Tag Archives: drogreden

De verrijzenis of opstanding van Jezus Christus

De leraar katholieke godsdienst Ignace Demaerel doet ieder jaar zijn uiterste best om in een column stil te staan bij de betekenis van Pasen en uiteraard staat de opstanding van Jezus hierbij centraal (Knack.be 3 april 2026).

Enkele decennia terug was het zelfs nog de bisschop zelf of een pater die zich daaraan waagde maar nu stuurt men liever een leerkracht godsdienst in de vuurlinie om het onwaarschijnlijke en onmogelijke te blijven verdedigen. Ignace Demaerel verwijst naar de 2,5 miljard (1) christenen die wereldwijd deelnemen aan de paasviering om de opstanding uit de dood te legitimeren maar dat wordt in de logica en argumentatieleer aangeduid als de “ad populum-drogreden”. Het idee dat een stelling waar of juist is, gewoon omdat een grote groep mensen dat gelooft, is logisch onjuist. De populistische drogreden is geen waarheid. De mate waarin een mening wordt gedeeld zegt niets over de feitelijke juistheid ervan (2). 

Hij is waarlijk opgestaan

Op Pasen is het vers van de dag Mattheüs 28:6 waar een engel over Jezus zegt: “Hij is hier niet, Hij is opgestaan”. “Hij is waarlijk opgestaan” is de vreugdevolle paasgroet en weerspiegelt de kern van de boodschap van de verrijzenis. Op de derde dag na zijn kruisiging is Jezus triomfantelijk uit de dood opgestaan. “Christus is verrezen” zei de engel. Het is een prefiguratie van de phishing mail. Engelen behoren tot de voorstellingswereld van de apocalyptiek en zijn geen godsdienstwetenschappelijk begrip. Geestelijke, niet lichamelijke wezens, bestaan gewoonweg niet.

Het christendom staat of valt met de verrijzenis

Volgens het dogma van het christendom werd Jezus gekruisigd als zoenoffer voor onze zonden. Voor de Neanderthalers (mensen uit het Laat-Pleistoceen) kwam hij te laat, die waren zo’n 40.000 jaar voordien uitgestorven. Voor de Azteken kwam hij te vroeg. Pas in 1492 werd Amerika ontdekt door Christoffel Columbus en Hernando Cortès, op zoek naar goud, verwoestte het laatste Aztekenrijk in 1511. Deze genocide was kennelijk Gods wil. De Kerk geeft altijd pasklare antwoorden op de vragen die zij zich zelf stelt. Ook deze “zielen” werden gered. In de tweede helft van de vierde eeuw voegde men gewoon een vijfde artikel toe aan de apostolische geloofsbelijdenis (De twaalf artikelen van het geloof): “nedergedaald ter helle”. In de tijd tussen zijn sterven en zijn opstanding is de geest van Christus namelijk tussentijds afgedaald in het dodenrijk (de Hades) (en niet de hel !). Daar ging Jezus ook aan de doden het evangelie verkondigen en de zielen bevrijden vanaf Adam. Dat verhaal (nota bene een dogma !) berust op twijfelachtige Bijbelse gronden en werd door de protestantse theoloog Johannes Calvijn (1509-1564) afgedaan als een “fabel”. En dan is men verbaasd dat de mensen niet kunnen geloven dat de rooms-katholieke theologie oprecht zoekt naar de waarheid.

Om het christendom (en zij die erin geloven) een eerlijke kans te geven zijn we er steeds van uitgegaan dat zijn levensloop niet een mythisch gebeuren was maar het historisch mensenleven van een prediker en genezer. Maar nu wordt het moeilijk. De gekruisigde Jezus is verrezen ! De kritische benadering zoals wij die voorstaan laat geen ruimte voor een beschrijving van de werkelijkheid gebaseerd op miraculeuze gebeurtenissen. “Geleden onder Pontius Pilatus, gekruisigd, gestorven en begraven” dat zijn constateerbare feiten die ook nog over andere mensen kunnen gezegd worden. Maar “Ten derde dage opgestaan uit de doden” dat klinkt toch al wat minder gewoon. Hier vertoeven we dan ook niet langer in de wereld van de wetenschap maar komen we in de sfeer van het geloof. Zeg maar het onwaarschijnlijke en het onmogelijke. De Jezus van het geloof en de Jezus als historische figuur zijn twee verschillende mensen.

Men vroeg eens aan de Japanse schrijver Haruki Murakami (geb. Kyoto, 1949) waarom zoveel mensen van oudsher geloven in bovennatuurlijke fenomenen en occulte zaken. Zijn antwoord: “Omdat de overgrote meerderheid van de mensen niet gelooft in de feiten zoals ze zijn, maar in de feiten zoals ze graag zouden hebben dat ze waren”. Ook de bevreesde en radeloze discipelen van Jezus, die wellicht in Jeruzalem vergaderden, kozen voor een constructie achteraf. Ze kozen resoluut voor het zelfbedrog.

Het christendom staat of valt met de verrijzenis (ook herrijzenis, opstanding, wederopstanding) van Jezus uit de doden. De kruisiging mocht niet het einde betekenen. Bekend is het woord van Paulus aan de gemeente in Korinthe: “Indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof” (1 Kor.15:14). Paulus schreef dat in 56 of 57 na Christus toen de evangeliën nog moesten geschreven worden. Hij heeft Christus overigens nooit gekend en ontmoette alleen de verrezen Heer ! Toen werd hij de apostel van de heidenen en de feitelijke stichter van het Christendom. Jezus verscheen aan Paulus als een “geestelijk lichaam”. Lang voor het optreden van Jezus (de periode 30-33) geloofden de joden (behalve de Sadduceeën) in de opstanding zodat het opportuun was om dat farizees gedachtengoed over te nemen. Paulus was trouwens voor zijn bekering een Farizeeër (Fil.3:5).

De dood, het verblijf van drie dagen in de onderwereld, en de opstanding daarna van een god, was in de Oudheid al lang bekend. Denken we slechts aan de god Attis die herrees. Ook toen riep men na drie dagen “Hij leeft”. Zijn mysteriecultus verspreidde zich over het oude Griekenland en het Romeinse rijk.

De vier evangeliën

 Ook in de vier evangeliën komt men de opstandingsverhalen tegen. Denken we maar aan al die voorspellingen “Op de derde dag zal hij verrijzen” bij Mattheüs 16:21; Marcus 8:31; Lucas 9:22. Die evangeliën schijnen maar één doel te hebben, namelijk dat Jezus de voorspellingen uit de joodse bijbel (Oude Testament) moet vervullen. De evangeliën van Marcus, Mattheüs en Lucas worden de synoptische evangeliën genoemd. Die evangelisten (Marcus 69-70) en Mattheüs en Lucas (rond 80-90) brachten ook allerlei versieringen aan. Zij moesten vooral bewijzen dat de leerlingen zelf het lichaam niet hadden gestolen.

Het verhaal over “het lege graf” komt in alle vier de evangeliën (dus ook Johannes 11:25 en Jo 20:9) voor maar niet bij de grote verkondiger Paulus. Die weet niets af van die legende zoals hij ook geen weet heeft van een maagdelijke geboorte (Eerste Brief aan de Korintiërs, 15:8). In de apocriefe (3) evangeliën wordt alles natuurlijk aangedikt: daar was het graf al zevenvoudig verzegeld ! De evangeliën bevatten niet alleen mooie legendes (zoals het verhaal over de Emmaüsgangers, Lucas 24:13-35) maar ook een schitterend liefdesverhaal dat zich afspeelde aan het lege graf. Het sprookje uit Johannes 19:25 waar de huilende Maria Magdalena de tuinman ontmoette. We kunnen niet genoeg benadrukken dat dit atypische evangelie pas dateert uit de eerste helft van de tweede eeuw maar dat het nu nog altijd verteld wordt alsof Johannes ooggetuige was. De nieuwtestamentische opstandingsverhalen bevatten veel legendes, tegenstijdigheden, verschillen en ongerijmdheden. Een betrouwbare reconstructie is bijna onmogelijk en veel theologen beschouwen het dan ook als een hopeloze onderneming.

Het opstandingsgeloof is van in het begin verkeerd gebracht. Wellicht heeft men er nooit bij stilgestaan dat er grenzen zouden komen aan de goedgelovigheid van de mensen. Men heeft het theologisch voorgesteld als de reanimatie van een dode maar dat was (om het modern te zeggen) slechte marketing. Een fantasie of wensdroom bleek uiteindelijk toch te werken bij de volgzame gelovigen en dat tot op de dag van vandaag. Of men het nu fysiek of psychologisch verklaart, het blijft buiten de werkelijkheid. We hebben hier niet te maken met historische mededelingen maar met geloofsgetuigenissen. Het christendom werd op die manier gereduceerd tot het geloof van de overleveringen. De absolute noodgreep bestaat erin om te verklaren dat god zelf Jezus uit de dood heeft opgewekt. Jezus is dan het waarachtige teken van gods werkelijkheid in de wereld. In Jezus van Nazareth heeft god zichzelf geopenbaard. Christus werd op die manier de Zoon van God. God (die niet bestaat) inroepen als de genezer van alle kwalen is natuurlijk een adequate oplossing.

Het christendom als inspiratiebron voor sociaal engagement willen wij natuurlijk niet bestrijden maar een vrijzinnig humanist heeft geen god nodig om tot hetzelfde inzicht te komen. Doe het goede om het goede en wat je zelf niet wilt, doe dat ook de ander niet. Het zou toch echt wel moeten lukken dat werkelijk gebeurt wat we diep van binnen verlangen: voortbestaan na de dood en de mensen van wie wij houden terugzien. Een god die dat belooft kan niet bestaan. 

Besluit

Het geloof in de verrijzenis van Jezus Christus kunnen we volledig verwerpen. De discipelen van Jezus hadden zoveel met hem opgetrokken en nu was hij er plots niet meer. Voor hen was hij niet dood, ze voelden nog zijn aanwezigheid. Paulus had de onweerstaanbare overtuiging dat Jezus levend was in hem. Hij had daarvoor geen leeg graf nodig. Wanneer je gelooft in Jezus kun je de “verrijzenis” er wel bijnemen. Het volstaat om te denken dat Jezus aanwezig is.

Zo’n verschijning (hallucinatie) leidt zelden tot permanente psychiatrische observatie. In tegendeel, men kan altijd nog heilig verklaard worden. Het breken en het delen van het brood kon door de volgende generaties verder gezet worden. De herinnering werd terug werkelijkheid. De dood van Jezus heeft inderdaad niet verhinderd dat zijn leer werd vervormd en ingebed in het machtige kerkinstituut. De opstanding is dus volledig geslaagd. Theologisch is dit voor velen wellicht te minimalistisch maar het is niet meer dan dat. De discipelen waren zo sterk onder de indruk gekomen van de persoonlijkheid van hun charismatische profeet dat ze eenvoudig niet konden geloven dat hij dood was.

De eerste christenen hielden geen rekening met historische feiten maar ze geloofden in de persoon van Jezus. Voor hen was hij waarlijk opgestaan. Hun zending werd hun waarheid. Jezus zelf was er niet meer dus schakelden zij maar over naar de kerkelijke verkondiging van Christus. De overgang van Jezus zelf naar de kerkelijke verkondiging. Zo kon men de meubels redden. De historische Jezus werd de gepreekte Christus. 

Maar als het al waar is dat de verrijzenis de essentie is van het christelijk geloof dan is het al even waar dat god zijn eigen zoon heeft terechtgesteld.

Willy Dezutter 

1 Het christendom is met ruim 2,4 miljard aanhangers de grootste monotheïstische wereldgodsdienst, gebaseerd op het leven en de leer (en de aangepaste kerkleer !) van Jezus Christus zoals beschreven door de vier evangelisten in het Nieuwe Testament. De drie hoofdstromingen zijn het rooms-katholicisme, het protestantisme en de orthodoxie. 

2 In het verleden geloofde de meerderheid dat de aarde plat was, maar dat maakte het niet waar.

3 De apocriefen van het Nieuwe Testament zijn teksten die in het vroege christendom door sommige christenen werden beschouwd als door god geïnspireerd maar uiteindelijk niet werden opgenomen in de canon van het N.T. Bekend zijn o.m. de jeugdevangeliën zoals het proto-evangelie van Jacobus en het kindsheidsevangelie van Thomas. Het zijn fantasierijke verhalen over de jeugd van Jezus.