Tag Archives: miniatuurkunst

Het ezelsvel van Jan van Eyck

De kunstschilder Jan van Eyck (ca. 1390-1441) kwam oorspronkelijk uit de wereld van de miniatuurkunst. Van Eycks schilderstijl, met zijn nadruk op waarneming en detail, wortelde in de ontwikkelingen in de miniatuurkunst van die tijd. Zijn vermogen om minuscule details te schilderen getuigt van een scherpe blik en een nauwkeurige weergave van de werkelijkheid, een eigenschap die hij deelde met de miniatuurkunstenaars.

Zijn werken, zoals “Het Lam Gods”, tonen een ongekend realisme en detail, waarbij hij miniaturen omzette in levensechte figuren. Zijn intensief kleurenpalet: de kracht van de hoofdkleuren rood, groen en blauw verenigd, de vertrouwdheid met de weergave van het licht zien we terug in miniaturen die aan hem zijn toegeschreven (1). Hij hield nauwe banden aan met de boekverluchters in Brugge, die van topniveau waren.

Hij was dus vertrouwd met de techniek van de boekverluchting en kende de dragers, het perkament, als geen ander. Perkament had vanaf de 2de eeuw al de papyrus vervangen als drager van handschriften, vooral in vochtige klimaten zoals het onze. V oor de voornaamste opdrachtgevers was ezelsvel het hoogwaardige perkament, het meest duurzame als drager. Ezelsvel had de eigenschap om de toegevoegde versieringen op de omslag van het boek zoals goud- of zilverbeslag, email, bergkristallen, edelstenen of ivoren plaatjes met snijwerk bijeen te houden en moeiteloos te dragen. Ook waren de lichte kalverenvellen of velijn minder bestand tegen atmosferische invloeden vanwege hun geringe dikte, wat tot vervormingen kon leiden. Het ezelsvel was bovendien bestand tegen herhalingen of verbeteringen. Het wegkrabben met een schrapmes kon zonder probleem herhaald worden op een drager uit ezelsvel, gezien de stevige dikte.

Deze dragers bleven lang populair, tot in de 18de eeuw voor luxe-handschriften. Om atmosferische invloeden minder kans te geven prepareerden en beschilderden de Vlaamse Primitieven hun panelen en lijsten (de panelen waren al ingewerkt in de lijst bij aanvang van de preparatie) op voor- en achterzijde. Zo ook deed Jan van Eyck dit met het Portret van Margareta van Eyck in 1439 (2).

Op vraag van Dirk De Vos (3), conservator Groeningemuseum en van het restauratieatelier van de Stedelijke Musea, waarvan ik deel uitmaakte, werd de achterzijde van het ingewerkt paneel met het portret van Margareta van Eyck nader onderzocht door de professoren Roger Van Schoutte en Hélène Verougstraete (KUL en UCL). Het paneel in eik had, onder invloed van atmosferische invloeden en veroudering ( het krimpen van het hout), het zo kenmerkende barstennet veroorzaakt in de preparatie- en verflaag aan de voorzijde, goed zichtbaar in het gezicht van de geportretteerde Margareta. Door de krimping (veroudering) van de lijst in de eikenhouten drager was er aan beide kanten baardvorming. Alles normaal dus, uitgezonderd de porfierschildering op de achterzijde van het portret, dat niet het minste craqueluurtje vertoonde. Deze drager had heel erg weinig of niets bewogen, was niet verouderd en praktisch niets gekrompen. Een paar vezels aan de baard werden uitvergroot onder de microscoop en de mysterieuze drager bleek een ezelsvel te zijn, gemaroufleerd op het eiken paneel. De buitengewone kwaliteit van de porfierimitatie-schildering was dus te danken aan een ezelsvel.

Portret van Margareta van Eyck (1439). Voorzijde. Groeningemuseum, Brugge.

Achterzijde portret Margareta van Eyck. Porfierschildering op ezelsvel gemaroufleerd op het paneel. Groeningemuseum, Brugge.

We kunnen ezelsvel bij de Ieperse mercenier Joseph van Houtte in de 18de eeuw voor Memorieboeken dus letterlijk interpreteren (Biekorf, 2025-2,p.254). Met memorieboeken, ook memoriaal genoemd, kunnen diverse soorten schriften, registers of boeken worden bedoeld voor bijvoorbeeld verenigingen en broederschappen. Op deze manier zal het ezelsvel, vooral voor de kaften, zijn nut meer dan bewezen hebben. Dat Jan van Eyck ook de bijzondere eigenschappen van het ezelsvel kende, laat ons toe hem te leren kennen als geniaal kunstenaar maar ook als gedreven ambachtsman (4).

Francine Huys

1 Maurits Smeyers, Vlaamse miniaturen. Davidsfonds, Leuven, 1998, p. 257 en p. 259.

2 Dirk De Vos, Stedelijke Musea Brugge. Catalogus schilderijen 15de en 16de eeuw, 1979, p. 225-227.

3 Willy Dezutter, In memoriam Dirk De Vos (1943-2024), in: Brugs Ommeland, 2024, 1, p. 58-62.

4 Jan Dumolyn en Frederik Buylaert, De wereld van Jan van Eyck, in: M. Martens, e.a., Van Eyck. Een optische revolutie. Gent, 2020, p.89.

Dit artikel verscheen in het tijdschrift Biekorf, West-Vlaams Archief voor Geschiedenis, Archeologie, Taal- en Volkskunde, 125 ( 2025), 3, p. 376-378.