{"id":762,"date":"2018-09-05T19:01:46","date_gmt":"2018-09-05T18:01:46","guid":{"rendered":"http:\/\/willydezutter.be\/?p=762"},"modified":"2018-09-06T08:30:40","modified_gmt":"2018-09-06T07:30:40","slug":"de-rolbezetting-bij-kunstschilder-jan-van-eyck-en-rogier-van-der-weyden-15de-eeuw","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/willydezutter.be\/?p=762","title":{"rendered":"De rolbezetting bij kunstschilder Jan van Eyck en Rogier van der Weyden (15de eeuw)"},"content":{"rendered":"<p>De beste emanatie van de standenmaatschappij in de 19<sup>de\u00a0<\/sup>en 20<sup>ste\u00a0<\/sup>eeuw vormde de H. Bloedprocessie in Brugge. \u00a0De figuranten werden zorgvuldig uitgekozen, hun rol kwam overeen met de maatschappelijke status die vader of moeder bekleedden in het dagelijks leven. \u00a0Een volksjongen kwam nooit te paard te zitten maar werd uiterst geschikt bevonden als Romeins soldaat of herder.<\/p>\n<p>Die standenmaatschappij was nog meer uitdrukkelijk aanwezig in de 15<sup>de<\/sup>eeuw. \u00a0Milo Rau, de artistiek directeur NT Gent, zegt (in Knack, nr. 30, 2018)\u00a0&#8220;Voor mijn Lam Gods-bewerking wil ik de werkwijze van de gebroeders Van Eyck volgen. \u00a0Ze namen hun buren als model voor hun portretten van Jezus, Adam en Eva of de kruisvaarders&#8221;. \u00a0Dat stemt niet overeen met de werkelijkheid. \u00a0Jan van Eyck (ca.1390 &#8211; Brugge, 9 juli 1441) en zijn collega\u2019s, zoals Rogier van der Weyden (Doornik 1399\/1400 \u2013 Brussel, 18 juni 1464) werden door de opdrachtgever gedwongen om zeer selectief te zijn. \u00a0Allerlei kandidaten uit de adel en hogere burgerij dienden zich aan als model om een glansrol in het schilderij te kunnen vervullen. \u00a0En wie betaalt, bepaalt. \u00a0Zo kan een hoge functionaris de gedaante aannemen van zijn favoriete heilige. \u00a0Zelfs het Jezuskind op de arm van de Madonna werd uitgekozen in die hogere kringen. \u00a0Vandaar de dikwijls wat oudere fysionomie. \u00a0Er werd trouwens niet gecast op esthetische gronden maar op de belangrijkheid van de persoon of zijn entourage. \u00a0Het draaide niet om compositie maar om ijdelheid. \u00a0Het streven naar adelverheffing stond voorop. \u00a0Voor deze personificaties kwam niemand uit de lagere stand in aanmerking.<\/p>\n<p>Op het Lam Gods is God de Vader, theologisch gekoppeld aan het begrip Drie-eenheid, ook nog eens tegelijkertijd de Christusfiguur. \u00a0Het is een mengfiguur geflankeerd door een zittende Maria en zittende Johannes de Doper. \u00a0Maria en Johannes die men in de traditionele iconografie, voor en na Van Eyck, overal aantreft staand onder het kruis van de Verlosser. \u00a0Men ziet dat ook in de graffresco\u2019s, glasramen en boekverluchting van de 14<sup>de<\/sup>eeuw (1). \u00a0Johannes onder het kruis staat\u00a0 dikwijls met een boek in de linkerhand en grijpt met de rechter naar zijn hoofd. \u00a0Het verstand is onder het kruis in verlegenheid en ontoereikend.<\/p>\n<p>In 2020 zal Gent een jaar lang hulde brengen aan Van Eyck met in het voorjaar een grote tentoonstelling in het Museum voor Schone Kunsten. \u00a0Nogmaals zullen de kunstwerken op reis gaan en versleept worden. \u00a0Bij recente restauratie (2018) van &#8220;De aanbidding van het Lam Gods&#8221; werd bij het blootleggen van een 16<sup>de<\/sup>eeuwse overschildering bij het originele lam vastgesteld dat het kijkt als een mens. \u00a0Het is een bijzonder detail maar we zitten alleszins niet te wachten op het verwijderen van overschilderingen van kledij om dan te weten te komen dat de plooienval enigszins anders uitvalt dan tot nu toe geweten is. \u00a0In de stijlanalyse staan we ver genoeg. \u00a0Iconografisch valt alles nog te heroverwegen omdat kunsthistorici er nog altijd te veel van overtuigd zijn dat alles valt te herleiden tot typologie en schema\u2019s.<\/p>\n<p>Een meesterwerk (ook wanneer het door iemand anders geschilderd werd blijft dat zo !) van Rogier van der Weyden is zijn &#8220;Kruisafneming\u201d&#8221; (Madrid, Museo del Prado).\u00a0 Op dat schilderij wordt het lichaam van Christus vastgehouden door Jozef van Arimathea en door Nicodemus (2). \u00a0Nicodemus was een rijk man (zoals Jozef van Arimathea) en als farizee\u00ebr lid van het Sanhedrin (de Joodse raad). \u00a0De persoon die hier door van der Weyden wordt uitgebeeld draagt een overdadig versierd gewaad in brokaat en is baardloos. \u00a0Jozef van Arimathea wordt doorgaans afgebeeld met een grijze baard. \u00a0Het brokaat, een zijdeweefsel met goud -en zilverdraden, was voorbehouden aan de rijken en machtigen. \u00a0Hier zien we het portret, ten lange lijve, van een profane persoon in de glansrol die hij voor zichzelf weggelegd zag, imposanter dan die van de traditioneel afgebeelde Jozef van Arimathea maar ook de dominante figuur in heel het schilderij. \u00a0Nicodemus vormt slechts het voorwendsel om vals bescheiden op de voorgrond te treden. \u00a0De eigenhandige afneming van het lichaam van de Verlosser weet hij zich zo toe te eigenen (3).<\/p>\n<p>De psychologie van de kunst werd tot op heden te sterk verwaarloosd. Niet de psychologie van de kunstenaar maar die van de figuranten die bepaalden wie er diende afgebeeld te worden. \u00a0De kunstenaar stond in voor de compositie maar dat was niet geheel vrijblijvend. \u00a0De theaterrol van machtige heren en jonkvrouwen die met hun geld geen blijf wisten en dan maar een geheel nieuwe stad bouwden met een eigen kasteel. \u00a0Het draaide om macht, status, ijdelheid en doodsangst, angst voor het oordeel. \u00a0In 1435 beslisten Judocus Vijd (+1439) en Elisabeth Borluut (+ 1443) om een fundatie te stichten om zeker te zijn dat er na hun dood dagelijks een mis zou worden opgedragen in de Vijdkapel. \u00a0Om zich daarvan te verzekeren schonken ze een stuk land aan de Sint-Janskerk van Gent. \u00a0Altijd vroom, maar ook altijd berekend. \u00a0Zij vreesden niet de dood maar wel het oordeel. \u00a0Volgens de kerkelijke leer wordt bij de dood de ziel van het lichaam gescheiden en wordt de ziel terstond geoordeeld, dan wachtte de hemel, de hel of het vagevuur. \u00a0Daarvoor moest men wel zeer te goedertrouw zijn. \u00a0Het gebeurde dikwijls dat dergelijke misverplichtingen bij fundaties verwaarloosd werden. \u00a0In Brugge werd eind 15<sup>de<\/sup>eeuw in de Sint-Donaaskerk een nieuwe lijst opgesteld van missen die moesten opgedragen worden. \u00a0Dit gebeurde naar aanleiding van de klachten van stichters van fundaties omdat de misviering niet werd uitgevoerd (4). \u00a0Nog voor men tot stof was vergaan werd er al contractbreuk gepleegd. \u00a0Maar aangezien de dood een straf was voor de zonde had men niet veel keuze te over.<\/p>\n<p>In materieel opzicht is het dan weer belangrijk om, via restauratie, helderheid te brengen over het zgn. quatrain (kwatrijn) op het Lam Gods. \u00a0Dat is de tekst op de lijst van het retabel dat melding maakt over zowel Hubertus als Johannes van Eyck en het jaartal 1432. \u00a0Die lezing blijft nog altijd onzeker hoewel we zelf tegen beter weten in er ons op blijven baseren. \u00a0Het restauratieprogramma ving aan op 1\u00a0oktober\u00a02012 en zal duren tot 31\u00a0december\u00a02019. \u00a0Misschien vernemen we in 2020 waar Jan van Eyck in Gent zoal heeft gewoond. \u00a0Hij komt in ieder geval in Gent in geen enkel ambtelijk stuk voor. \u00a0Hij was als diplomaat zoveel op reis dat het eerder voor de hand ligt dat hij lang kon blijven logeren bij de opdrachtgevers van &#8220;Het Lam Gods&#8221;, het echtpaar Judocus (Joos) Vijd en Elisabeth Borluut. \u00a0Dit kinderloze echtpaar had genoeg plaats om de schilder te herbergen \u00e9n om het paneel gedurende enkele jaren in de eigen woning op te stellen zonder de aandacht te trekken, want dat was onveilig. \u00a0Zijn broer Hubert van Eyck was in Gent overleden op 18 september 1426 (5). \u00a0Daarna kwam het schilderwerk lange tijd stil te liggen. \u00a0Om slechts \u00e9\u00e9n voorbeeld te geven: Jan van Eyck was voor zijn reis naar het Iberisch schiereiland afwezig van 19 oktober 1428 tot 7 januari 1430. \u00a0Dat is meer dan een jaar. \u00a0Hij kocht op 17 juli 1432 een huis in Brugge en nam daar zijn intrek op 16 augustus van hetzelfde jaar (6). \u00a0Volgens het kwatrijn werd het &#8220;Lam Gods&#8221; voltooid op 6 mei 1432. \u00a0Pas vanaf dan kon het naar de Sint-Janskerk (later Sint-Baafskathedraal genoemd) overgebracht worden. \u00a0Jan van Eyck verbleef dus in die tussentijd in Gent, niet in een eigen huis met atelier, maar zeer waarschijnlijk bij het echtpaar Vijd dat al die jaren ook zelf kon instaan voor de beveiliging van dit belangrijke en omvangrijke (340 x 440 cm) kunstwerk.<\/p>\n<p>Maar veel kan nog op losse schroeven komen te staan wanneer in 2019-2020 de nieuwe publicaties over Het Lam Gods zullen verschijnen. \u00a0In 2014 werd al een nieuwe studie aangekondigd maar in 2018 is die nog altijd &#8220;ter perse&#8221;. Gerenommeerde historici en kunsthistorici zijn voorzichtig en wachten liever het finale restauratierapport af. \u00a0Niet de publicatie van dit rapport (want dat zal lang op zich laten wachten) maar de voorkennis zullen hier de doorslag geven. \u00a0Het aandeel van de familie Vijd zou wel eens kunnen weggevaagd worden door de herinterpretatie van het kwatrijn dus zijn we even nieuwsgierig als ieder ander. \u00a0Er bestaat namelijk geen enkel geschreven document waarin de schildersopdracht beschreven staat (7). \u00a0Er is geen contract Vijd-Van Eyck teruggevonden. \u00a0De rol van Vijd zou wel eens grandioos kunnen overschat zijn. \u00a0Zo\u2019n grote opdracht valt misschien eerder te situeren in de kring van hertog Filips de Goede (1396-1467) en zijn machtige hovelingen zoals de familie De Baenst en dan verlegt de aandacht zich ook naar het kasteel van Sluis en het Prinsenhof in Brugge. De rol van Sluis in de Bourgondische tijd wordt nog steeds onderschat. \u00a0In de 14<sup>de<\/sup>eeuw bezat het twee grote parochiekerken, de Maria- of O.L.Vrouwekerk en de Sint-Janskerk (8). \u00a0Brugge verzette zich tegen de centralisatiepolitiek van Filips de Goede en ten gevolge van die Brugse Opstand in 1437 onttrok Filips het Brugse Vrije (dus ook Sluis in het Oostvrije) aan de bevoegdheid van die stad. \u00a0Het Brugse Vrije werd officieel erkend als het Vierde Lid van Vlaanderen (naast de steden Gent, Brugge en Ieper) en kreeg daardoor beslissingsbevoegdheid over de zaken die het graafschap Vlaanderen aangingen. Die uitbreiding van meer autonomie voor Sluis werd zelfs vastgelegd in een charter uit 4 maart 1438 (9). \u00a0Dit charter van Arras werd in 1477 door Maria van Bourgondi\u00eb ongedaan gemaakt. \u00a0Zij verleende Brugge opnieuw privileges en het Vrije bleef onderhorig aan Brugge, een toestand die zo zou blijven tot in 1795.<\/p>\n<p>Een contract werd tot op heden enkel teruggevonden in het geval van de opdracht voor het &#8220;Altaarstuk van het Heilig Sacrament&#8221; door Dirk Bouts (ca.1410 &#8211; Leuven, 6 mei 1475) in de Sint-Pieterskerk van Leuven. \u00a0Vooral het middenpaneel met het &#8220;Laatste Avondmaal&#8221; staat iedereen voor de geest. \u00a0\u00a0Het kan dus altijd nog alle kanten uit met de nieuwe onderzoeksgegevens over Van Eyck en het is ook wachten op een nieuwe invalshoek over de werkelijke identiteit van al die personages in zijn gehele oeuvre. \u00a0De essentie gaat niet over het theologisch programma en de plooienval maar over de portretten van levensechte personen die schuilgaan in de rolverdeling. \u00a0Dan komen we niet alleen terecht bij Van Eyck maar ook bij Hugo van der Goes (+ 1482) en anderen onder wie verschillende meesters met noodnamen. \u00a0Het onderzoek naar stijlontwikkeling is niet langer heilzaam: we willen gewoon weten wie er echt op die schilderijen staat ! \u00a0De stijlanalyse zal altijd bemoeilijkt worden door het te geringe aantal werken dat bewaard bleef. \u00a0Honderden schilderijen gingen immers verloren.<\/p>\n<p><a href=\"http:\/\/willydezutter.be\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Retable_de_lAgneau_mystique-A.jpg\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"wp-image-771 aligncenter\" src=\"http:\/\/willydezutter.be\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Retable_de_lAgneau_mystique-A-300x222.jpg\" alt=\"\" width=\"572\" height=\"423\" srcset=\"https:\/\/willydezutter.be\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Retable_de_lAgneau_mystique-A-300x222.jpg 300w, https:\/\/willydezutter.be\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Retable_de_lAgneau_mystique-A-768x567.jpg 768w, https:\/\/willydezutter.be\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Retable_de_lAgneau_mystique-A-1024x756.jpg 1024w, https:\/\/willydezutter.be\/wp-content\/uploads\/2018\/09\/Retable_de_lAgneau_mystique-A-624x461.jpg 624w\" sizes=\"(max-width: 572px) 100vw, 572px\" \/><\/a><\/p>\n<p><strong>Een andere benadering<\/strong><\/p>\n<p>We gaan hier geen propaganda maken voor beangstigende hulpmiddelen. \u00a0Aan het begrip\u00a0&#8220;ras&#8221; een doorslaggevende betekenis toekennen bij het vaststellen of veronderstellen van karaktereigenschappen, fysieke capaciteiten en geestelijke vermogens is hier niet aan de orde. \u00a0Maar we herinneren hier wel graag aan de publicaties van prof. dr. Paul Van Uytvanck (1906-1983) die het begrip esthetische antropometrie introduceerde. \u00a0Hij was van 1954-1976 directeur-diensthoofd van het &#8220;Laboratorium voor biometrie en bijzondere fysiologie van de lichamelijke opvoeding&#8221; aan de Rijksuniversiteit Gent. \u00a0Sinds 1948 doceerde hij al &#8220;Menselijke Biometrie&#8221; en vanaf 1950 (10) verschenen van hem, buiten zijn strikte vakgebied, zeer verdienstelijke bijdragen over de canons en constitutietypen in de beeldende kunst. \u00a0Hij schonk daarbij ook aandacht aan de Adam en Eva van het Lam Gods in Gent.<\/p>\n<p>Nu de digitale toepassingen zoveel verder staan zou de morfologie en antropometrie, toegepast op schilderijen uit de 15<sup>de<\/sup>eeuw, wel eens kunnen leiden tot verrassende resultaten. \u00a0Historische primaire en secondaire bronnen blijven natuurlijk de voorkeur genieten op de intu\u00eftie van de kunsthistoricus, die de ontmoeting met het kunstwerk ziet als een &#8220;Verstehen&#8221;. Onder het mom van vroomheid werd vooral aan het imago gewerkt en onder een verborgen gedaante, maar herkenbaar voor de tijdgenoten, werd er via die schilderijen gecommuniceerd. \u00a0Kunsthistorici moeten die boodschap proberen te decoderen (11). \u00a0Zoals men begraven wilde worden in het hoogkoor om dicht bij de goddelijke macht te vertoeven, zo deed men bij leven al zijn uiterste best om hetzelfde na te streven door zo dicht mogelijk afgebeeld te worden bij Christus de Verlosser en zijn Moeder Maagd. \u00a0Of dit nu bij de Kerststal was of bij een Kruisafneming maakte niet uit. \u00a0Desnoods ging men &#8220;undercover&#8221; als \u00e9\u00e9n van de Drie Koningen. \u00a0We moeten eerst en vooral goed bij ons laten doordringen dat het theologisch programma van die schilderijen in functie stond van de opdrachtgever die zich niet alleen graag liet afbeelden op de zijluiken maar ook op het middenpaneel zijn rol wilde spelen indien daartoe maar enigszins de mogelijkheid bestond. \u00a0Wie staat er op die schilderijen en hoe verhouden zij zich tot elkaar ? \u00a0De centrale vraag draait rond identificatie.<\/p>\n<p>De bekende kunsthistoricus Erwin Panofsky (1892-1968) voerde het begrip &#8220;disguised symbolism&#8221; in om te verwijzen naar verborgen symboliek in de schijnbaar alledaagse werkelijkheid van de Vlaamse Primitieven. \u00a0Daarbij dient men natuurlijk voorzichtig te blijven om niet in te vergezochte interpretatie terecht te komen. \u00a0Ditzelfde gevaar bestaat wanneer men standaardpersonages die duidelijk afgeleid zijn van geijkte modellen ook wil interpreteren als &#8220;dynamisch dubbelportret&#8221;. \u00a0Een clich\u00e9matige heilige zal altijd afgebeeld worden met gangbare attributen en komt dus niet in aanmerking. \u00a0Men moet dus vooral letten op inventiviteit eerder dan op ontleningen. \u00a0Een portret is een afbeelding van een gezicht. \u00a0De fysionomie is dus zeer belangrijk, niet om de persoonlijkheid af te lezen (dat is pseudowetenschap), maar om na te gaan of het beantwoordt aan de criteria van een echt portret of dat het eerder een sjabloon is. \u00a0In de kunstwetenschap moet men meer &#8220;\u201cout of the box&#8221; durven te denken en loskomen uit het dogmatisme van het groepsdenken. \u00a0Er wordt te weinig aan brainstorming gedaan. \u00a0Het is nochtans mogelijk. \u00a0Zo kon de Brugse kunsthistoricus Marc Goetinck op overtuigende wijze twee portretten van de 15<sup>de<\/sup>eeuwse drukker en zakenman William Caxton, die ook in Brugge actief was, identificeren (12). \u00a0Er zou meer plaats moeten zijn voor dergelijke onconventionele nieuwe en creatieve gedachten.<\/p>\n<p>Willy Dezutter<\/p>\n<p>1 W.P. Dezutter, Grafschilderingen. Iconografie en religieuze spiritualiteit. \u00a0In: H. De Witte (e.a.), Maria van Bourgondi\u00eb. Brugge. Een archeologisch-historisch onderzoek in de Onze-Lieve-Vrouwekerk, Brugge, 1982, p. 180-204, vooral p. 192-193.<\/p>\n<p>2 Wij volgen voor de namen van de personages Dirk De Vos, Rogier van der Weyden, het volledige oeuvre. \u00a0Mercatorfonds, 1999, p. 21. \u00a0Bij Lorne Campbell worden Jozef van Arimathea en Nicodemus omgewisseld. \u00a0Zie: Lorne Campbell en Jan Van der Stock, Rogier van der Weyden 1400-1464. \u00a0De passie van de meester. Davidsfonds, Leuven, 2009, p. 46. \u00a0Zie ook: Bernhard Ridderbos, Schilderkunst in de Bourgondische Nederlanden. Davidsfonds, Leuven, 2014, p. 90 over de plaatsing van Jozef van Arimathea en Nicodemus. Ibidem, p. 301, noot 15.<\/p>\n<p>3 Op het gegeven dat Nicodemus als personage in de Vlaamse schilderkunst van de vijftiende eeuw \u00a0de opdrachtgever kan voorstellen werd reeds eerder gewezen door John Pope-Hennessy, The Portrait in Renaissance. London, Phaidon Press, 1966, p. 280-297. \u00a0Het werd een traditie om zich te laten portretteren als Nicodemus. \u00a0Soms beeldde de schilder zichzelf af als Nicodemus. Idem, The Portrait in the Renaissance (Bollinger Series XXXV), Princeton, 1979.<\/p>\n<p>4 Hendrik Callewier, De Papen van Brugge. De seculiere clerus in een middeleeuwse wereldstad, 1411-1477. Universitaire Pers Leuven, 2014, p. 124.<\/p>\n<p>5 J. Duverger, Het grafschrift van Hubrecht van Eyck en het quatrain van het Gentsche Lam Gods-retabel. \u00a0Met een aanhangsel: Natuurwetenschappelijk onderzoek van de opschriften en de lijst van het Lam Godsretabel door E. Bontinck. Brussel, 1945, p. 18. \u00a0Schrijver dezes was oud-student kunstgeschiedenis van Prof. J. Duverger (1899-1979) die ook zijn promotor was. \u00a0Oude liefde roest niet. \u00a0Zie: W.P. Dezutter, In memoriam Prof. J. Duverger, in: Biekorf, 79 (1979), p. 254. \u00a0In 2011 verschenen twee fundamentele artikels over het kwatrijn door V. Herzner en H. van der Velden (repliek) in het tijdschrift \u201cSimiolus\u201d 35 (2011).<\/p>\n<p>6 W.H.J. Weale, Hubert and John Van Eyck. Londen-New York, 1908. \u00a0Dit is nog altijd de beste studie voor de historische data en archivalia.<\/p>\n<p>7 Zie voor een overzicht: Till-Holger Borchert, Jan van Eyck. Mythe en documenten. In: S. Kemperdinck, F. Lammertse (red.), De weg naar van Eyck. Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam, 2012 en ook online raadpleegbaar op <a href=\"http:\/\/www.academia.edu\/\">www.academia.edu<\/a><\/p>\n<p>8 De geschiedenis van de belangrijke Mariakerk (met de grafmonumenten van de familie De Baenst) dient nog geschreven te worden. \u00a0Over de Sint-Janskerk verscheen: H. Hendrikse en A. Willeboordse, Brand in de kerk. De Sint-Janskerk en het Sint-Janskerkhof in Sluis. Gemeente Sluis, 2018, 86 p.<\/p>\n<p>9 J. Dumolyn, De Brugse opstand van 1436-1438. Kortrijk, 1997, 381 p. (Reeks: Standen en Landen 101).<\/p>\n<p>10 Theo Luyckx (red.), Liber Memorialis Rijksuniversiteit Gent, 1913-1960: 2. Faculteit der Geneeskunde, Gent, 1960, p. 448-449.<\/p>\n<p>11 Voor de 17<sup>de<\/sup>eeuw werd dit uitstekend geanalyseerd door Peter Burke die de propaganda van Lodewijk XIV ontleedde. Peter Burke, The Fabrication of Louis XIV, Yale University Press, London, 1992 en de nieuwe editie in paperback, 1994.<\/p>\n<p>12 Marc Goetinck, William Caxton (\u00b0 ca. 1422 &#8211; + 1491\/92) in Boergondisch vaarwater. In: Brugge die Scone, 1992, 3, p. 4-5.<\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De beste emanatie van de standenmaatschappij in de 19de\u00a0en 20ste\u00a0eeuw vormde de H. Bloedprocessie in Brugge. \u00a0De figuranten werden zorgvuldig uitgekozen, hun rol kwam overeen met de maatschappelijke status die vader of moeder bekleedden in het dagelijks leven. \u00a0Een volksjongen kwam nooit te paard te zitten maar werd uiterst geschikt bevonden als Romeins soldaat of [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":3,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[2],"tags":[412,414,416,415,328,413,411,53],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/762"}],"collection":[{"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/3"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=762"}],"version-history":[{"count":8,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/762\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":773,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/762\/revisions\/773"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=762"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=762"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=762"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}