Inleiding
De dichter, essayist en beeldend kunstenaar Renaat Ramon werd geboren te Brugge op 17 oktober 1936. Dit jaar zal hij dus zijn 90ste verjaardag vieren. Over deze coryfee schreven wij in 1985 een fundamenteel artikel dat echter wat in de verdrukking kwam omdat het verkeerd werd afgedrukt in de catalogus Ramon Zomertentoonstelling in de toenmalige EBES-galerij te Knokke-Heist in 1985. Het is evident dat we daar nooit over geklaagd hebben.
Nu, na meer dan veertig jaar, nemen we de gelegenheid te baat om die bijdrage in de juiste typografie te hernemen als een eerbetuiging voor de 90-jarige heraut van het constructivisme in Vlaanderen in de 20ste en 21ste eeuw. Daarbij valt het op dat de essentie van zijn kunstenaarschap is gebleven: een perfectionist met een uitgesproken drang naar het mathematisch geordende.

Het zou wel intellectueel oneerlijk zijn om niet even te verwijzen naar zijn opvallende prestaties na 1985. Zo is hij maar liefst auteur van vijftien gedichtenbundels. Een bloemlezing uit zijn woord- en beeldpoëzie verscheen in 2012 met een inleiding van Jooris van Hulle. Vorm & Visie: geschiedenis van de concrete en visuele poëzie in Nederland en Vlaanderen werd in 2014 gepubliceerd en inmiddels herdrukt. Zijn bibliografisch essay Geschreven Tijd: literaire en semi-literaire tijdschriften in West-Vlaanderen 1805-2005 uit 2005 springt in het oog en wijst op zijn grote veelzijdigheid. In 2016 deelde hij de Dirk Martens Literatuurprijs met Lies van Gasse. In 2021 verscheen Borgtocht, zijn verzamelde gedichten in twee delen: Woordwerk en Beeldwerk. In 2025 verscheen Modus, iconische poëzie, ingeleid door Hans Vandevoorde. In het algemeen en in het bijzonder voor zijn beeldend werk verwijzen wij naar de uiterst zorgvuldig bijgehouden website renaatramon.be . Deze knappe bio-bibliografie is het werk van zijn echtgenote Lieve Terrie. De dichter Hendrik Carette (geb. Brugge, 1946) wist het al wanneer hij spreekt over Renaat Ramon: Mentaal blijf jij de jonge meester (1).
Willy P. Dezutter, ereconservator Stedelijke Musea, Brugge
Renaat Ramon, supra-individualist van de concrete kunst
Reeds meer dan twintig jaar werkt Renaat Ramon (Brugge, 1936) in een geconstrueerde beeldende taal die elke emotionaliteit en elke symbolische, literaire of narratieve inhoud weert ten voordele van de intrinsieke waarde van lijn, vorm, kleur en materiaal. Deze artistieke opvatting voert ons terug naar de begindatum van de niet-figuratieve kunst (1913): het suprematisme van Kazimir Malevitsj (Kiev 1879 – Leningrad 1935) (2), het constructivisme van Vladimir Tatlin (1885-1953) (3), Antoine Pevsner (1886-1962) (4) en Naum Gabo (1890-1977) (5).
In 1920 publiceren de gebroeders Pevsner en Gabo de beginselen van het constructivisme in hun Realistisch Manifest. Het manifest van De Stijl verscheen in 1918. Deze beweging, ontstaan in Nederland, werd in 1917 opgericht rond de figuur van Piet Mondriaan (1872-1944). Het manifest werd als enige beeldhouwer ondertekend door de Belg Georges Vantongerloo (1886-1965). Zijn vroege constructies zijn nu nog altijd “modern” en zelfs richtinggevend, hetgeen wijst op het tijdloze karakter van de zuivere abstractie (6). Een 20ste-eeuwse versie van het eeuwig classicisme !
Theo van Doesburg (1883-1931) , de oprichter van het tijdschrift De Stijl voert in 1930 de term concrete kunst (in. Dank zij hem past het Bauhaus (1919-1933), sinds 1923 de beginselen van Mondriaan toe, zowel in architectuur als in vormgeving. De geometrische abstractie is na de Tweede Wereldoorlog overal opgang blijven maken, ook in België met o.a. Jo Delahaut, Luc Peire, Gilbert Swimberghe en Gilbert Decock. In de zeventiger jaren legde het neo-constructivisme zich ook toe op conceptueel onderzoek.
De schilderijen, reliëfs en beelden die Renaat Ramon tussen 1958 en 1985 gemaakt heeft, zijn gebaseerd op een kunstenaarsvisie die hij in 1962 zelf verwoord heeft in de uitspraak: Mijn schilderijen en plastieken kopiëren niets, stileren niets, abstraheren niets. Ze zijn iets. Dit artistiek credo, consequent volgehouden in zijn werk, sluit aan bij het begrip concreet in de betekenis die Theo van Doesburg (Base de la peinture concrète, manifest opgesteld december 1929, gepubliceerd april 1930) aan dit woord heeft verleend, toen hij schreef dat concreet het tegenovergestelde is van abstract, dat er niets méér concreet kan zijn dan een lijn, een vlak, een vorm, een kleur, wanneer ze niets anders wil zijn dan lijn, vlak, vorm, kleur.
De minimal art heeft in het midden van de jaren zestig de principes van de concrete kunst opnieuw duidelijk gesteld. Deze kunstenaars onderschreven de uitspraak van Max Bill (Winterthur, 1908): Concreet is het tegengestelde van abstract. Concreet is de “Gegenständlichmachung (de verdinglijking) van iets, dat voorheen niet zichtbaar, niet grijpbaar aanwezig was. Doel van de concretisatie is, abstracte gedachten in de werkelijkheid zinnelijk vatbaar uit te beelden (7).
Het plastisch oeuvre van Ramon bestaat uit verchroomde metalen, sculpturen in roeststaal en steen, sculpturen in plexiglas en houten reliëfs. De structuur gaat meestal terug op geometrische figuren of stereometrische lichamen. Zijn objecten zijn helder, streng en sober uitgewerkt. Het totale oeuvre wordt gekenmerkt door een rationele ordening van vorm en (monochrome) kleur en een strenge mathematisch doordachte constructie. Door een minimum aan elementen verkrijgt hij een maximale zeggingskracht zonder gevaar voor schraalheid en vervlakking. De relaties tussen bol en kubus, lijn en vlak hebben genoeg spankracht om het pure zijn weer te geven. Het meetbare, het praktische en het zuiver objectieve staan op de voorgrond.
In 1983 verscheen bij de uitgeverij Le Décagone (Brussel) een uitvoerige, rijk geïllustreerde monografie over Renaat Ramon, geschreven door Jaak Fontier (8). Deze kunstcriticus heeft een grote bijdrage geleverd tot de kunstkritiek door zijn vele publicaties over constructivistische kunstenaars. Wij citeren uit voornoemde monografie de volgende paragraaf: Meer dan ooit beweegt de kunst van Ramon zich aan de antipode van elke figuratieve allusie. Meer dan ooit toont dit werk zich onverschillig voor de toevallige – al te toevallige – schoonheid van natuurgegeven vormen. De primordiale eis die Ramon als scheppend artiest aan een kunstwerk stelt is deze van de oorspronkelijkheid. Deze “originaliteit als poëtische tucht” is het, die hem steeds weer dwingt tot het verkennen en verleggen van grenzen. Noch de al dan niet biografisch gekleurde anekdote, noch de fascinatie door de materie vormen de aanzet tot het kreatief proces, maar wel het intellectueel doordacht en mathematisch concept (9).
Ramon is inderdaad geen afbeeldende maar een scheppende kunstenaar. Hij vertrekt niet van een toevallige steen (waarvan er vele kubieke meters op zijn werf liggen) maar van een concept, een idee. Improvisatie of toeval is bij het scheppingsproces van het kunstobject uitgesloten. De constructie, waarin de symmetrie een grote rol speelt, beantwoordt aan een vooropgesteld doel en verloopt volgens een wetmatig plan, exact opgebouwd uit constanten en meetbare, dus analyseerbare en controleerbare elementen. Experiment en onderzoek, een doelbewust proces, gaan aan het eindresultaat vooraf. Deze systematische voorbereiding vindt zijn samenvatting in een modeltekening van het uit te voeren werk.
Naar werkmethode en resultaten kan het werk van Ramon vergeleken worden met constructivisten zoals Jan van den Abbeel (Denderbelle, 1943), Piet Bekaert (Vichte, 1939), Yves De Smet (Gent, 1946). Zoals bij de minimal art zijn de werken vaak modulair van opbouw, d.w.z. dat het werk bestaat uit een aantal identieke vormen. De bekende beeldhouwer Hans Arp (1887-1966) weigerde zijn werk als abstract te zien. Hij gebruikte liever de term concreet: Nous ne voulons pas copier la nature. Nous ne voulons pas reproduire, nous voulons produire. Nous voulons produire comme une plante qui produit un fruit et ne pas reproduire. Nous voulons produire directement et non par truchement. Comme il n’y a pas la moindre trace d’abstraction dans cet art nous le nommons: art-concret. Hij sluit hier onmiddellijk aan bij Theo van Doesburg die stelt dat het concrete kunstwerk volledig in de geest is uitgedacht voordat het uitgevoerd wordt, terwijl daarentegen de abstracte kunst gevoelsmatig of door abstrahering van de natuur ontstaat.
Renaat Ramon gaat nog een stap verder door te stellen dat de vraag of de kunstenaar zelf het concept uitvoert of niet, niet belangrijk is. Men moet niet bij een smid in de leer geweest zijn om een beeldhouwwerk met grote signaalkracht te kunnen ontwerpen. We mogen hierbij niet vergeten dat Laszlo Moholy-Nagy (1895-1946) reeds in de dertiger jaren supra-individualistische werken maakte, waarvan hij de uitvoering dicteerde aan de werkleider van een bedrijf. De beeldhouwer-architect Jacques Moeschal (Ukkel, 1913) (10) gebruikt dezelfde werkmethode voor de plaatsing van de monumentale sculpturaal-architectonische en geometrisch zuivere constructies die een teken vormen op sommige plaatsen langs onze autowegen. De Amerikaanse minimal-artiesten (Bladen, Grosvenor, Smith) pasten industriële materialen en technieken toe en lieten hun werk meestal in een fabriek uitvoeren. Het ontwerp is de creatie en bij de uitvoering van het werk dient de kunstenaar enkel te letten op de hoogste kwaliteit van het materiaal en dient hij perfectie te eisen.
Meubelontwerpers van constructivistische strekking zoals Jos De Mey (Sint-Denijs-Westrem, 1928), Emiel Veranneman (Kortrijk, 1924) en Pieter De Bruyne (Aalst, 1931) laten hun meubels en meubel-sculpturen vervaardigen in meubelateliers waar nog gewerkt wordt op artisanale wijze. Ook zij beklemtonen de rede in hun creatieproces (11).
De integratie in de architectuur
De sculpturen en reliëfs van de constructivisten lenen zich uitstekend tot integratie in de architectuur. De beeldhouwkunst is een publieke kunst, geen intieme. Sculptuur heeft ruimte nodig. Het is een kunst op zichzelf om beeldende kunst in de architectuur te integreren. Er moet ook een intense relatie bestaan of groeien tussen de architect en de kunstenaar. De architect moet artistiek gevoel hebben en de kunstenaar moet iets van architectuur begrijpen. Het werk van Renaat Ramon leent zich uitstekend tot integratie en dat blijkt uit het jongste werk dat hier geëxposeerd wordt zoals As x-3 & As x -4 ( blz. 8-9) en Space I (blz. 10) en Space II (blz.11). Het betreft hier weliswaar meestal het schaalmodel of maquette.
Helaas ontbreken in Vlaanderen de nodige fondsen voor kunstopdrachten. In Nederland wordt bij de bouw van openbare gebouwen, scholen, ziekenhuizen, enz. automatisch 1 % van de bouwkosten aangewend voor geïntegreerde kunst. Via openbare inschrijving kan elke kunstenaar meedingen. De kunstenaars ontvangen een opdrachtomschrijving, architectentekeningen en overig relevant documentatiemateriaal. Een dergelijk kunstopdrachtenbeleid zou bij ons navolging verdienen (12).
In Vlaanderen werd wel een regeling uitgewerkt voor de geïntegreerde kunstwerken in Culturele Centra. De toelage is beperkt tot 60 % van een bedrag van ten hoogste 2 % van de totale bouwkosten. Voor het Cultureel Centrum “De Dijk” in Brugge (blz. 12, architecten Fernand Sohier (13) en Eugène Vanassche) kon van die regeling gebruik gemaakt worden zodat Renaat Ramon de kans kreeg om de Cycloop te plaatsen, een vrijstaand monument van 520 cm x 130 x 45 cm (staal, geel gelakt) (14).
Dat Ramon veel zou aankunnen op dit vlak blijkt ook uit zijn nieuw ontworpen reeks Mucronis (blz.13 t/m 22). Van deze reeks van 9 maquettes zijn I t/m IV bedoeld als reliëf. V kan uitgevoerd worden als reliëf en als beeld. VI t/m VIII als beeld terwijl Mucro IX grondvlak en wand verbindt. Uiteraard dient er een eenheid te bestaan tussen de architectuur en de kunst, zij dienen beide eigentijds te zijn.
In de nieuwe landen (U.S.A., Mexico, Brazilië ) is die eenheid het verst gevorderd. Door Luc Peire (Brugge, 1916) werden in Frankrijk grote integratiewerken uitgevoerd (15). Met betrekking tot Ramon zijn we het eens met de Nederlandse kunstcriticus Erik Slagter die over hem schrijft (Ons Erfdeel, 1984, 3): Het consequente streven en de sterke beheersing in zijn beeldhouwwerken maken Ramon reeds tot een kunstenaar die de grenzen van zijn land verre overschrijdt en wiens werk een internationale reputatie zeker verdient. Ramon zou met dit werk in het buitenland geen slecht figuur slaan omdat het meer is dan loutere decoratie.
Zijn overig œuvre
Wat Ramon van de andere constructivisten onderscheidt is het spelelement in zijn werk. Zijn kleinsculpturen zijn meer dan monochroom gelakt hout of ijzer. Verschillende werken kan men manipuleren, ze zijn verstelbaar. Dit ludieke spel van evenwicht en harmonie is vertegenwoordigd in werken als Mekka (blz. 23) en Avonturen van een kubus in de ruimte (blz. 24).
Voor het eerst probeert hij dit ook uit in een reeks waarin verschillende kleuren een rol spelen: “De gustibus et coloribus (1984- zie cover-kleurdruk). Dit kleurexperiment wijkt af van de anders zo scherp afgelijnde monochrome sculpturen. Vrijwel alle beeldhouwkunst heeft gebruik gemaakt van polychromie. In de Middeleeuwen werd alle beeldhouwwerk gestoffeerd en pas de Italiaanse Renaissance liet het marmer ongekleurd, omdat men, ten onrechte, aannam dat de antieken dat ook gedaan hadden. De emotionele betrokkenheid wordt door het kleurgebruik verhoogd en verleent aan het zuivere kijkobject een extra dimensie. Voor Ramon blijft het “beeldhouwen” zijn denken. Als kunstenaarstype is hij erg verwant aan Mark Verstockt (Lokeren, 1930). Ook bij deze kunstenaar geven de afgebeelde werken een idee van zijn opvattingen en werkwijze (16). Zoals Verstockt, is Ramon een veelzijdig kunstenaar: hij is auteur, kunstcriticus, dichter en grafisch vormgever. Voor dit laatste kan naar de sublieme reeks illustraties verwezen worden, in blinddruktechniek, in de mooi verzorgde editie Vulnerant omnes ultima necat van Etienne de Sadeleer (geb. Brussel, 1923), een uitgave van Le Décagone (Brussel, 1984) (17). De concrete poëzie is een experimentele dichtkunst waarbij poëzie en typografie ten nauwste samengaan. Zijn perfecte en zuivere kunst komt voort uit een krachtige persoonlijkheid. Met weinig middelen creëert hij het perfecte driedimensionale systematische kunstobject, zoals Willy De Sauter (Dudzele-Brugge, 1938) met de uitdrukkingswaarde van de lijn het tweedimensionale kan accentueren (18).
De contemplatieve kunst van Renaat Ramon is gericht op concentratie en energie. De Amerikaan Walter De Maria (geb 1935) maakte in 1966 een staaf van gepolijst roestvrij staal High Energy Bar, energie samengebald in een staaf metaal. Ook bij Renaat Ramon bestaat de kunst op zichzelf: zien en zijn vallen volkomen samen. De eenheid van geest en materie, inhoud en vorm zijn hier congruent.
Willy P. Dezutter
1 Hendrik Carette (Renaat Ramon, 2011) op: de-dichter-hendrik-carette-blogt.be Met dank voor Afscheid van mijn geboortestad dd. 26 december 2025.
2 Kazimir Malevitsj of Casimir Malevich (in het Engels). Een Oekraïens kunstschilder en theoreticus van het constructivisme, door de Russen als Sovjetkunstschilder geclaimd. In december 1915 publiceerde Malevitsj zijn Suprematisch Manifest en definieerde het suprematisme als de absolute macht van de beeldende expressie.
3 Vladimir Tatlin werd geboren in de Oekraïense stad Charkov.
4 Antoine Pevsner (1886-1962) was een Russisch-Frans beeldhouwer en de oudere broer van Naum Gabo (1890-1977).
5 Naum Gabo, geboren als Naoem Pevsner (1890-1977), was een Russisch-Amerikaans schilder en beeldhouwer.
6 In 1996 werden door mijn collega Dirk De Vos (1943-2024) vijf belangrijke werken van de pionier Georges Vantongerloo aangekocht voor het Groeningemuseum van Brugge. Tot voorheen was er geen enkel werk van G. Vantongerloo aanwezig in een Belgisch museum ! Zie voor het belang van Dirk De Vos voor de oude en hedendaagse kunst: Willy Dezutter, In memoriam Dirk De Vos (1943-2024), in: Brugs Ommeland, 2024,1, p. 58-62 en online willydezutter.be geplaatst op 1 juni 2024.
7 Max Bill (Winterthur 1908-Berlijn 1994 ) was een Zwitserse architect, schilder, graficus, beeldhouwer en schrijver. De vijf kunstwerken van Georges Vantongerloo die het stadsbestuur van Brugge (Groeningemuseum) in 1996 kon verwerven kwamen uit zijn verzameling. Zijn tweede echtgenote en kunsthistorica Angela Thomas stichtte in 1997 de Max Bill Georges Vantongerloo Foundation in Zumikon (Zwitserse kanton Zürich ).
8 Zie voor de kunstcriticus Jaak Fontier (1927–2017): Willy Dezutter, Afscheid van Jaak Fontier (1927– 2017), op de weblog willydezutter.be geplaatst op 27 maart 2017. Jaak Fontier was één van de weinigen die op een verstaanbare wijze kon schrijven over kunst, ook abstracte kunst. Rationaliteit als de grondslag voor niet-zweverige kunstbeschouwing.
9 J. Fontier, Ramon. Brussel, 1983, p. 131. We hebben de spelling niet aangepast. Nu zou dat zijn: creatief, intellectueel, concept.
10 Jacques Moeschal (Ukkel 1913 – Oudergem 2004), architect en beeldhouwer bekend van zijn monumentale beeldhouwkunst. Zijn sculpturen van aluminium, staal en beton zijn geometrisch abstracte bakens langs de autostrade.
11 L. Daenens en F. Defour, Meubeldesign en kunst. Pieter De Bruyne, Frans Van Praet, Emile Veranneman, Brussel, Gemeentekrediet, 1991, p. 29-45. Emile of Emiel Veranneman (1924–2004) en Pieter De Bruyne (1931–1987) waren vrienden en beide ontwerpers legden de nadruk op ornamentloos functionalisme.
12 In Vlaanderen bestaat sinds 2019 het Decreet Kunst in Opdracht. De algemene 1 % regeling bestaat nog niet. Het budget wordt berekend volgens een getrapte schaal. De toepassing is wel verplicht.
13 Fernand Sohier (Brugge 24.12.1929 – Brugge 31.11. 2007) was een modernistisch architect en leerling van Peter Callebout (1916–1970), architect en designer.
14 Behalve De Cycloop (1983) staat in de openbare ruimte in Brugge ook Octogon (1997 ) en Polis de Hommage aan Auguste de Maere d’Aertrycke ( Zeebrugge, 2004 ). Voor duidelijke afbeeldingen van dit werk verwijzen we naar de website renaatramon.be .
15 Luc Peire (1916–1994). Hoewel hij vooral bekend staat als schilder was Peire ook een sleutelfiguur in een bredere artistieke omgeving waarin abstracte kunst, moderne architectuur en design elkaar beïnvloedden.
16 Marc Verstockt (Lokeren 1930 – Antwerpen 2014), beeldhouwer, graficus en kunstschilder.
17 De auteur Etienne de Sadeleer (geb. 1923 ) overleed op 1 maart 2003. Hij zei altijd: Je suis le dernier écrivain flamand qui écrit en français. Mededeling Francine Huys.
18 Werk van Willy De Sauter (geb. 1938) werd opgenomen in de collectie van het Groeningemuseum (Brugge). Hij woont nog altijd in Tielt. Hij ontwierp van 1974 tot 1998 de zeer kenmerkende cover van het museologisch tijdschrift Museumleven toen we zelf hoofdredacteur waren.
Addendum – Academische Zitting Renaat Ramon
Op de vooravond van zijn 90ste verjaardag verscheen van Renaat Ramon het boek “Borgtocht. Beeldend Werk”. Het boek is een uitgave van uitgeverij Phoenix en werd voorgesteld tijdens een academische zitting in de gotische zaal van het Brugse stadhuis op 16 oktober 2026. In 2021 verscheen van Renaat Ramon eerder al “Borgtocht. Verzameld dichtwerk”. Op deze hulde door het stadsbestuur van Brugge werd zijn beeldend werk toegelicht door de kunstcriticus Johan Debruyne.
U kunt uit dit artikel citeren mits bronvermelding met de volgende referentie: Willy Dezutter, Renaat Ramon supra-individualist van de concrete kunst: 90 jaar, op willydezutter.be [online] geraadpleegd op … [datum].
















