{"id":933,"date":"2020-02-10T15:35:26","date_gmt":"2020-02-10T14:35:26","guid":{"rendered":"http:\/\/willydezutter.be\/?p=933"},"modified":"2020-02-10T15:35:26","modified_gmt":"2020-02-10T14:35:26","slug":"jean-brunon-rudd-1792-1870-architect-en-vrijmetselaar","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/willydezutter.be\/?p=933","title":{"rendered":"Jean Brunon Rudd (1792-1870), architect en vrijmetselaar"},"content":{"rendered":"<p>Jean Brunon Rudd (Brugge 13.12.1792 &#8211; Brugge 22.2.1870) was van 1830 tot aan zijn overlijden in 1870 de stadsarchitect van Brugge. \u00a0In die veertig jaar kon hij zijn stempel drukken op het Brugse stadsbeeld. Zijn favoriete stijl was het neoclassicisme (1).<\/p>\n<p>Als \u00e9\u00e9n van zijn realisaties vernoemen we het concertgebouw in de Sint-Jacobsstraat (1830). \u00a0Naar aanleiding van de aanleg van de spoorweg (1838) ontwierp hij op \u2018t Zand (toen Stationsplein)\u00a0 een uniforme neoclassicistische gevelwand waarvan er slechts vier werden gerealiseerd o.m. het hoekhuis (nu hotel Singe d\u2019Or) uit 1839. \u00a0Hij was ook belangrijk voor talrijke restauratieprojecten (2). Maar we blijven graag kritisch. \u00a0In 1847 deed hij een voorstel om de Spiegelrei tot aan de Koningsbrug te dempen om op die manier een groot rechthoekig plein te kunnen realiseren waarop dan een nieuwe Stadsschouwburg zou moeten verrijzen. \u00a0Gelukkig kwam er veel verzet en het plan werd niet uitgevoerd. \u00a0Ook de Blinde Ezelbrug werd in 1855 gebouwd naar zijn ontwerp. Na zijn overlijden (3) werd hij als stadsarchitect opgevolgd door Louis Delacenserie (1838-1909).<\/p>\n<p><strong>Vrijmetselaar<\/strong><\/p>\n<p>De vrijmetselaarsloge &#8220;La R\u00e9union des Amis du Nord&#8221; (R.A.N.) kreeg op 23 mei 1803 haar constitutiebrief van het Grand Orient de France en bleef na de val van het Franse keizerrijk verder bestaan tijdens de Hollandse tijd (4). \u00a0Die overgang verliep volgens een vast stramien: de Franse militairen en ambtenaren vertrokken uit de loge en hun plaats werd ingenomen door ambtenaren die het nieuwe landsbestuur genegen waren. \u00a0Pas toen we zelf revolutie ontketenden, liep het fout.<\/p>\n<p>Meer en meer leden namen ontslag omwille van de Belgische revolutie (septemberrevolutie 1830). \u00a0De laatste penningmeester Charles Doudan (1773-1861), een voormalig <em>Achtbare Meester<\/em> (voorzitter) die ook eigenaar was van het logegebouw aan de Steenhouwersdijk 13 (nu nr. 3), weet dat duidelijk te maken met zijn aantekeningen in het bewaard gebleven kasboek (5) waar hij regelmatig aanstipt: &#8220;<em>Part\u00e9 par suite de la R\u00e9volution<\/em>&#8221; en soms ook met de toevoeging &#8220;<em>sans avoir pay\u00e9 son arri\u00e8re<\/em>&#8220;. \u00a0Een achterstallige bijdrage proberen te innen om de werkplaats overeind te kunnen houden, was niet vanzelfsprekend. \u00a0Hij verwijst zelf naar de revolutie en dat is dan ook de voornaamste oorzaak dat de loge niet meer levensvatbaar was. \u00a0De revolutionair Constantin Rodenbach (1791-1846 ), had R.A.N. reeds verlaten begin 1827 om zich voor te bereiden op het verzet tegen de autoritaire koning Willem I. \u00a0Normaal gezien bestond die loge van 1803 tot 1831 maar voor de maanden januari en februari 1832 werd er wel nog huur betaald voor het logelokaal, zodat Charles Doudan de boekhouding definitief afsloot op 1 maart 1832. \u00a0De huur bedroeg 50 frank per maand. \u00a0De zittingen vonden plaats op de eerste en de derde dinsdag van de maand.<\/p>\n<p>Op de Wikipedia-pagina over Rudd lezen we dat hij slechts korte tijd lid was van R.A.N. en hij alleen maar werd ingewijd in de leerlingengraad. \u00a0Dat eerste is juist, het tweede niet. \u00a0Zijn logecurriculum valt mooi af te lezen uit de verrichtingen in het kasboek (6). \u00a0In 1821 werd hij ingewijd in de leerlingengraad en bevorderd tot gezel en verheven tot meester. \u00a0Op het tableau (ledenlijst) van 1821 komt hij voor met de meestergraad en de functie van derde expert. \u00a0De expert (keurmeester) droeg zorg voor de goede uitvoering van de ritualen. \u00a0De eerste expert was de militair Etienne Scheltens (7), Adjudant-Majoor van de 6<sup>de<\/sup> Divisie Infanterie. \u00a0Twee kapiteins en twee luitenants van de 6<sup>de<\/sup> Divisie Infanterie waren eveneens lid met de graad van meester. \u00a0De tweede expert Felix Forret, conducteur bij Waterstaat (8) en derde expert (J.B. Rudd) waren zijn assistenten. \u00a0Zo\u2019n adjunct-functie was typisch voor een jonge meester om vertrouwd te worden met de rituele aspecten. \u00a0Die ledenlijst werd opgesteld op 12 augustus 1821 (In feite diende dat te gebeuren op 24 juni, de Zomer Sint-Jan) en in gedrukte vorm verspreid in brochurevorm (afm. 20,5 x 13 cm., 12 p.). Het werd gedrukt &#8220;<em>\u00c0 Bruges, de l\u2019imprimerie de la loge<\/em>&#8220;. \u00a0Uit de boekhouding blijkt dat dit drukker Emanuel-Jacobus Terlinck (1778-1836) is, lid van R.A.N. sinds 1812. \u00a0Als beroep van Rudd staat aangegeven &#8220;<em>Professeur d\u2019Architecture<\/em>&#8220;, maar op het handgeschreven exemplaar in ABB (afm. 46&#215;35 cm, 1 p.) staat &#8220;<em>architecte<\/em>&#8220;. \u00a0Een stadsarchitect had geen hoog loon en ter compensatie liet het stadsbestuur zo iemand bijverdienen als leraar bouwkunde aan de stedelijke Academie (9). \u00a0Wel werd Rudd in 1825 leraar maar pas in 1830 stadsarchitect.<\/p>\n<p>In 1821 was hij dus nog particulier architect. \u00a0Constantin Rodenbach was toen Achtbare Meester en Charles Doudan redenaar. \u00a0De 1<sup>ste<\/sup> opziener was Louis Debeaune, bewaarder van de depot van de Douane (in 1824 Achtbare Meester), de 2<sup>de<\/sup> opziener was Ulric Kummer, conducteur van Bruggen en Wegen. \u00a0De secretaris was Jacques van Zuylen van Nyevelt (1776-1852), de penningmeester Fran\u00e7ois Van Loo. \u00a0De loge telde in 1821 48 leden en 5 ereleden. We mogen aannemen dat ongeveer de helft regelmatig aanwezig was. Ulric Kummer en Felix Forret waren collega\u2019s bij &#8220;Waterstaat&#8221;. Toen Felix Forret in 1857 overleed in Brugge was de begrafenisplechtigheid in de Sint-Walburgakerk. Omdat hij ridder in de Leopoldsorde was, verzorgde een detachement van het 7<sup>de<\/sup> Linie-regiment de muziek in de kerk. \u00a0Hij was toen ingenieur eerste klas bij de administratie van Bruggen en Wegen (10). \u00a0Het lidgeld werd altijd per semester betaald en bedroeg de som van 12,70 frank (11). \u00a0Hij betaalde in 1821 voor het eerste en tweede semester gelijktijdig de som van 25,40 fr. \u00a0In feite is dat een achterstallige betaling. \u00a0Pas in juli 1822 kreeg hij de rekening voor de meesterverheffing (<em>pour l\u2019initiation au 3<sup>e<\/sup> grade<\/em>), eveneens de som van 25,40 fr., die hij betaalde op 30 januari 1823. \u00a0Dat is een afwijkend bedrag gelijkgesteld aan het lidgeld voor twee semesters. \u00a0De offici\u00eble initiatiebedragen lagen in die tijd anders. \u00a0Normaal was dat voor de derde graad 45 frank en 6 frank voor het meesterdiploma. \u00a0Men kan hem een gunsttarief verleend hebben wegens gebrek aan financi\u00eble middelen. \u00a0We herkennen in ieder geval een patroon van betalingsmoeilijkheden. \u00a0Hij was toen dertig jaar en nog niet de gerenommeerde architect die hij later zou worden. \u00a0Hij was niet de zoon van een rijke grootgrondbezitter maar van een schrijnwerker-timmerman met Britse roots, die met een Brugs meisje huwde. \u00a0Pas in 1825 werd hij leraar aan de Brugse academie, dat hem een vaster inkomen bezorgde. \u00a0Hij bleef dat tot 1838. \u00a0In 1822 betaalde hij voor het eerste semester 12,70 frank en nogmaals voor het tweede semester. \u00a0In 1823 betaalde hij op 1 maart (de start van het nieuwe ma\u00e7onnieke jaar) enkel nog voor \u00e9\u00e9n trimester de som van 6,35 frank. \u00a0Dat was een uitzondering omdat ieder lid meestal per semester betaalde. \u00a0Dat was een veeg teken en de penningmeester Charles Doudan kon alles afsluiten met de mededeling: \u201c<em>ce fr\u00e8re a donn\u00e9 sa d\u00e9mission<\/em>\u201d.<\/p>\n<p>In die periode was Rudd gestart met een gigantisch opmetingsproject dat het nodige kapitaal vergde. \u00a0Heel die studie van plannen en doorsneden van Brugse monumenten bracht hij tot een goed einde met een eigen uitgave tussen 1824-1829 (12). \u00a0Wegens de revolutie kon hij die losbladige uitgave wel niet voltooien. \u00a0Hij deed er wellicht verstandig aan om zijn loopbaan prioritair te stellen boven een logecarri\u00e8re.<\/p>\n<p><strong>Besluit<\/strong><\/p>\n<p>Jean Brunon Rudd werd wel degelijk meester-vrijmetselaar maar zijn ma\u00e7onnieke carri\u00e8re was van korte duur. \u00a0Hij ging \u201c<em>in de verstrooiing op eigen verzoek<\/em>\u201d maar liet geen schulden na. \u00a0Zijn status van vrijmetselaar moet men tot de juiste proporties weten te herleiden. \u00a0Sommige auteurs die te veel de nadruk leggen op het mystieke maken soms de fout dit te romantiseren (13). \u00a0Een vrijmetselaarsloge verschilt bedrijfseconomisch in niets van een profane vereniging uit de non-profit sector. \u00a0De financi\u00eble analyse van de jaarrekening staat altijd op \u00e9\u00e9n. \u00a0Alleen een voldoende aantal leden kan die kosten dragen en dan nog is steun van een mecenas altijd welkom. \u00a0Maar bij R.A.N. werd altijd alles\u00a0 netjes betaald aan de broeders-leveranciers: kaarsen (William Chantrell), de huur van de piano (David Cunningham), enz. \u00a0De huisbewaarder Pierre Polsenaere (ook ingewijd in de eerste graad) kreeg voor het tweede semester van 1831 nog het bedrag van 37,72 frank terugbetaald. \u00a0Het initiatieke aspect raakt enkel de leden die er ontvankelijk voor zijn. \u00a0Toen in 1833 de eerste autonome Belgische obedi\u00ebntie werd opgericht nl. het Grand Orient de Belgique\/Grootoosten van Belgi\u00eb was R.A.N. daar niet meer bij hoewel ze daartoe nog wel werd uitgenodigd (14). \u00a0En Charles Doudan, sinds 1815 genaturaliseerde Fransman werd in 1831 genaturaliseerde Belg. \u00a0Eind 1837, begin 1838 werden nog vruchteloze pogingen ondernomen tot heroprichting van R.A.N. maar Charles Doudan had er schoon genoeg van (15).<\/p>\n<p>Willy Dezutter<\/p>\n<p>1 J. Van Cleven, Jean Brunon Rudd, in: Nationaal Biografisch Woordenboek, deel 12, Brussel, 1987, kol. 634-639; Thomas Coomans, lemma Rudd, Jean Brunon, in: Anne Van Loo (red), Repertorium van de architectuur in Belgi\u00eb van 1830 tot heden. Mercatorfonds, Antwerpen, 2003, p. 490 en <a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Jean-Brunon_Rudd\">https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Jean-Brunon_Rudd<\/a><\/p>\n<p>2 J. De Maeyer, Negentiende-eeuwse restauratiepraktijk en actuele monumentenzorg. Leuven,1999, p. 206-207.<\/p>\n<p>3 J.B. Rudd bleef ongehuwd. \u00a0Zijn grafmonument bevindt zich in vak 32 van de Centrale begraafplaats (Steenbrugge). Dit monument, voorzien van een kruis, vertoont ook de attributen van zijn beroep: de passer, de winkelhaak en het schietlood omkranst met een laurier met onderaan het ereteken van Ridder in de Leopoldsorde. \u00a0Voor auteurs die graag schrijven over \u201chet geheimzinnige\u201d Brugge stof om te fantaseren over de vrijmetselarij.<\/p>\n<p>4 Willy P. Dezutter, De loge \u201cLa R\u00e9union des Amis du Nord\u201d (1803-1831) in Brugge, in: Brugs Ommeland, 2010, 1, p. 39-51 en op <a href=\"http:\/\/www.willydezutter.be\/\">www.willydezutter.be<\/a><\/p>\n<p>5 Archief Bisdom Brugge (ABB), La R\u00e9union des Amis du Nord. Table nominative des membres dont le compte sont compris au Pr\u00e9sent Registre.<\/p>\n<p>6 ABB, Table nominative des membres, 2i\u00e8me partie, Comptes Courans.<\/p>\n<p>7 Hij wordt soms verward met Adjudant-Majoor en later Belgisch kolonel Chr\u00e9tien Henri Scheltens (Brussel 15.10.1787 (niet 1790\/Wikipedia) &#8211; Brussel 31.1.1880). Die was ook vrijmetselaar en werd 92 jaar. \u00a0Carri\u00e8re in Frans, Hollands (gewond in Waterloo) en Belgisch leger. \u00a0Eindigde in 1848 als plaatscommandant van Oostende. \u00a0Adjudant-Majoor Etienne Scheltens verliet het garnizoen Brugge in 1827. Hij werd gevolgd door kapitein Jean Stutzer; kapitein Joseph Morisse (ook Maurisse) gaf ontslag, luitenant Denis Delwart en luitenant Denis Bachnitzer (geaffilieerd lid) vertrokken eveneens wegens de verplaatsing van hun Divisie. Weer een serieuze aderlating voor R.A.N.<\/p>\n<p>8 De Administratie van Bruggen en Wegen hing af van het Ministerie van Waterstaat. Vandaar de benaming \u201cConducteur du Waterstaat\u201d.<\/p>\n<p>9 Jeroen Cornilly, Stadsarchitecten in West-Vlaanderen. De impact van een ambtenaar op het stads- en dorpsbeeld, in: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge, 154 (2017), 2, p. 391. Voor J.B. Rudd ook p.397.<\/p>\n<p>10 Gazette van Brugge 12.1.1857.<\/p>\n<p>11 Gedurende het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd in het Zuiden pas in 1816 de gulden ingevoerd. De Franse frank bleef parallel wettig betaalmiddel. Bij R.A.N. werd de gulden nooit ingevoerd. E\u00e9n goudfrank is nu ongeveer 5 euro. Vijfentwintig frank zou dan overeenkomen met 125 euro. In feite zou men de vergelijking moeten maken met het dagloon van een arbeider in 1820-1825 rekening houdend met de koopkracht. Zie algemeen: Peter Scholliers, Geschiedenis van de ongelijkheid. Uitgeverij EPO, 2014. Een modale ongeschoolde arbeider verdiende 1 fr. per dag.<\/p>\n<p>12 Jean Brunon Rudd, Collection de plans, coupes, \u00e9l\u00e9vations, vo\u00fbtes, plafonds etc. et des principaux monuments d\u2019architecture et de sculpture de la ville de Bruges, depuis le XIV\u00b0 jusque \u2018 au XVII\u00b0 si\u00e8cle, Bruges, 1824-1829. Zijn meetinstrumenten, bibliotheek, gravures, enz. werden op 17 en 18 mei 1870 geveild in het sterfhuis Ridderstraat 6, Brugge.<\/p>\n<p>13 Jo\u00ebl Goffin, Le secret de Bruges-la Morte. (2011, herziene druk 2015). Hecht te veel waarde aan de mysteri\u00ebn van de vrijmetselarij, ook voor J.B. Rudd, C. Rodenbach, e.a. die hij in dat boek behandeld.<\/p>\n<p>14 ABB, brief van Groot-Redenaar Auguste de Wargny 1 februari 1833. Vrijmetselaarsfonds C 537. De stichtingsdatum van het G.O.B. is 13 januari 1833 maar de stichtingsplechtigheid ging door in de Tempel van \u201cLes Amis Philanthropes\u201d in Brussel op 23 februari 1833.<\/p>\n<p>15 A. Van den Abeele, La R\u00e9union des Amis du Nord \u00e0 Bruges. Une r\u00e9surrection manqu\u00e9e 1837-1838. Brugge, 1986.<\/p>\n<p>Dit artikel verscheen in Biekorf 119 (2019), 1, p. 113-118.<\/p>\n<p><strong>Addendum<\/strong><\/p>\n<p><strong>Jean Brunon als rederijker<\/strong><\/p>\n<p>Jean Brunon Rudd was tijdens de Hollandse tijd ook lid van de Brugse rederijkerskamer &#8220;\u201cRhetorica&#8221;. \u00a0Voor de geschiedenis van de rederijkerskamers die nog actief waren in de 19<sup>de<\/sup> eeuw verwijzen we naar de studie van Marc Carlier, De laatste Brugse Rederijkers. \u00a0Het Vlaams letterkundig leven in Brugge van het einde van het Ancien R\u00e9gime tot na de Belgische onafhankelijkheid. \u00a0Uitgegeven door het Genootschap voor Geschiedenis van Brugge in de reeks Vlaamse Historische Studies, Uitgeverij Van de Wiele, Brugge, 2017, 215 pp. Hier p. 181. \u00a0Er was een groot aantal leden van La R\u00e9union des Amis du Nord gelijktijdig lid van &#8220;Rhetorica&#8221;. \u00a0Het door M. Carlier als Joannes Felix Rotsaert de Hertaing ge\u00efdentificeerd lid van La R\u00e9union des Amis du Nord (op.cit. p. 180) is onjuist. \u00a0Het betreft hier Jean Rotsaert, een grootgrondbezitter uit Brugge. De valkuil van de homoniemen. \u00a0De uit Brugge afkomstige drukker Thomas Vermeirsch &#8220;tevens lid van de Oostendse vrijmetselaarsloge&#8221; (M. Carlier, op.cit. p. 59) wordt voor het eerst vermeld bij de Oostendse loge Les Trois Niveaux in 1808. \u00a0Van 1819 tot 1826 was hij secretaris van deze loge. \u00a0Op 26.9.1826 gaf hij ontslag. \u00a0Op 30.1.1829 werd zowaar de Bruggeling Charles Doudan (1773-1861) kortstondig secretaris van Les Trois Niveaux. \u00a0Hij bleef dat tot 14.8.1830.<\/p>\n<p>Willy Dezutter<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Jean Brunon Rudd (Brugge 13.12.1792 &#8211; Brugge 22.2.1870) was van 1830 tot aan zijn overlijden in 1870 de stadsarchitect van Brugge. \u00a0In die veertig jaar kon hij zijn stempel drukken op het Brugse stadsbeeld. Zijn favoriete stijl was het neoclassicisme (1). Als \u00e9\u00e9n van zijn realisaties vernoemen we het concertgebouw in de Sint-Jacobsstraat (1830). \u00a0Naar [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":3,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[13],"tags":[511,510,178,269,512],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/933"}],"collection":[{"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/3"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=933"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/933\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":934,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/933\/revisions\/934"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=933"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=933"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/willydezutter.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=933"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}