bij Charles Lauwereyns (zie verder) moesten alle stedeballen (stedebollen) aanwezig zijn &#8220;elck met eene flambeeu, versiert met zijne waepens&#8221;.\u00a0 Aangezien hij begraven werd in Sint-Michiels werd hij vergezeld tot aan de Smedenpoort (4).<\/p>\n<p>Verder is daar de begrafenis van Charles Lauwereyns de Roosendaele de Diepenheede (1724-1789), hoofdman van de St.-Jorisgilde, schepen van de stad maar sinds 1765 ook Achtbare Meester van de vrijmetselaarsloge &#8220;La Parfaite Egalit\u00e9&#8221; en in datzelfde jaar eveneens proost van de Edele Confr\u00e9rie van het H. Bloed.\u00a0 De loge \u201cLa Parfaite Egalit\u00e9\u201d was in Brugge een tiental jaar actief van 1765 tot 1774.\u00a0 In de 18<sup>de<\/sup> eeuw was de vrijmetselarij totaal verschillend van de vrijmetselarij uit de tweede helft van de 19<sup>de<\/sup> eeuw die noodgedwongen antiklerikaal was geworden door het verbod van de katholieke kerk in 1837 (5). Charles Lauwereyns stierf op 3 juni en werd begraven op 5 juni 1789.\u00a0 Het lijk werd in de namiddag opgebaard in het &#8220;Oudhof&#8221; van de schuttersgilde en pas om zes uur \u2019s avonds vertrok de stoet naar de Sint-Jacobskerk voor de lijkplechtigheden.\u00a0 De stoet werd geopend door de vaandeldragers van de verschillende verenigingen, geflankeerd door de koorheren van de St.-Jacobsparochie en &#8220;alle de stedeballen deser stadt met brandende flambeeuwen verciert&#8221; die naast het lijk liepen.\u00a0 Daarachter liepen zijn vrienden-edellieden met de wapenschilden en de schutters in gewoon uniform.\u00a0 Na de kerkdienst werd het lijk in een karos vervoerd, door de Steenstraat, tot aan de Smedenpoort &#8220;onder het geduerig singen van de stedeballen&#8221;.\u00a0 Charles Lauwereyns werd begraven op het kerkhof van Oostkamp.\u00a0 Aangezien de brug van Steenbrugge afgebroken was om hersteld te worden reed men via Sint-Michiels (6).\u00a0 De &#8220;Steedse Bollen&#8221; waren kinderen van stedelijke scholen die een brandende flambeeuw droegen en onder het klagend zingen van het &#8220;De profundis&#8221; en het &#8220;Miserere&#8221;, in de begrafenisstoet meeliepen naast de kist, van het sterfhuis tot de kerk en daarna van de kerk tot aan het kerkhof.\u00a0 Dit gebeurde altijd bij testamentaire beschikking. In het Ancien R\u00e9gime zijn de leerlingen van de Bogardenschool daarbij het bekendst.\u00a0 De Bogardenschool (Arme Knechtjens Stede School) was een stedelijke onderwijsinstelling voor kansarme kinderen in Brugge (Katelijnestraat, nu Stedelijke Academie).<\/p>\n<p>Tot slot volgen we de begrafenis van Joannes de Caesemaeker op 27 januari 1790.\u00a0 Hij was sire of koning van de Sint.-Sebastiaansgilde van Sint-Kruis (1752-1790) (7) en van 1749 tot 1755 directeur van het Brugse Munthuis.\u00a0 Dit muntatelier sloot in 1755 en hiermee werd hij de laatste muntmeester van Brugge.\u00a0 We laten Van Walleghem zelf aan het woord: &#8220;Op den 27 januarij wiert het lijk van den heer Kaesemaecker, overleden koning van de gilde van St.-Kruijs, zeer pligtig ter aerde bestelt, \u2019s avons om vijf uren op de volgende order: voorop gingen eenige vaenen, dan volgden 30 stedeballen singende de Miserere , agter dese de leden der zelve gilde met brandende flambeeuwen, tusschen dese ging het truermusik in vollen rouw omhangen, gelijk ook den standaert omhangen met rouwlinten, dan volgde het lijk, liggende op hetzelve het blazoen met den eerevogel waermede den koning geduerende zijn leven hadden omhangen geweest (8) liggende op een verheven kussen. Eenige carossen volgden het lijk \u2019t welk desen avond zeer pligtig op \u2019t kerkhof van St.-Kruijs begraven wiert&#8221; (9).<\/p>\n<p><strong>Commentaar<\/strong><\/p>\n<p>Bij die plechtige begrafenissen vertrok men pas \u2019s avonds om vijf uur, soms zes uur.\u00a0 In de winter betekende dat dat de lijkstoet in het duister zijn weg baande zeker op weg naar het kerkhof na het be\u00ebindigen van de kerkdienst.\u00a0 Die lijkstoet werd niet alleen door flambeeuwdragers (10) van de &#8220;Steedse Bollen&#8221; vergezeld maar soms ook nog eens door anderen zoals gildeleden.\u00a0 Naast de religieuze betekenis en een vorm van eerbetoon kunnen we ook concluderen dat we hier te maken kregen met een echte fakkeloptocht.\u00a0 In de kerk was de flambeeuw het symbool van &#8220;het ware licht&#8221; maar in de stoet fungeerde het ook als lichtbron.\u00a0 Dat late uur schijnt geen uitzondering te zijn voor de plechtige begrafenissen.\u00a0 Wilhelmus Herinckx, 12<sup>de<\/sup> bisschop van Ieper, werd begraven op 20 augustus 1678 &#8220;ten seven uren \u2019s avons&#8221; (Rond den Heerd, X, 1875, p. 300).\u00a0 In de zomer kon men gemakkelijker een uur later beginnen.\u00a0 Dit late uur heeft met status te maken.\u00a0 Bij de laagste begrafenisklasse vond de dienst plaats omstreeks het eerste uur van de dag (\u2026die 29 novembris (Blankenberge, 1779) ultimo classi circa primam diurnam\u2026) (11).\u00a0 Hoe later hoe belangrijker.\u00a0 We zien verder dat er niet 24 stedebollen opgeroepen werden (toen nog het normale aantal) maar dat men soms rekende op 30 deelnemers en in twee gevallen op\u00a0<span style=\"text-decoration: underline;\">alle<\/span> stedebollen.\u00a0 Toen had men nog een overaanbod, later gold dit veel minder.\u00a0 In de late 19<sup>de<\/sup> eeuw was men al blij wanneer men er twaalf bijeenkreeg.\u00a0 Dat hoge aantal gold natuurlijk alleen voor de plechtige en dure begrafenissen.\u00a0 In de dood is iedereen gelijk maar de ongelijkheid komt natuurlijk duidelijk tot uiting in de verschillende begrafenisklassen en de testamentaire voorbereidingen die men treft om dat te veruiterlijken.\u00a0 Dat was al vanaf de Middeleeuwen (12).\u00a0 De gewone man liet geen testament opmaken en werd ook nooit in de kerk zelf begraven maar op het kerkhof rond de kerk zonder zichtbaar grafmonument.\u00a0 Er was dus sociale segregatie en dat werkt door tot op de dag van vandaag.<\/p>\n<p>J. van Walleghem schrijft steeds stedeballen i.p.v. stedebollen. De betekenissen van bol en bal liggen dicht bij elkaar en zijn bijna synoniem.\u00a0 Zo zijn oogbal en oogbol synoniemen van elkaar.\u00a0 Bal en bol betekenen beide &#8220;rond voorwerp&#8221;.\u00a0 Bol is oorspronkelijk een variant van bal.\u00a0 Bal en bol komen al minstens zeven eeuwen naast elkaar voor (13).\u00a0 De naam stedebollen is in Brugge tot 1921 gebleven onder de naam &#8220;Steedse Bollen&#8221; om de kinderen van de &#8220;stedeschool&#8221; aan te duiden als de vaste flambeeuwdragers (14).\u00a0 In dit geval slaat de volkse benaming bolle (= hoofd) op het kort geknipte hoofdhaar van de leerlingen (15).<\/p>\n<p><strong>Vijf begrafenisklassen in\u00a01787<\/strong><\/p>\n<p>De drie hierboven beschreven begrafenissen vonden respectievelijk plaats in 1787, 1789 en 1790.\u00a0 Van 1780 tot 1790 regeerde bij ons de Oostenrijkse keizer Jozef II.\u00a0 In 1784 vaardigde die een edict uit waardoor het verboden werd om nog rond of in de kerken te begraven.\u00a0 De steden werden daardoor verplicht om kerkhoven buiten de stadspoorten aan te leggen (16).\u00a0 De bepalingen van het edict werden niet overal even vlot uitgevoerd en dat gold ook voor Brugge, hoewel het nieuwe &#8220;Algemeen Kerkhof&#8221;, buiten de Katelijnepoort (het &#8220;Raapstuk&#8221;), op 1 november 1784 in gebruik genomen werd.<\/p>\n<p>Op 7 februari 1787 werd door de Raad van de Procureur-Generaal te Brussel het &#8220;Taryf der Regten van Begraevinge&#8221; gedecreteerd dat op 18 januari 1788 in druk verscheen en op 18 juli 1788 ook werd afgekondigd door het stadsbestuur van Brugge (17).\u00a0 Die nieuwe tarieven waren uniform voor de gehele Oostenrijkse Nederlanden en omvatten volgens art. I vijf klassen.<\/p>\n<p>Voor de eerste klasse of hoogste dienst zeventien gulden en tien stuivers, voor de tweede klasse of gewone volle dienst vijftien gulden en twee stuivers, voor de derde klasse of halve dienst twaalf gulden en veertien stuivers, de vierde klasse werd &#8220;minsten Dienst&#8221; of Sola-Misse genoemd en kostte twee gulden en tien stuivers. Tot slot was er de vijfde klasse. Dat was voor diegenen die begraven werden zonder dienst of met een facultatieve gelezen mis. De prijs bedroeg een gulden. Die prijs van \u00e9\u00e9n gulden gold ook voor kinderen jonger dan 14 jaar op voorwaarde dat ze tot de bevoorrechte vier eerste klassen behoorden. Voor kinderen jonger dan 14 jaar van de vijfde klasse was het tarief tien stuivers. De armen waren vrijgesteld van begrafenisrechten. Art. IX bepaalde ook vrijstelling voor de religieuzen van de drie bedelorden: de Paters ongeschoeide Karmelieten, Kapucijnen en Recollecten.<\/p>\n<p>Het decreet bepaalde ook dat de kerken geen begrafenisrechten meer mochten heffen.\u00a0 Deze en andere hervormingen zouden zwaar gecontesteerd worden (18).\u00a0 Er was ook niet veel animo om op het \u201cRaapstuk\u201d begraven te worden en veel hooggeplaatste burgers trachtten dit te ontlopen door zich bijvoorbeeld te laten begraven op het kerkhof van Sint-Kruis.\u00a0 Dat was in 1790 het geval met Joannes de Caesemaecker.\u00a0 De hogere clerus verzette zich hevig tegen tal van maatregelen van Jozef II.\u00a0 Een sterk centraal gezag met een rationele en eenvormige ordening wees men af.<\/p>\n<p>Het kerkhofedict zou uiteindelijk toch in ere hersteld worden door de Fransen met het decreet van 23 Prairial jaar XII (12 juni 1804).\u00a0 Vanaf 21 april 1805 werd het Algemeen Kerkhof voorgoed in gebruik genomen (19). De stad werd toen decretaal eigenaar van het kerkhof zodat de kerkhofadministratie niet meer de bevoegdheid was van de kerkfabrieken.\u00a0 Dit decreet van Prairial jaar 12 voorzag overigens dat men bij testamentaire beschikking nog altijd kon begraven worden op een ander kerkhof mits het betalen van 50 francs (20).\u00a0 De rijken bleven geprivilegieerd.<\/p>\n<p>Willy Dezutter<\/p>\n<p>1 J. van Walleghem, Merckenweerdigste Voorvallen en Daegelijksche Gevallen. Brugge, 1787-1797, 8 dln. Uitgegeven door het Gemeentebestuur van Brugge tussen 1982-1997 o.l.v. Y. Van den Berghe. Deze kroniek wordt bewaard in het Brugse Stadsarchief.<\/p>\n<p>2 A. Viaene, Het einde van een kathedraal. De Sint-Donaaskerk te Brugge verkocht en afgebroken, in: Biekorf, 50 (1949), 9, p. 169-180.<\/p>\n<p>3 A. Van den Abeele, De langzame verdwijning van de Sint-Donaaskathedraal. 1799-1805, in: Biekorf, 84 (1984), 3, p. 317.<\/p>\n<p>4 J. van Walleghem, Merckenweerdigste Voorvallen. Brugge 1787. Brugge, 1982,p. 37.<\/p>\n<p>5 A. Van den Abeele, In Brugge onder de acacia. De vrijmetselaarsloge \u201cLa Parfaite Egalit\u00e9\u201d (1765-1774) en haar leden. Brugge, 1987, pp. 159-201 biografie van Charles Lauwereyns en p. 171 voor de begrafenis. Bespreking door W.P. Dezutter, De vrijmetselarij te Brugge in de 18<sup>de<\/sup> eeuw, in: Biekorf, 88, (1988), 2, pp. 187-200.<\/p>\n<p>6 J. van Walleghem, Merckenweerdigste Voorvallen. Brugge 1789. Brugge, 1982,p. 38.<\/p>\n<p>7 Fons Dewitte, 500 jaar vrye archiers van mynhere sint sebastiaen te Sint-Kruis-Brugge. Brugge, 1975, p. 73-76.<\/p>\n<p>8 Fons Dewitte, op.cit. p. 76 afbeelding van het schilderij van Jan Beerblock (1734-1806) met J. de Caesemaecker als Sire.<\/p>\n<p>9 J. van Walleghem, Merckenweerdigste Voorvallen. Brugge 1790. Brugge, 1985, p. 17 en p.160 noot 72.<\/p>\n<p>10 De benaming flambeeuw is eigenlijk het West-Vlaams voor flambouw. Het komt van mnl. flambeeu (ook nog de schrijfwijze in de 18<sup>de<\/sup> eeuw), in het Frans flambeau, dat toorts of fakkel betekent. Een dikke wassen kaars, een \u201cwaschlicht\u201d, werd in West-Vlaanderen ook een flambeeuw genoemd. <a href=\"http:\/\/www.etymologiebank.nl\/trefwoord\/flambouw\">www.etymologiebank.nl\/trefwoord\/flambouw<\/a><\/p>\n<p>11 Overlijdensregister Blankenberge, register nr. 6 (1779). Antonius Kogghe , oud 19 jaar, verdronken in zee op 29 november 1779. Zie: V.V.F.-Krant, 6 (maart 1974), p. 2.<\/p>\n<p>12 J. Dumolyn en K. Moermans, Distinctie en memorie. Symbolische investeringen in de eeuwigheid door laatmiddeleeuwse hoge ambtenaren in het graafschap Vlaanderen, in: Tijdschrift voor geschiedenis, 116 (2003), pp. 332-349.<\/p>\n<p>13 <a href=\"https:\/\/onzetaal.nl\/taaladvies\/bol-bal\">https:\/\/onzetaal.nl\/taaladvies\/bol-bal<\/a><\/p>\n<p>14 W. Dezutter, De Steedse Bollen in Brugge: flambeeuwdragers in de lijkstoet. Deel I de periode 1672-1883. In: Brugs Ommeland, 2017, 1, p. 3-20. Idem, deel II periode 1884-1921, Brugs Ommeland, 2017, 2, p. 59-74.<\/p>\n<p>15 Naar gegevens van G. Gezelle maar gepubliceerd door Ad. Duclos in Rond den Heerd X, 7 maart 1875, p. 120<\/p>\n<p>16 Voor dit edict van keizer Jozef II zie: A. Vandewalle, De 19<sup>de<\/sup>-eeuwse centrale begraafplaats van Brugge in historisch perspectief. In: Brugs Ommeland, 1986, 4, p.203-204.<\/p>\n<p>17 Taryf van de Begraevenissen binnen de Stad Brugge. Van daten den 18 July 1788. Tot Brugge, By Joseph van Praet en Zoon, Drukker der Stad en Lande van den Vryen. (tweetalig Ned.-Fr, 8 p.) Priv\u00e9-verzameling, Brugge. Er valt op te merken dat de Nederlandse tekst uitvoeriger is dan de Franse. Zie: A. Dewitte, Nederlands te Brugge op het eind van de 18<sup>de<\/sup> eeuw. In: Biekorf, 98 (1997), p. 71-76.<\/p>\n<p>18 Y. Van den Berghe, Specifieke kenmerken van de Brabantse Omwenteling te Brugge 1787-1790. Handelingen van het colloquium over de Brabantse Omwenteling 13-14 okt. 1983. Centrum voor Militaire Geschiedenis, Brussel, 18 (1984), p. 211-218.<\/p>\n<p>19 A. Vandewalle, op.cit. p. 207.<\/p>\n<p>20 Mairie de Bruges. Des droits de l\u2019Inhumation au Cimeti\u00e8re g\u00e9n\u00e9ral de la Ville de Bruges. Uitvoering van het keizerlijk decreet op 30 Vent\u00f4se jaar 13 (21 maart 1805), getekend C. De Croeser, Meyer. Gezien en goedgekeurd 8 Germinal jaar 13 (29 maart 1805), F. Chauvelin, Prefect. Officieel aanplakbiljet met als drukker L\u2019 Imprimerie de la Veuve Van Praet et Fils \u00e0 Bruges. Priv\u00e9-verzameling, Brugge.<\/p>\n<p>Deze bijdrage verscheen in het tijdschrift Biekorf, West-Vlaams Archief voor geschiedenis, archeologie, taal- en volkskunde, 117 (2017), p. 361-367.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De &#8220;Merckenweerdigste voorvallen&#8221; van de kroniekschrijver Jozef van Walleghem (1757-1801) zijn een onmisbare bron voor de geschiedenis van de 18de eeuw in Brugge.\u00a0 Het beslaat de periode 1787-1797 en werd door het gemeentebestuur van Brugge in acht delen uitgegeven o.l.v. prof.dr. Y. Van den Berghe (1).\u00a0 J. van Walleghem beschreef misdaden en terechtstellingen, maar had [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":3,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[14,1],"tags":[358,357,355,356,320,359,334],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/691"}],"collection":[{"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/3"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=691"}],"version-history":[{"count":3,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/691\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":694,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/691\/revisions\/694"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=691"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=691"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=691"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}