{"id":759,"date":"2018-08-13T10:09:04","date_gmt":"2018-08-13T09:09:04","guid":{"rendered":"http:\/\/willydezutter.be\/?p=759"},"modified":"2018-12-10T20:15:31","modified_gmt":"2018-12-10T19:15:31","slug":"brugse-kunstpublicaties-en-hun-bibliografie","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/willydezutter.be\/?p=759","title":{"rendered":"Brugse kunstpublicaties en hun bibliografie"},"content":{"rendered":"<p>Het boek Anne van Oosterwijk (red.), Vergeten Meesters. Pieter Pourbus en de Brugse schilderkunst van 1525 tot 1625 (Groeningemuseum, Brugge, 2017, 347 pp.) is ongetwijfeld een standaardwerk voor de behandelde periode (1). \u00a0Vooral de ontrafeling van die hele schildersfamilie Claeissens is verhelderend.<\/p>\n<p>De Brugse kunsthistoricus J.L. Meulemeester, de onbetwiste specialist inzake christelijke iconografie en liturgie, gaf in zijn bespreking reeds enkele iconografische aanvullingen (Brugs Ommeland, 2018, 1, p. 3-20). \u00a0Aanvullingen die allemaal juist zijn. \u00a0Er is echter een groot manco in de studie van A. van Oosterwijk en medewerkers, namelijk de weergave van een onvolledige bibliografie. \u00a0Wat baat het bijv. om naar Bartsch, Rembry en Brulliot te verwijzen wanneer die niet in de bibliografie staan ? \u00a0Om het notenapparaat te reduceren werd aan elke auteur overgelaten om bij de catalogusnotities zelf de bibliografische verwijzingen op te geven. \u00a0Dat gebeurde volgens de regels van de kunst. \u00a0Het was een goede oplossing om op het einde van het boek dan terug te koppelen naar de bibliografie (p. 338-347). \u00a0Maar dan moet men zijn huiswerk wel goed maken. \u00a0Tientallen bibliografische verwijzingen vanuit de notities (het wetenschappelijk bewijsmateriaal) kregen geen vermelding in de bibliografie. \u00a0Het wegvallen van een gedeelte van het notenapparaat maakt deze publicatie op slag onwetenschappelijk en moeilijk raadpleegbaar voor niet ingewijden.<\/p>\n<p>De bibliografie samenstellen is het laatste en lastige werkje maar vereist zorgvuldigheid omdat het de basis vormt. \u00a0Het is dan ook P. Roberts -Jones en niet Robert-Jones, en Duverger, Onghenae en Van Daelen = Van Daalen. P.K. van Daalen (1924-1986) was de directeur van het Zeeuws Museum in Middelburg (Ned.). \u00a0Die foute opgave werd dan weer geciteerd door J.L. Meulemeester (a.w. p. 6) waarmee we bewijzen dat slecht basiswerk toch het vertrouwen kan genieten. \u00a0In de dankbetuiging achterin het boek worden \u201cde fijne collega\u2019s\u201d van Musea Brugge bedankt. \u00a0Dat is ooit anders geweest. \u00a0In 2002 was er in Brugge de tentoonstelling \u201cDe eeuw van Van Eyck\u201d (2) en de catalogusnotities werden niet ondertekend. \u00a0Manfred Sellink was toen hoofdconservator van de Stedelijke Musea van Brugge (van 2001-2014) en commissaris van de tentoonstelling. \u00a0Het verzuimen om de notities te laten ondertekenen is intellectueel oneerlijk \u00e8n onwetenschappelijk . \u00a0Bij de &#8220;Vergeten Meesters&#8221; staan de initialen van de auteurs vermeld en de namen worden netjes verklaard in de lijst van afkortingen (p.116). \u00a0Dat is de verdienste van de nieuwe directeur Till-Holger Borchert die beseft dat men de vorser in zijn waarde moet laten. \u00a0In het mooie boek &#8220;Colard Mansion&#8221; (3) worden de auteurs onder elke notitie met de volledige naam vermeld: in typografisch rood. \u00a0Het mag terecht wat opvallen. \u00a0In de noten gebruikt men weliswaar afkortingen maar men blijft niet in de mist hangen want de bibliografie die het boek afsluit is compleet.<\/p>\n<p><strong>Het Engels is een wereldtaal<\/strong><\/p>\n<p>In 1999, het Keizer Karel-jaar, verscheen bij het Mercatorfonds een boek van 520 blz. in een Nederlandse, Franse en Engelse versie. \u00a0In 2000 volgde een Duitse en Spaanse vertaling. \u00a0Toen was dat nog heel gewoon. \u00a0Bij de Stedelijke Musea van Brugge (lees: het Stadsbestuur) was het altijd de gewoonte dat er bij een internationale tentoonstelling een catalogus verscheen in het Nederlands en in het Frans. \u00a0Daar kon ook nog een Engelstalige versie bij komen indien dit opportuun werd geacht. \u00a0De Colard Mansion-tentoonstelling vond plaats in het Groeningemuseum maar het boek verscheen exclusief in het Engels. \u00a0Alles verandert en wij veranderen mee. \u00a0Er waren geen betogingen in Brugge en ook elders niet. \u00a0Maar we vinden dat men toch wel een Nederlandstalige spin-off had kunnen voorzien voor een breder publiek.<\/p>\n<p>Roberto Martinez is een Spaanse voetbalcoach die in 2016 door de unitaire voetbalbond, de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) werd aangesteld als bondscoach van Belgi\u00eb. \u00a0We zagen hem voldoende in actie tijdens het WK voetbal in 2018. \u00a0Hij communiceert in de media niet in het Nederlands of in het Frans maar in het Engels. \u00a0De website van de KBVB is in het Nederlands, Frans, Engels en Duits. \u00a0In die volgorde, terwijl het Duits wettelijk de derde bestuurstaal is van Belgi\u00eb. \u00a0De bondscoach G\u00e9rard Linard spreekt enkel Frans. \u00a0This must be Belgium. \u00a0De taalwetten gelden voor de openbare besturen en niet voor priv\u00e9ondernemingen zoals de KBVB. \u00a0We gaan dat dan ook niet verder uitdiepen (4), het gaat hier op de eerste plaats om een boekrecensie. \u00a0En dan nog enkel over de incomplete bibliografie. \u00a0Maar de uitspraak van Jozef Deleu uit 1987 wordt weer eens bewaarheid: &#8220;Wij leven in het Vlaanderen van de twee snelheden: de technologisch-economische, die de grootste aandacht krijgt, en de sociaal-culturele, die zich tevreden moet stellen met de kruimels van de tafel. \u00a0Het mythische Vlaanderen van de flaminganten wordt ingeruild voor het cynische Vlaanderen der commer\u00e7anten&#8221; (5). \u00a0Ook daar speelt het Engels een rol als taal van de digitale ontwikkelingen en globalisering. \u00a0En dat valt niet meer te stoppen.<\/p>\n<p>Het standaardwerk over de geschiedenis van Brugge van A. Duclos, Bruges:Histoire et Souvenirs verscheen in 1910 in het Frans. \u00a0Dan was het vele jaren wachten op het boek in het Nederlands van J.A. Van Houtte, De geschiedenis van Brugge (Tielt,1982). \u00a0En anno 2018 is het gedaan met het Nederlands. \u00a0Onlangs verscheen voor de prijs van 130 euro &#8220;Medieval Bruges, c.850-1550&#8221; van Andrew Brown en Jan Dumolyn (6). \u00a0Het werd uitgegeven door Cambridge University Press dus is het maar normaal dat dit in het Engels verscheen. \u00a0Het is goed voor de wereldwijde positionering van Brugge en dat geldt al evenzeer voor het boek over Colard Mansion. \u00a0Aangezien er nog geen Nederlandstalige spin-off verkrijgbaar is, betreft het ook hier weer een boek voor specialisten en blijft de ge\u00efnteresseerde Bruggeling die belangstelling heeft voor de geschiedenis van zijn stad op zijn honger zitten. \u00a0Maar bibliografisch, het uitgangspunt van onze beschouwingen, valt er enkel lof te rapen. \u00a0In de voetnoten gebruikt iedere auteur een volledige bibliografische verwijzing die nog eens wordt hernomen in de &#8220;Select Bibliography&#8221; achterin in het boek (p. 502-527). \u00a0Ook de index op p. 529-549 vergemakkelijkt het gebruik. \u00a0Had men maar hetzelfde gedaan in de &#8220;Vergeten Meesters&#8221;. Maar elk nadeel heeft zijn voordeel. \u00a0Anders waren we er niet toe gekomen om dit overzicht te maken.<\/p>\n<p>Willy\u00a0Dezutter<\/p>\n<ol>\n<li>Anne van Oosterwijk (red.), Vergeten Meesters. Pieter Pourbus en de Brugse schilderkunst van 1525 tot 1625. Uitgeverij Snoeck, Gent, 2017, 347 p. \u00a0Dit boek vormde de catalogus van de gelijknamige tentoonstelling in het Groeningemuseum van Brugge van 13 oktober 2017\u00a0tot 21 januari 2018. Deze tentoonstelling werd beperkter hernomen onder de titel &#8220;Pieter Pourbus meester-schilder uit Gouda&#8221; van 17\u00a0feburari\u00a0tot\/met 17 juni\u00a02018 in het Museum Gouda. \u00a0Het is tegenwoordig de gewoonte om in een boek, om commerci\u00eble redenen, enkel goed verstopt te verwijzen naar de tentoonstelling. \u00a0Eigenlijk is een kunsttentoonstelling nog enkel het experimenteerterrein voor een boek. \u00a0De kunstwerken zijn de proefkonijnen die op allerlei mogelijke manieren technisch worden doorgelicht (radiografie, infraroodfotografie, e.d.)<\/li>\n<li>Till-Holger Borchert, De eeuw van Van Eyck 1430-1530. De Vlaamse Primitieven en het Zuiden. Ludion, 2002, 280 p.<\/li>\n<li>Evelien Hauwaerts, Evelien de Wilde en Ludo Vandamme (eds.), Colard Mansion. Incunabula, Prints and Manuscripts in Medieval Bruges. (Musea Brugge en Openbare Bibliotheek Brugge, Uitgeverij Snoeck), 2018, 253 p. \u00a0Prijs: 39 euro. \u00a0Het is zijn prijs dubbel en dik waard.<\/li>\n<li>We verwijzen daarvoor naar de website van de Vlaamse overheid. De &#8220;taalwet bestuurszaken&#8221; uit 1966.<\/li>\n<li>Jozef Deleu, De pleinvrees der kanunniken. \u00a0Uitgeverij Kritak, Leuven, 1987.<\/li>\n<li>Andrew Brown en Jan Dumolyn (eds.), Medieval Bruges c.850-1550. Cambridge University Press, 2018, 549 p. \u00a0En dan gaat dit alleen nog maar over de Middeleeuwen. \u00a0Er kan, voordat de 21<sup>ste\u00a0<\/sup>eeuw verstrijkt, nog gewerkt worden aan een boek over Brugge in de 16<sup>de<\/sup>eeuw, de 17<sup>de<\/sup>, 18<sup>de<\/sup>, 19<sup>de<\/sup>en 20<sup>ste.\u00a0<\/sup> Zes afzonderlijke boeken over de geschiedenis van Brugge !<\/li>\n<\/ol>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Het boek Anne van Oosterwijk (red.), Vergeten Meesters. Pieter Pourbus en de Brugse schilderkunst van 1525 tot 1625 (Groeningemuseum, Brugge, 2017, 347 pp.) is ongetwijfeld een standaardwerk voor de behandelde periode (1). \u00a0Vooral de ontrafeling van die hele schildersfamilie Claeissens is verhelderend. De Brugse kunsthistoricus J.L. Meulemeester, de onbetwiste specialist inzake christelijke iconografie en liturgie, [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":3,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[14],"tags":[405,407,401,403,406,408,404,410,402,409],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/759"}],"collection":[{"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/3"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=759"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/759\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":760,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/759\/revisions\/760"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=759"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=759"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=759"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}