Tag Archives: loge La Flandre

Drie oorlogsslachtoffers (1940-1945) van de Brugse loge La Flandre

Op de colonne funéraire (rouwplanken) van de Brugse loge La Flandre, opgericht op 4 juni 1881, staan de namen van drie broeders aangeduid in rode letters. Ze onderscheiden zich daarmee van de andere namen op de rouwplanken van broeders die afreisden naar het Eeuwige Oosten (1) die worden weergegeven met zwarte letters. Dit onderscheid in kleur werd aangebracht om duidelijk te maken dat de drie afgestorven broeders omkwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

La Flandre behoort tot de obediëntie (koepelorganisatie) van het Grootoosten van België (G.O.B.) , (gesticht 1833), een adogmatische strekking binnen de vrijmetselarij die staat voor scheiding van kerk en staat en individuele gewetensvrijheid. Het G.O.B. had in de Tweede Wereldoorlog 108 slachtoffers te betreuren: 65 weerstanders en politieke gevangenen, 17 gedeporteerde joodse broeders, 11 maçons die vermoord werden door collaborateurs, 9 gesneuvelden bij militaire operaties, 2 krijgsgevangenen en 4 die niet werden geïdentificeerd (2). Die broeders werden in het algemeen eerder omgebracht omdat ze verzetsdaden pleegden dan om hun hoedanigheid van vrijmetselaar (3) en daarenboven werden ze zeer dikwijls aangegeven door collaborateurs.

Grootmeester Jules Hiernaux (1881-1944) werd in 1944 in zijn huis door rexisten (Belgische fascistische politieke beweging) vermoord. Natuurlijk werd door de Duitsers wel de gehele vrijmetselarij geviseerd door de verordening van 20 augustus1941 waarbij de loges werden ontbonden en hun goederen aangeslagen. In Brugge vond in het logegebouw in de Beenhouwersstraat 2 van 8 tot 22 februari 1942 de anti-maçonnieke tentoonstelling plaats die werd georganiseerd door de vzw Volkswacht onder leiding van de collaborateur Joris Desbonnet (Gent 1914 – Dadizele 1993).

Affiche van de anti-maçonnieke tentoonstelling uit 1942 (verzameling vzw La Flandre, Brugge)

Per 1 maart 1943 sloeg de DeVlag (Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap) er zijn tenten op om te blijven tot 10 september 1944, twee dagen vóór de bevrijding van Brugge door de Canadezen. De leider van de DeVlag was toen de Brugse leraar Zeger Andries (1901-1967) die later kon gearresteerd worden en veroordeeld werd (4).

Albert Dalcq (1900 – 1940)

Albert Dalcq werd geboren in Couvin op 31 mei 1900. Na de Eerste Wereldoorlog besloot hij om beroepsofficier te worden in het Belgisch Leger. Op 26 december 1925 werd hij bevorderd tot artillerie-luitenant en zijn benoeming tot artillerie-kapitein volgde op 26 september 1938. In volle mobilisatietijd werd hij kapitein-commandant (5).

In de ochtend van 10 mei 1940 viel het Duitse leger Nederland en België binnen. Cdt. A. Dalcq behoorde tijdens de Achttiendaagse Veldtocht tot de eenheid van het 20steartillerie. Zij en anderen moesten het Albertkanaal verdedigen. Het Fort van Eben-Emael was het centrale punt van de Belgische verdediging aan zijn oostgrens. Het bewaken van de bruggen over het Albertkanaal bij Vroenhoven, Veldwezelt en Kanne, was daarbij cruciaal. Het Fort van Eben-Emael en twee bruggen over het Albertkanaal werden bij verrassing genomen door Duitse parachutisten. Bij deze actie sneuvelde Cdt. A. Dalcq op 10 mei 1940 in Veldwezelt (6). Op 28 mei 1940 capituleerde België. Op 29 mei 1940 stond de Geheime Feldpolizei al in het logegebouw in Brugge.

Marcel Van den Broucke (1888 – 1945)

Hij werd geboren (7) in Sint-Joost-ten-Node op 6 april 1888 . Hij studeerde aan het Koninklijk Atheneum van Brugge waar hij Julius Sabbe (1846 – 1910), ooit stichtend lid van La Flandre in 1881,  als leraar Nederlands had. In Knokke werd hij directeur van de Bank van Brussel.

Vanaf 1 augustus 1921 werd hij liberaal schepen voor onderwijs in Knokke. Op 8 december 1940 nam hij ontslag als schepen en op 27 februari 1941 als gemeenteraadslid. In 1932 was hij medeoprichter van het Willemsfonds-Knokke en in zijn loge La Flandre was hij Achtbare Meester van 1932 tot 1936. Er wordt een portret van hem als Voorzittend Meester bewaard in La Flandre (zie afbeelding) maar dat werd na de oorlog opnieuw uitgevoerd door kunstschilder Armand Van Reck (Blankenberge 1901 – 1981), lid van La Flandre. Er werden immers in totaal bij La Flandre tijdens de oorlog negen schilderijen in olieverf gestolen. Die portretten van Achtbare Meesters (voorzitters) werden nooit teruggevonden.

Portret van Marcel Van den Broucke (1888-1945) als Achtbare Meester van La Flandre (1932-1936). Schilderij in olieverf (afm. 78 x 63 cm), door Armand Van Reck (1901-1981).
Verzameling vzw La Flandre. Foto J. Godecharle, Brugge 

Op 2 juli 1944 werd hij in Knokke als weerstander gearresteerd door de Gestapo en overgebracht naar de Kriegswehrmachtgefängenis van Gent. Op 12 augustus 1944 arriveerde hij, met nog andere Knokkenaars, in het concentratiekamp van Buchenwald.   Daar bezweek hij op 3 maart 1945 (8). Op 1 november 1948 werd door het gemeentebestuur van  Knokke een bronzen gedenkplaat onthuld in aanwezigheid van zijn weduwe Alice D’Hoore (9).

Theodule Macharius ( 1902-1945)

Hij werd geboren (10) te Denderbelle op 13 december 1902. Op 30 juni 1928 behaalde hij zijn diploma van onderwijzer aan de Rijksnormaalschool van Gent. Hij werd onderwijzer aan de gemeentescholen van Sint-Gillis-bij-Dendermonde, Kortrijk, Denderbelle, Hoboken en aan de RMS van Pecq. Op 24 oktober 1931 werd hij benoemd als leraar aan de Rijksmiddelbare School van Brugge. Op 23 september 1939 werd hij gemobiliseerd en bleef tot 26 augustus 1940 onder de wapens.

Tijdens de bezetting stichtte Theodule Macharis de Brugse afdeling van het Onafhankelijkheidsfront dat uit twee afdelingen bestond: de Patriottische Milities en het Partizanenleger. In 1944 werd Theodule Macharis in het partizanenleger aangeduid als instructeur voor Limburg en daar werd hij door de Duitsers aangehouden en op transport gesteld naar het concentratiekamp Neuengamme.

Op 3 mei 1945 werden duizenden gevangenen van Neuengamme in schepen geladen, waaronder de Cap Arcona en achtergelaten in de baai van Lübeck. Op die manier probeerden de nazi’s het bestaan van het kamp te maskeren. De geallieerden (Royal Air Force) zagen de schepen aan voor troepentransportvaartuigen en brachten de schepen tot zinken. Zesduizend gevangenen kwamen om. Zoals Theodule Macharis kregen ze als plaats van overlijden Neustadt (Holstein) dat in de Lübeckerbocht ligt. Er is daar ook een herdenkingsmonument (11).   

De laatste zitting bij La Flandre vóór de oorlog was 10 maart 1940 en na de oorlog was vanaf 3 maart 1945 de tempel weer bruikbaar. Het was de dag dat hun ex-Achtbare Meester Marcel Van den Broucke bezweek in Buchenwald (12).

Willy Dezutter

  1. Het Eeuwige Oosten of E.O. is de maçonnieke uitdrukking om het overlijden van een broeder aan te duiden. Zijn of haar naam wordt dan bijgeschreven op de rouwplanken.
  2. Philippe Cullus, Les Francs-Maçons de Belgique et la deuxième guerre mondiale, in: 50 ans après, des maçons témoignent/ 50 jaar nadien, getuigenissen van vrijmetselaars. Brussel, 1996, p. 18. Op 1 maart 1940 waren er in België (G.O.B.) 29 loges en 4.679 leden. Op 1 maart 1950 was dat cijfer 4.102 of een nationaal verlies van 12,33 %. In Vlaanderen bedroeg het verlies -3,63 %. Ibidem, p. 17. Op 1 maart 2016 telde het G.O.B. 115 loges en 10.167 leden.
  3. José Gotovitch, Réflexions d’un historien, in: 50 ans op.cit. p. 129. De vervolging van de joden was eerder het gevolg van de nazi-ideologie.
  4. Willy Dezutter, De Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap (DeVLAG) in Brugge (1940-1944), in:  Brugs Ommeland , 58 (2018), p. 60-64 en online op willydezutter.be .
  5. Koninklijk Legermuseum, Brussel. Dossier A. Dalcq stamnr. 23089. Eenheid 20ste artillerie. Kapitein-commandant van de 2de groep 4de batterij.
  6. Behalve A. Dalcq sneuvelden op 10 mei 1940 ook nog vijf Belgische soldaten bij Veldwezelt.
  7. Marcel-Auguste-Marie Van den Broucke, Sint-Joost-ten-Node 6 april 1888. Bezweken in Buchenwald 3 maart 1945.
  8. Het Guldenboek van de Belgische Weerstand. Brussel, uitgave Leclercq, 1948, p. 419.
  9. Brochure “Hulde aan Marcel Van den Broucke” met een rede door toenmalig (katholiek) schepen van onderwijs Eugène Mattelaer die “de geest van diepgeworteld humanisme” prees. Eugène Mattelaer (1911-1999) was van 1947 tot 1966 schepen, van 1966 tot 1971 burgemeester van Knokke en nadien van Knokke-Heist tot 1973.
  10. Theodule, Placide, Antoon Macharis, geb. Denderbelle 13.12.1902- omgekomen Neustadt (Holstein) 3 mei 1945. Hij was ongehuwd.
  11. In totaal kwamen 1571 Belgen om in Neuengamme. www.KZ-gedenkstaette-neuengamme.de/geschichte/totenbuch/
  12. Zijn portret kon niet geïdentificeerd worden door Jeffrey Tyssens en Dominiek Dendooven, (red.) “De Heeren Broederkes van den Moortelbak”. 250 jaar vrijmetselarij in West-Vlaanderen, Brussel, 2015, p. 177 en bijgevolg verneemt men ook niets over dit oorlogsslachtoffer.

Henri David Seligmann (Brugge 1868-Elsene 1955)

Henri David Seligmann werd in Brugge geboren op 2 januari 1868 (1) als tweede zoon van David Seligmann, pianomaker, 48 jaar oud en geboren in Wesel (Pruisen) en zijn echtgenote Delphine Hambourg, 29 jaar oud, geboren in Arnheim (Arnhem, prov. Gelderland, Nederland) (2).

In tegenstelling tot wat men zou denken is Henri een veel voorkomende Joodse naam. Zijn oom Henri Hambourg, een broer van zijn moeder, werd op 6 augustus 1843 geboren in Rotterdam.   Het Joodse echtpaar Seligmann-Hambourg woonde met hun kinderen in de Sint-Jacobsstraat 51a te Brugge. Er was in het huisgezin al een dochter Adèle (° Brugge, 1859) en een zoon Maximilien (° Brugge, 1861). In 1873 werd in Brugge een laatste zoon geboren Sigismond Albert. Hij zou verder door het leven gaan als Albert en Albrecht.

Henri David Seligmann (37 jaar) huwde op 10 oktober 1905 in Leuven met Alice Françoise Buelens (° Schaarbeek, 23.10.1873) die toen 32 jaar was. Zij woonde in Schaarbeek maar verbleef in Leuven. De vader van de bruid was Antoine Buelens uit Schaarbeek. De moeder van de bruid Jeanne Françoise Vranckx woonde eveneens in Schaarbeek maar liet zich op het huwelijk vertegenwoordigen per notariële volmacht. Ook Delphine Hambourg, de moeder van de bruidegom, die in Jambes (Namen) woonde, liet zich per notariële volmacht vertegenwoordigen (3). Tussen de twee schoonmoeders zat er kennelijk een haar in de boter. Moeder Delphine Hambourg, weduwe geworden, woonde in Jambes (Namen) en niet meer in Brugge. Haar man David was immers in Brugge overleden op 13 april 1904.

De bruidegom was op dat moment adjunct luitenant bij de Generale Staf van het Belgisch leger en woonde in Jambes (Namen). Voordien woonde hij in Sint-Joost-ten- Node. Op het ogenblik van zijn huwelijk was hij al vrijmetselaar. Hij moet vóór 1905 ingewijd geweest zijn bij de vrijmetselaarsloge La Flandre in Brugge. Deze werkplaats van het Grootoosten van België werd opgericht op 4 juni 1881 en was toen nog hoofdzakelijk samengesteld uit Franstalige liberalen. Hij was oud-strijder 1914-1918 en infanterie-officier.  

Op 1 april 1915 werd aan het IJzerfront bij koninklijk besluit de Militaire Veiligheid opgericht, de Sûreté Militaire. Majoor H. Seligmann  kreeg als cryptograaf de leiding van de militaire inlichtingendienst in 1915-1917 (4). Daarna werd hij directeur-generaal van het Militair Cartografisch Instituut (nu Nationaal Geografisch Instituut) en was verantwoordelijk voor de aanmaak van de militaire stafkaarten (topografische kaarten). Als stafofficier ging hij op pensioen met de graad van luitenant-generaal.  Hij overleed op 87 jarige leeftijd op 26 maart 1955 in de gemeente Elsene (Ixelles) en werd gecremeerd (5).

Hij stond volstrekt los van de joodse geloofsbeginselen en hij ging, net als zijn broer Max Seligmann (1861-1937), volkomen seculier door het leven. Zij gingen hun eigen weg en niet die van de halacha, de weg van de rabbijnse wetgeving.

Willy Dezutter

1 Men leest soms ook 3 januari maar dat was de dag van de aangifte van de geboorte.

1a Zie ook: Willy Dezutter, David Seligmann (1819-1904), pianomaker in Brugge. Op willydezutter.be .

2 Stadsarchief Brugge, Akten Burgerlijke stand, Geboorten 1868.

3 Rijksarchief Leuven, Burgerlijke stand, huwelijken. Provincie Vlaams Brabant. Inventarisnummer 36894/ 0 0001, 10 oktober 1905, aktenummer 300.

4 Kenneth Lasoen, Geheim België . De geschiedenis van de inlichtingendiensten 1830-2020. Lannoo, Tielt, 2020, p. 142.

5 De wet op de crematie kwam tot stand op 21 maart 1932 vanwege de oprichting van een crematorium in Ukkel. De eerste crematie vond plaats op 21 juni 1933.

De Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap (DeVLAG) in Brugge (1940-1944)

De organisatie die tijdens WO II haar intrek nam in boekhandel De Reyghere op de Markt te Brugge heette de DeVlag (uitspraak DéVlag) of voluit de Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap (1).

Even de geschiedenis opfrissen.  Op 28 mei 1940 capituleerde België.  Dezelfde dag om 8.00u ’s morgens stonden de Duitsers al op de Markt van Brugge.  De collaboratie kon nu ook uit het verborgene treden en haar ware gelaat tonen.  De DeVlag (Deutsch-Flämische Arbeitsgemeinschaft) was al in 1935-1936 ontstaan als een beweging die de uitwisseling trachtte te bevorderen tussen de Duitse en Vlaamse studenten. In de meidagen van 1940 was DeVlag even in verwarring maar vanaf juni herpakte men zich en onder leiding van Jef Van de Wiele (1903-1979), groeide DeVlag uit van een culturele tot een politieke organisatie volgens de principes van het nationaal-socialisme en vormde zij een belangrijk element in de politiek van de SS om België in zijn macht te krijgen (2). Daardoor kwam DeVlag in conflict met het Vlaams-Nationaal Verbond (VNV), tot dan toe de politieke uitdrukking van het Vlaams-Nationalisme. Die strijd zou de evolutie van de collaboratie in Vlaanderen in sterke mate beïnvloeden (3).

Het eerste slachtoffer van DeVlag was de Brugse uitgever-boekhandelaar Lucien De Reyghere (1898-1953) die in 1920 de boekhandel al verhuisd had van hoek Breidelstraat 2 naar het nu nog steeds vertrouwde adres Markt 12.  Lucien De Reyghere stond bekend als anglofiel en besefte het gevaar.  Hij was daarenboven lid van de Brugse loge La Flandre (G.O.B.).  Daar werd hij ingewijd in 1920 en in 1940 was hij er tweede secretaris.  Hij vluchtte in mei 1940, samen met zijn vrouw Yvonne Huybrechts (lid van de loge Aurore (DH) in Brugge sinds de stichting in 1930) en hun twee dochters, met de laatste nog beschikbare boot vanuit Calais naar Engeland.  Daar werkte hij gedurende de oorlog bij de BBC als vertaler Duits-Engels.  De winkel op de Markt werd ontruimd door de DeVlag en omgevormd tot een steunpunt.  Dat pand was natuurlijk zeer goed gelegen om als propaganda-uitstalraam te dienen.  Het was echter een andere Brugse uitgever-boekhandelaar die bij DeVlag een rol zal spelen en meteen een concurrent kon uitschakelen.  Dat was Hendrik Cayman (1894-1946) die eind 1940 op verzoek van Jef Van de Wiele was toegetreden en actief bleef tot eind 1942 (4).  Op 14 november 1940 werd hij inderdaad Celleider van de Cel Brugge van DeVlag.  De lokale zetel was gevestigd op het adres Albert I-plein 9a (nu ’t Zand).  Later vergaderde men nog in een geconfisqueerd café in de Vlamingstraat en bij Cayman thuis in de boekhandel “Cultura” (gesticht 1924) in de Niklaas Desparsstraat 13.

Maar al snel zou er een nieuw vergaderlokaal in zicht komen.  Bij Duitse verordening van 20 augustus 1941 werd de vrijmetselarij in ons land verboden en de bezittingen verbeurd verklaard (5). De “Geheime Feldpolizei” (GFP) deed al één dag na de capitulatie van het Belgisch leger (28 mei 1940), op 29 mei 1940, een inval in de Brugse loge.  Het was de Volksmacht, een andere vereniging uit de collaboratie, met hoofzetel in Gent, die in februari 1942 een antimaçonnieke tentoonstelling organiseerde in het logegebouw in de Beenhouwersstraat met als organisator de beruchte Joris Desbonnet (Gent 1914-Dadizele 1993).  Deze tentoonstelling liep van 7 februari tot 22 februari en telde 6.667 bezoekers.

Affiche van de anti-maçonnieke tentoonstelling uit 1942 (verzameling vzw La Flandre, Brugge)

De eerste week kwamen er 5.807 bezoekers waardoor de sensatielust meteen werd bevredigd.  Wel was het DeVlag die uiteindelijk daar haar intrek nam op 1 maart 1943. Daarover werd triomfantelijk bericht in het Brugsch Handelsblad dat overigens tijdens de oorlog bleef verschijnen en onder sekwester stond van de Duitsers (6).  De DeVlag kon op de volledige steun rekenen van het Brugsch Handelsblad door de figuur van Joe de Troetsel, een Antwerpenaar die in augustus 1941 werd aangesteld als hoofdredacteur (7).  Joe de Troetsel (1911-1994) kwam als oorlogsvluchteling vanuit Antwerpen terecht in Brugge waar hij een afdeling van de Volksverwering stichtte, een anti-joodse organisatie van extreemrechtse signatuur. Begin 1942 trad hij in Brugge toe tot de DeVlag (8).

Foto verzameling Willy Dezutter, Brugge

Het geconfisqueerde logegebouw Beenhouwersstraat 2, hoofdzetel van de DeVlag (1943-1944) (foto verzameling Willy Dezutter, Brugge)

Aan het hoofd van de Brugse DeVlag kwam Viktor (Zeger) Andries (1901-1967) te staan, een leraar van het Brugs Conservatorium.  Deze naaste medewerker van Hendrik Cayman was in juni 1942 zakelijk leider geworden van de Cel Brugge.  Elk kaderlid van DeVlag werd ook verplicht lid te worden van de Germaanse SS Vlaanderen.  Er werd ook een veiligheidskorps gehecht aan DeVlag dat deelnam aan razzia’s zoals die op het kasteel “Drie Koningen” in Beernem van burgemeester Hubert van Outryve d’Ydewalle (1909-1945, bezweken in Duitsland).  Die jacht op verzetsstrijders werd hen na de oorlog bij de berechting zwaar aangerekend met navenante zware straffen.  DeVlag-leider Zeger Andries was op 2 september 1944 met zijn familie gevlucht naar Duitsland maar keerde begin juni 1945 terug naar Brugge.  Hij werkte goed mee met het Krijgsauditoraat in de hoop het vege lijf te kunnen redden.  Op 24 januari 1946 kreeg hij niettemin de doodstraf, een vonnis dat op 7 mei 1946 werd bevestigd bij arrest van het Krijgshof in Gent.  Zijn echtgenote, ook een ijverige medewerkster van de DeVlag in Brugge, zou zich na haar vrijlating uit het interneringskamp van Sint-Kruis (Brugge), hardnekkig blijven inzetten voor de herziening van zijn proces. Via een genademaatregel van de Prins-Regent op 22 januari 1948 werd de doodstraf omgezet in levenslange hechtenis.  Na 1950 kwam hij vrij (9).

Brugge werd bevrijd op 12 september 1944 maar DeVlag had het gebouw al verlaten op 10 september 1944.  In het gebouw was er grote schade maar de vrijmetselaarstempel was niet verwoest.  De vrijmetselaarsloge La Flandre (gesticht in 1881) kon er pas opnieuw vergaderen vanaf 17 februari 1945 (10).  De eerste tempelzitting ging door op 3 maart 1945.  Het hoofdkwartier van DeVlag was dus in de Beenhouwersstraat 2.  Op de borstwering van het logegebouw hing het DeVlag-schild en op de zijgevel stond in grote witte letters “Vlaamsch-Duitsche Arbeidsgemeenschap”.  In de publiciteitskast tegen de buitenmuur maakte men uitsluitend propaganda voor de SS-Man, het propagandablad van de Algemene-SS Vlaanderen.  Het kan verkeren.  De geconfisqueerde boekhandel De Reyghere was dus uitsluitend  propagandakantoor maar niet het zenuwcentrum.

Willy Dezutter

1 Voor de algemene geschiedenis van de DeVlag zie: Frank Seberechts, Geschiedenis van de DeVlag. Van cultuurbeweging tot politieke partij 1935-1945. Gent, 1991

2 Jef Van de Wiele (1903-1979), hoofdredacteur van tijdschrift DeVlag. Hij leidde de DeVlag in de richting van de Waffen-SS. Hij werd SS-Obersturmführer. In 1945 ter dood veroordeeld, in 1946 omgezet in levenslang. Vrijgelaten in 1963, overleden in 1979.

3 Bruno De Wever, Greep naar de macht. Vlaams-Nationalisme en Nieuwe Orde: het VNV. Gent/Tielt, 1994 o.a. deel 2 hoofdstuk 8 Het VNV in de Belgische politiek (1936-mei 1940) en ook deel 3, hoofdstuk 5 Het VNV en de DeVlag. Een belangrijke nabeschouwing van B. De Wever: Van wierook tot gaslucht. De beeldvorming over de Vlaams-nationalistische collaboratie, in: Docendo discimus. Liber Amicorum Romain Van Eenoo, Gent, 1999, p. 607-614.

4 Zie voor Cayman: Andries Van den Abeele, H. Cayman-Seynave en Cultura. Brugse uitgever en boekhandelaar 1928-1944, in: Biekorf, 2008, p. 218-229.

5 Zie vooral: Jimmy Koppen, Passer en Davidster. De strijd van de Duitse bezetter en de collaboratie tegen de vermeende samenwerking van vrijmetselaars en joden in België (1940-1944), Brussel, 2000, p. 43-71.

6 L. Schepens, Brugge Bezet. 1914/1918 – 1940/1944. Lannoo, Tielt-Weesp, 1985, p. 192-195.

7 Kurt Ravyts en Jos Rondas, Het Brugse 1940-1945. Deel 1 Collaboratie en Verzet, Kortrijk, 2000, p. 274.

8 Lieven Saerens, Vreemdelingen in een wereldstad. Een geschiedenis van Antwerpen en zijn joodse bevolking (1880-1940), Lannoo, Tielt, 2000, p. 508.

9 K. Ravyts en J. Rondas, op.cit. p. 314-315. De auteurs baseerden zich op het strafdossier van Viktor (Zeger) Andries.

10 Willy Dezutter, De ledenlijst van de loge La Flandre in Brugge uit 1940. Een sociologische benadering. In: Biekorf, 116 (2016), 2, p. 321 en J. Tyssens en D. Dendooven, (red.) De Heeren Broederkes van den Moortelbak. 250 jaar vrijmetselarij in West-Vlaanderen. ASP-uitgeverij, 2015, p. 30.

Dit artikel verscheen in het tijdschrift Brugs Ommeland, 2018, 2, p. 60-63.