Tag Archives: Jezus Christus

De verrijzenis of opstanding van Jezus Christus

De leraar katholieke godsdienst Ignace Demaerel doet ieder jaar zijn uiterste best om in een column stil te staan bij de betekenis van Pasen en uiteraard staat de opstanding van Jezus hierbij centraal (Knack.be 3 april 2026).

Enkele decennia terug was het zelfs nog de bisschop zelf of een pater die zich daaraan waagde maar nu stuurt men liever een leerkracht godsdienst in de vuurlinie om het onwaarschijnlijke en onmogelijke te blijven verdedigen. Ignace Demaerel verwijst naar de 2,5 miljard (1) christenen die wereldwijd deelnemen aan de paasviering om de opstanding uit de dood te legitimeren maar dat wordt in de logica en argumentatieleer aangeduid als de “ad populum-drogreden”. Het idee dat een stelling waar of juist is, gewoon omdat een grote groep mensen dat gelooft, is logisch onjuist. De populistische drogreden is geen waarheid. De mate waarin een mening wordt gedeeld zegt niets over de feitelijke juistheid ervan (2). 

Hij is waarlijk opgestaan

Op Pasen is het vers van de dag Mattheüs 28:6 waar een engel over Jezus zegt: “Hij is hier niet, Hij is opgestaan”. “Hij is waarlijk opgestaan” is de vreugdevolle paasgroet en weerspiegelt de kern van de boodschap van de verrijzenis. Op de derde dag na zijn kruisiging is Jezus triomfantelijk uit de dood opgestaan. “Christus is verrezen” zei de engel. Het is een prefiguratie van de phishing mail. Engelen behoren tot de voorstellingswereld van de apocalyptiek en zijn geen godsdienstwetenschappelijk begrip. Geestelijke, niet lichamelijke wezens, bestaan gewoonweg niet.

Het christendom staat of valt met de verrijzenis

Volgens het dogma van het christendom werd Jezus gekruisigd als zoenoffer voor onze zonden. Voor de Neanderthalers (mensen uit het Laat-Pleistoceen) kwam hij te laat, die waren zo’n 40.000 jaar voordien uitgestorven. Voor de Azteken kwam hij te vroeg. Pas in 1492 werd Amerika ontdekt door Christoffel Columbus en Hernando Cortès, op zoek naar goud, verwoestte het laatste Aztekenrijk in 1511. Deze genocide was kennelijk Gods wil. De Kerk geeft altijd pasklare antwoorden op de vragen die zij zich zelf stelt. Ook deze “zielen” werden gered. In de tweede helft van de vierde eeuw voegde men gewoon een vijfde artikel toe aan de apostolische geloofsbelijdenis (De twaalf artikelen van het geloof): “nedergedaald ter helle”. In de tijd tussen zijn sterven en zijn opstanding is de geest van Christus namelijk tussentijds afgedaald in het dodenrijk (de Hades) (en niet de hel !). Daar ging Jezus ook aan de doden het evangelie verkondigen en de zielen bevrijden vanaf Adam. Dat verhaal (nota bene een dogma !) berust op twijfelachtige Bijbelse gronden en werd door de protestantse theoloog Johannes Calvijn (1509-1564) afgedaan als een “fabel”. En dan is men verbaasd dat de mensen niet kunnen geloven dat de rooms-katholieke theologie oprecht zoekt naar de waarheid.

Om het christendom (en zij die erin geloven) een eerlijke kans te geven zijn we er steeds van uitgegaan dat zijn levensloop niet een mythisch gebeuren was maar het historisch mensenleven van een prediker en genezer. Maar nu wordt het moeilijk. De gekruisigde Jezus is verrezen ! De kritische benadering zoals wij die voorstaan laat geen ruimte voor een beschrijving van de werkelijkheid gebaseerd op miraculeuze gebeurtenissen. “Geleden onder Pontius Pilatus, gekruisigd, gestorven en begraven” dat zijn constateerbare feiten die ook nog over andere mensen kunnen gezegd worden. Maar “Ten derde dage opgestaan uit de doden” dat klinkt toch al wat minder gewoon. Hier vertoeven we dan ook niet langer in de wereld van de wetenschap maar komen we in de sfeer van het geloof. Zeg maar het onwaarschijnlijke en het onmogelijke. De Jezus van het geloof en de Jezus als historische figuur zijn twee verschillende mensen.

Men vroeg eens aan de Japanse schrijver Haruki Murakami (geb. Kyoto, 1949) waarom zoveel mensen van oudsher geloven in bovennatuurlijke fenomenen en occulte zaken. Zijn antwoord: “Omdat de overgrote meerderheid van de mensen niet gelooft in de feiten zoals ze zijn, maar in de feiten zoals ze graag zouden hebben dat ze waren”. Ook de bevreesde en radeloze discipelen van Jezus, die wellicht in Jeruzalem vergaderden, kozen voor een constructie achteraf. Ze kozen resoluut voor het zelfbedrog.

Het christendom staat of valt met de verrijzenis (ook herrijzenis, opstanding, wederopstanding) van Jezus uit de doden. De kruisiging mocht niet het einde betekenen. Bekend is het woord van Paulus aan de gemeente in Korinthe: “Indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof” (1 Kor.15:14). Paulus schreef dat in 56 of 57 na Christus toen de evangeliën nog moesten geschreven worden. Hij heeft Christus overigens nooit gekend en ontmoette alleen de verrezen Heer ! Toen werd hij de apostel van de heidenen en de feitelijke stichter van het Christendom. Jezus verscheen aan Paulus als een “geestelijk lichaam”. Lang voor het optreden van Jezus (de periode 30-33) geloofden de joden (behalve de Sadduceeën) in de opstanding zodat het opportuun was om dat farizees gedachtengoed over te nemen. Paulus was trouwens voor zijn bekering een Farizeeër (Fil.3:5).

De dood, het verblijf van drie dagen in de onderwereld, en de opstanding daarna van een god, was in de Oudheid al lang bekend. Denken we slechts aan de god Attis die herrees. Ook toen riep men na drie dagen “Hij leeft”. Zijn mysteriecultus verspreidde zich over het oude Griekenland en het Romeinse rijk.

De vier evangeliën

 Ook in de vier evangeliën komt men de opstandingsverhalen tegen. Denken we maar aan al die voorspellingen “Op de derde dag zal hij verrijzen” bij Mattheüs 16:21; Marcus 8:31; Lucas 9:22. Die evangeliën schijnen maar één doel te hebben, namelijk dat Jezus de voorspellingen uit de joodse bijbel (Oude Testament) moet vervullen. De evangeliën van Marcus, Mattheüs en Lucas worden de synoptische evangeliën genoemd. Die evangelisten (Marcus 69-70) en Mattheüs en Lucas (rond 80-90) brachten ook allerlei versieringen aan. Zij moesten vooral bewijzen dat de leerlingen zelf het lichaam niet hadden gestolen.

Het verhaal over “het lege graf” komt in alle vier de evangeliën (dus ook Johannes 11:25 en Jo 20:9) voor maar niet bij de grote verkondiger Paulus. Die weet niets af van die legende zoals hij ook geen weet heeft van een maagdelijke geboorte (Eerste Brief aan de Korintiërs, 15:8). In de apocriefe (3) evangeliën wordt alles natuurlijk aangedikt: daar was het graf al zevenvoudig verzegeld ! De evangeliën bevatten niet alleen mooie legendes (zoals het verhaal over de Emmaüsgangers, Lucas 24:13-35) maar ook een schitterend liefdesverhaal dat zich afspeelde aan het lege graf. Het sprookje uit Johannes 19:25 waar de huilende Maria Magdalena de tuinman ontmoette. We kunnen niet genoeg benadrukken dat dit atypische evangelie pas dateert uit de eerste helft van de tweede eeuw maar dat het nu nog altijd verteld wordt alsof Johannes ooggetuige was. De nieuwtestamentische opstandingsverhalen bevatten veel legendes, tegenstijdigheden, verschillen en ongerijmdheden. Een betrouwbare reconstructie is bijna onmogelijk en veel theologen beschouwen het dan ook als een hopeloze onderneming.

Het opstandingsgeloof is van in het begin verkeerd gebracht. Wellicht heeft men er nooit bij stilgestaan dat er grenzen zouden komen aan de goedgelovigheid van de mensen. Men heeft het theologisch voorgesteld als de reanimatie van een dode maar dat was (om het modern te zeggen) slechte marketing. Een fantasie of wensdroom bleek uiteindelijk toch te werken bij de volgzame gelovigen en dat tot op de dag van vandaag. Of men het nu fysiek of psychologisch verklaart, het blijft buiten de werkelijkheid. We hebben hier niet te maken met historische mededelingen maar met geloofsgetuigenissen. Het christendom werd op die manier gereduceerd tot het geloof van de overleveringen. De absolute noodgreep bestaat erin om te verklaren dat god zelf Jezus uit de dood heeft opgewekt. Jezus is dan het waarachtige teken van gods werkelijkheid in de wereld. In Jezus van Nazareth heeft god zichzelf geopenbaard. Christus werd op die manier de Zoon van God. God (die niet bestaat) inroepen als de genezer van alle kwalen is natuurlijk een adequate oplossing.

Het christendom als inspiratiebron voor sociaal engagement willen wij natuurlijk niet bestrijden maar een vrijzinnig humanist heeft geen god nodig om tot hetzelfde inzicht te komen. Doe het goede om het goede en wat je zelf niet wilt, doe dat ook de ander niet. Het zou toch echt wel moeten lukken dat werkelijk gebeurt wat we diep van binnen verlangen: voortbestaan na de dood en de mensen van wie wij houden terugzien. Een god die dat belooft kan niet bestaan. 

Besluit

Het geloof in de verrijzenis van Jezus Christus kunnen we volledig verwerpen. De discipelen van Jezus hadden zoveel met hem opgetrokken en nu was hij er plots niet meer. Voor hen was hij niet dood, ze voelden nog zijn aanwezigheid. Paulus had de onweerstaanbare overtuiging dat Jezus levend was in hem. Hij had daarvoor geen leeg graf nodig. Wanneer je gelooft in Jezus kun je de “verrijzenis” er wel bijnemen. Het volstaat om te denken dat Jezus aanwezig is.

Zo’n verschijning (hallucinatie) leidt zelden tot permanente psychiatrische observatie. In tegendeel, men kan altijd nog heilig verklaard worden. Het breken en het delen van het brood kon door de volgende generaties verder gezet worden. De herinnering werd terug werkelijkheid. De dood van Jezus heeft inderdaad niet verhinderd dat zijn leer werd vervormd en ingebed in het machtige kerkinstituut. De opstanding is dus volledig geslaagd. Theologisch is dit voor velen wellicht te minimalistisch maar het is niet meer dan dat. De discipelen waren zo sterk onder de indruk gekomen van de persoonlijkheid van hun charismatische profeet dat ze eenvoudig niet konden geloven dat hij dood was.

De eerste christenen hielden geen rekening met historische feiten maar ze geloofden in de persoon van Jezus. Voor hen was hij waarlijk opgestaan. Hun zending werd hun waarheid. Jezus zelf was er niet meer dus schakelden zij maar over naar de kerkelijke verkondiging van Christus. De overgang van Jezus zelf naar de kerkelijke verkondiging. Zo kon men de meubels redden. De historische Jezus werd de gepreekte Christus. 

Maar als het al waar is dat de verrijzenis de essentie is van het christelijk geloof dan is het al even waar dat god zijn eigen zoon heeft terechtgesteld.

Willy Dezutter 

1 Het christendom is met ruim 2,4 miljard aanhangers de grootste monotheïstische wereldgodsdienst, gebaseerd op het leven en de leer (en de aangepaste kerkleer !) van Jezus Christus zoals beschreven door de vier evangelisten in het Nieuwe Testament. De drie hoofdstromingen zijn het rooms-katholicisme, het protestantisme en de orthodoxie. 

2 In het verleden geloofde de meerderheid dat de aarde plat was, maar dat maakte het niet waar.

3 De apocriefen van het Nieuwe Testament zijn teksten die in het vroege christendom door sommige christenen werden beschouwd als door god geïnspireerd maar uiteindelijk niet werden opgenomen in de canon van het N.T. Bekend zijn o.m. de jeugdevangeliën zoals het proto-evangelie van Jacobus en het kindsheidsevangelie van Thomas. Het zijn fantasierijke verhalen over de jeugd van Jezus.    

De “blijde boodschap”

Het woord “evangelie” betekent “het goede nieuws” of “de blijde boodschap”.

Deze “blijde boodschap” houdt in dat Jezus Christus stierf voor de zondaars en hun zonden in zich droeg tot op het kruis.  Hij werd begraven en is uit de doden opgestaan.

Hij heeft de zondaren gered en gaf het eeuwige leven als een gift aan eenieder die het wil aannemen. Dat is de ware of blijde boodschap.

Deze doctrine is gevestigd op het Nieuwe Testament, het tweede deel van de Bijbel, het heilige boek van de christenen.  Steeds meer mensen (ook zogenaamde gelovigen !) beschouwen het Nieuwe Testament (dat ze nooit hebben gelezen !) nog hooguit als een menselijk boek, maar dan wel een boek (in feite 27 boeken geschreven in de eerste en tweede eeuw na Christus) met betekenis voor de wereldliteratuur.  De twee kerngedachten, te weten de opstanding van Jezus en het geloof in zijn heilswerk, werden door de moderne theologen op basis van het historisch-kritisch bijbelonderzoek al lang afgewezen.  De Bijbel wordt niet meer beschouwd als het betrouwbare en absoluut geldende woord van god, behalve natuurlijk door orthodoxe gelovigen.

De bronnenkritiek en de vormkritiek hebben hun werk gedaan.  Bij een rationeel-wetenschappelijke benadering van de wereldbeelden is er geen plaats voor een god die niet bestaat.  Een god die ongevoelig is voor elk menselijk lijden (hij laat pelgrims op weg naar zijn moeder in Lourdes verongelukken met de autobus) en voor het kwaad (Auschwitz), kunnen we missen als kiespijn.  Er is in deze wereld geen overstijgende werkelijkheid.

Met Etienne Vermeersch, Paul Cliteur, Dirk Verhofstadt en anderen zijn we het eens dat de basis voor moraal niet kan teruggebracht worden op het bestaan van god.

De voormalige R.K. bisschop van Brugge Roger Vangheluwe diende op 22 april 2010 zijn ontslag in wegens seksueel misbruik van een minderjarige neef.  Over aartsbisschop André Léonard kunnen we kort zijn.  Die kwam zoveel in opspraak wegens zijn omstreden uitspraken (o.a. over homoseksualiteit) dat hij door zijn eigen bisschoppen het zwijgen werd opgelegd.  Zijn woordvoerder Jürgen Mettepenningen nam eveneens ontslag en noemde zijn baas een “spookrijder”.  Wel verklaart hij trouw te blijven aan het geloof.  Hij deelt hier dezelfde opvatting van de mensen die bij het verlaten van het kerkgebouw zeggen dat  de pedofiele priesters hen niet deren, want ze verliezen daardoor niet hun geloof.

Dat verschillende “bedienaren van de eredienst” niet deugen, tast hun geloof niet aan.  Nooit komt het bij hen op dat het product (de blijde boodschap) niet meer van deze tijd is, want een mooi verzinsel om de berusting te kunnen prediken (bij ondraaglijk lijden) of uitzicht te bieden op “eeuwig leven”.  Dat laatste sprookje is een vondst die iedereen troost moet kunnen brengen, gelovigen en “ietsisten”.  Hedendaagse theologen zoals Hans Geybels hebben het steeds over de terugkeer naar de essentie en omschrijven dat als “de evangelische aanpak”.  Ze verzuimen wel steeds om te zeggen wat daaronder moet worden verstaan.  De enige die een klare kijk heeft op de geloofscrisis is Mgr. Jozef De Kesel, de bisschop van Brugge, die onomwonden zegt: “Het is niet omdat we de Kerk moderniseren dat de mensen terugkeren” (interview Krant van West-Vlaanderen, 29.3.2013, p.3).

De kerk als organisatie mag dan wel in crisis zijn, maar dat komt niet door de organisatiestructuur als zodanig, maar omdat de waar die men probeert te slijten bij moderne mensen niet meer aanslaat.  Alleen heel jonge communicanten kunnen nog een tijdje geïndoctrineerd worden totdat ze er achter komen dat hun ouders en andere volwassenen logen: Sinterklaas bestaat niet !  Dit wordt overigens kunstmatig in stand gehouden omdat het aangestuurd wordt door het katholieke scholennet.  De secularisatie is een feit en dat valt niet meer te veranderen, niet door vrouwen tot priester te wijden noch door andere innovaties.  Ook tijdens de kerkdienst (het woord eucharistieviering schrikt af !) met beatmuziek, begonnen na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) in de late jaren zestig, is men er niet in geslaagd om de “blijde boodschap” te laten aanslaan bij ouderen noch jongeren.  Men heeft ontdekt dat men ook “in de hemel kan komen” (…) zonder Jezus te volgen.  Hij is niet meer de bron van hoop en toekomst, omdat nu eenmaal niemand met gezond verstand gelooft dat god zijn zoon naar de aarde stuurde en na hevig lijden en sterven weer lichamelijk opnam.  Met of zonder drumstel: god bleef doof.  Het verwerven van een hemels bestaan staat bij de moderne mens niet meer zo hoog aangeschreven.

De jongeren gaan alleen nog, zoals in de Nederlandse “ bible belt”, gedwongen naar de kerk.  Van de wieg tot het graf tracht men daar de kudde bijeen te houden.  Met warme chocolademelk op Kerstmis als smeermiddel voor de huwelijksmarkt.  Liever inteelt dan diversiteit.  Maar het zijn gezagsgetrouwe Oranjeklanten en geen terroristen.  Godsdienst als opium voor het volk.  Het werkt nog altijd en met de steun van de staat en de binnenlandse veiligheidsdienst.  Godvrezendheid als garantie voor sociale orde.

Bij de katholieken werd er in 1968 lacherig gedaan over de encycliek Humanae Vitae van paus Paulus VI, waarin nadrukkelijk anticonceptiva (zoals de in opkomst zijnde anticonceptiepil) verboden werden.

Het echte probleem van de kerk is dat ze alleen nog groeit in Zuid-Amerika (behalve Argentinië) en Afrika.  Maar in het Westen is het gedaan met pelgrims die op hun knieën naar het Mariabeeld kruipen (Onze Lieve Vrouw van Guadalupe, Mexico-Stad; sinds 1945 ook patrones van heel Latijns-Amerika !).  Pasen als het geloof in de opstanding uit de doden krijgt men niet meer zo vlot verkocht, in tegenstelling tot paaseieren en paashazen.  Zelfs de apostelen geloofden het niet.  Het geloof probeert het onmogelijke toch mogelijk te maken, door ons te sussen met de naïeve gedachte dat dit ons bevattingsvermogen overstijgt.  Het doet denken aan de gladde praatjes van goed getrainde verkopers, een beetje zo als in het sprookje van “de nieuwe kleren van de keizer”.  In dat sprookje van Hans Christian Andersen toont de keizer zich naakt aan het volk omdat hij de kleermakers had bevolen om een gewaad te maken uit een stof die niet bestaat.  Je moet inderdaad al goed je fantasie laten werken om mee te gaan in zo’n infantiel verrijzenisverhaal.  Alleen kinderen kan men nog van alles ongestraft wijsmaken; zij zijn onbevangen door onwetendheid en daardoor gemakkelijke slachtoffers.

Het paternalisme van de nieuwe paus Franciscus zal daar niet veel aan veranderen.  Hij is nu eenmaal geen bevrijdingstheoloog.  Het is de verkeerde versoberingspolitiek.  Men moet de barmhartigheid niet prediken maar op wereldniveau onderhandelen over structurele maatregelen zodat er een herverdeling komt en meer solidariteit.  Hier geldt nog steeds de tweespraak tussen paus en koning: “Houd jij ze arm, dan houd ik ze dom”.  Uiterlijk vertoon van nederigheid om het machtsinstituut in stand te houden lijkt veel op een “jezuïtenstreek”.

Dat blijft natuurlijk een aantrekkelijk vooruitzicht voor diegenen die hun verblijf op aarde zien als een passage van het tranendal.  Net zo min als het plegen van ontucht door geestelijken komt dit soort bedriegerij voor een burgerlijke rechtbank.

De ethiek stelt vragen over deugdzaamheid en rechtvaardigheid.  Als humanisten hoeven wij geen lessen meer te krijgen uit Mechelen en Rome.  Toch zou de “consument” moeten beschermd worden.

De Roemeens-Franse filosoof Emil Cioran (1911-1995) beweerde ooit het volgende: “God heeft heel veel te danken aan Johann Sebastian Bach”.  Wanneer men iets probeert te verkopen is de consument altijd kieskeurig maar in geloofszaken is hij nooit kritisch.  De muziek van Bach is dan voldoende om heel het machtsapparaat van het feestkatholicisme te laten zegevieren.

Ons vergelijkend warenonderzoek is voor alle godsdiensten van het boek hetzelfde (er verongelukken ook pelgrims op weg naar Mekka !): getest maar wel te licht bevonden.

En dat is de ware reden voor kerkverlating: de mensen zijn gelukkig te slim geworden en beseffen dat men hen vroeger “wat heeft wijs gemaakt”.  Zoals ze het zelf luid formuleren.

Zelf leren nadenken.  Het is een modern maar efficiënt verschijnsel.

Het vagevuur en de hel werden verwezen naar fabeltjesland, het biechten (de individuele biecht in de biechtstoel) en de vleesderving (vasten) geraakte in onbruik, kortom de Tweede Beeldenstorm was een feit.  Het is allemaal de schuld van Satan … zeggen de conservatieve priesters die hopen op een restauratie van de oude toestand.

Maar de verstandige burgers doen liever iets uit liefde voor de medemens dan uit liefde voor een onzichtbare en machteloze, want onbestaande (1), god.  “Behandel anderen zoals je door hen behandeld wil worden”.  Die gedragsregel is universeel en komt reeds voor in China (Confucius), het oude Egypte en Griekenland.  Het is zo veel ouder dan de prediking van de naastenliefde door Jezus Christus in de Bergrede.  Waarom heeft men niet genoeg aan die basisformule ?  Wellicht heft dit het mysterie te veel op en dan is het niet meer spannend genoeg.

“Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet.”  Leer deze stelregel van buiten.  Het is vrijgesteld van genade.

Willy Dezutter

(1)   Sterk aanbevolen Herman Philipse, Atheïstisch manifest en De onredelijkheid van religie (1995 en 2004, uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 198  blz.).  Prof. dr. mr. Herman Philipse (Universiteit Utrecht) gaf een uitgebreidere versie in zijn boek God in the Age of Science ? A Critique of Religious Reason. Oxford University Press, Oxford, 2012,360 blz.

Zie ook: Etienne Vermeersch, Atheïsme. Uitgeverij Luster, Antwerpen,2010. Een heldere uiteenzetting in 62 blz. Sterk aanbevolen kennismaking met het onderwerp.

Child Focus en de Bijbel

Geschiedenis achteraf

Op twaalfjarige jarige leeftijd gaat Jezus met zijn ouders naar de tempel in Jeruzalem.

Op de terugweg van het daar gevierde feest raken zijn ouders hem kwijt in de menigte.  Jozef en Maria verwachtten dat hun kind wel ergens in het reisgezelschap is.  Dit blijkt niet zo te zijn.  Zij keren terug naar Jeruzalem en na drie dagen zoeken vinden ze hem.  Jezus geeft onderricht in de tempel.  Maria vraagt: “Mijn kind waarom hebt gij ons dit aangedaan ?”.  Jezus antwoordt haar “Waarom hebt gij mij gezocht ?” Wist ge dan niet dat ik in het huis van de Vader moest zijn.”  Tot zover deze lezing van het heilige Evangelie (Lucas,2,51-52).

Mocht deze onrustwekkende verdwijning niet tot een goed einde zijn gebracht zou de loop van de geschiedenis er heel anders hebben uitgezien.

Dat is natuurlijk wel geschiedenis achteraf.  Wat zou er gebeurd zijn indien Caesar de Rubicon niet was overgestoken ?  Indien Napoleon niet was verslagen bij Waterloo spraken we nu allemaal Frans, maar indien Hitler de oorlog gewonnen had spraken we nu allemaal… Duits !  Het christendom is ontstaan als een gerucht: “Er zou een Messias geboren zijn”.  Je moet nu eens kijken met hoeveel ze zijn.

Willy Dezutter

 

 

 

God is in Auschwitz gestorven

Voor veel Joden zou het na de holocaust (shoah) onmogelijk worden in de traditionele god te geloven.  Toen de latere Nobelprijswinnaar voor de Vrede Elie Wiesel in het dodenkamp Auschwitz naar de zwarte rook keek die uit het crematorium opkringelde, waarin het lijk van zijn moeder en zijn zuster waren geworpen, wist hij dat zijn geloof voor eeuwig door de vlammen verteerd was.

Op een dag hing de Gestapo een kind op.  Zelfs de SS-ers voelden zich niet op hun gemak bij het vooruitzicht dat ze voor duizenden toeschouwers een jongen moesten ophangen.  Het kind dat in Wiesels herinnering het gezicht van een “engel met bedroefde ogen” had, zei geen woord, was doodsbleek, bijna kalm toen hij het schavot beklom.  “Waar is de Goede God, waar is Hij ?” hoorde Wiesel een van de gevangenen achter hem vragen.  Het duurde een half uur voordat het kind stierf en dit terwijl alle gevangenen verplicht toekeken.

“Waar is God toch?” vroeg dezelfde man weer. Wiesel hoorde een stem in zijn binnenste antwoord geven: “Waar is Hij?” Hier, Hij is opgehangen, aan deze galg” (1).

De verschrikkingen van Auschwitz zetten veel conventionele ideeën over god op losse schroeven.  Veel Joden kunnen het bijbelse concept van een god die zich in de geschiedenis openbaart en die, zeggen ze met Wiesel, in Auschwitz is gestorven, niet meer onderschrijven.

Maar de Joden zijn niet de enigen die geloven dat de holocaust het einde was van de bestraffende Jahweh uit de Schrift.

Het idee van een persoonlijke god, ongenaakbaar en verborgen, valt nog door niemand te verdedigen.

Als deze god almachtig is, had hij de holocaust kunnen voorkomen. Als Hij niet in staat was hem tegen te houden, is Hij onmachtig en nutteloos; als Hij hem wel had kunnen tegenhouden, maar verkoos het niet te doen, is hij een monster.  Dit klinkt modern en logisch maar zo’n filosofische formulering vinden we al bij Epicurus (371-342 v.o.t.).

Niet alleen Auschwitz was exemplarisch ook de massavernietiging van Joden in het door de nazi’s overrompelde Rusland.  Vasili Grossman laat daarover de gevangene Ikonnikov aan het woord: “Op 15 september vorig jaar heb ik toegekeken bij de executie van twintigduizend Joden: vrouwen, kinderen en oude mensen.  Die dag begreep ik dat God zoiets niet kon toelaten en ik zag dat Hij niet bestond.  En in de huidige duisternis zie ik uw kracht, die strijdt met een verschrikkelijk kwaad “ (2).

Het is dan ook absurd te beweren dat het geloof de rede te boven gaat.

De genocide van de nazi’s kostte het leven aan ongeveer zes miljoen Europese Joden en ongeveer één miljoen andere “ongewensten” (homoseksuelen, zigeuners, gehandicapten, e.a.).  Er zijn ook schattingen die veel hoger liggen.  Maar één ding is zeker: ze werden door geen enkele god van de monotheïstische godsdiensten gered !

In ieder geval was god geenszins geschokt, want later volgden nog volkerenmoorden in Cambodja, Rwanda en Bosnië.

De god van liefde is dan ook ver te zoeken.  Maar dat was reeds bekend bij de verlichtingsfilosofen die wezen op de dodelijke aardbeving van Lissabon in 1755, die tevens gepaard ging met een tsunami.  Van de 200.000 inwoners werden er 30.000 – 40.000 gedood en 85 procent van de stad werd verwoest.

Jezus kan een individueel persoon wel nog altijd genezen van een hernia tijdens een gebedsdienst maar de ovens stilleggen in de vernietigingskampen vormde geen prioriteit.  Er is dus alle reden om te twijfelen aan het bestaan van een rechtvaardige god.

Het probleem van het bestaan van het lijden en het kwaad kan beschouwd worden als het voornaamste argument tegen een geloof in god.  Het mooiste excuus dat men weet te bedenken is dat “Gods wegen ondoorgrondelijk zijn” !

Op een ongevoelige god zit niemand te wachten.

Willy Dezutter

  1. Elie Wiesel, De Nacht (Hilversum, 1986), p.65-66 (Ned. vert. van La Nuit. Parijs,1958).
  2. Vasili Grossman, Leven en lot.  Uitgeverij Balans, 2008 (derde druk april 2009), p. 20.

Jezus Christus in tegenlicht. Een kritisch onderzoek.

Jezus vogelvrij

Jezus van Nazareth werd door zijn christelijke volgelingen Jezus Christus genoemd.

Hij was een Joodse prediker, van wie in het Nieuwe Testament wordt verteld dat hij omstreeks 30 na het begin van de jaartelling actief zou geweest zijn in het toenmalige Galilea en Judea.  Hij is de centrale figuur in het Christendom en wordt door gelovige Christenen beschouwd als de Zoon van God.

Wanneer men alles gelooft wat er in de Bijbel staat of wanneer men slaafs de uitspraken van het Vaticaan en de protestantse synodes aanvaardt, is er geen enkel probleem. Wanneer men geloofswaarheden laat samenvallen met historische feiten is verder onderzoek overbodig. Als men blind is voor historisch wetenschappelijke feiten kan men de bovennatuurlijke verschijnselen er gemakkelijk op de koop toe bij nemen.

We zien vooral lijden en kwaad in deze wereld. Een oneindig goede en almachtige god kan zoiets toch maar moeilijk dulden in zijn schepping. Daarom rest ons enkel de wetenschappelijke methode als uitgangspunt voor ons onderzoek. In ons essay Jezus Christus in tegenlicht handelen we over de historische Jezus maar gaan ook de moeilijke punten zoals de wonderen en zijn verrijzenis en hemelvaart niet uit de weg.

U kan op deze website de pdf-versie lezen en gratis downloaden.  Wanneer u de “Blijde Boodschap” verder wenst te verkondigen geven we u hierbij graag de toelating om het door te sturen naar vrienden en bekenden.  Of maak ze attent op het bestaan van http://willydezutter.be.  We doen er dus werkelijk alles aan om zoveel mogelijk mensen gelukkig te maken.  Het komt immers op jezelf aan !

Download Jezus Christus in Tegenlicht