Tagarchief: Wim Vandenbussche

Een vrijzinnig weekblad (1849). Over het woord ‘vrijzinnig’ in Vlaanderen.

In Biekorf, 117 (2017), 2, zoekt F. Bastiaen naar de betekenis van het woord vrijzinnig zoals dat voorkwam in de titel van het Eeklose weekblad “De Eeclonaer” (1). Dit weekblad werd in 1849 opgericht door Pieter Ecrevisse en hij noemde zijn blad “onafhankelijk en vrijzinnig”.

Het woord vrijzinnig had in die periode nog niets te maken met de tegenstelling gelovig-ongelovig. De taalkundige prof. dr. Roland Willemyns (VUB) heeft dat woordveld voor het eerst onderzocht in 1979 (1) en er in 2007 opnieuw over gepubliceerd samen met zijn opvolger prof. Wim Vandenbussche (3). We zullen hier de historisch-semantische ontwikkeling van de term “vrijzinnig” niet opnieuw uit de doeken doen maar R. Willemyns wees er op dat tot de jaren zestig van de 20ste eeuw de term vrijzinnig liberaal betekende. Liberaal in de betekenis van “aanleunend bij de liberale partij”.

Wanneer men in de 19de eeuw iemand wilde aanduiden die ongelovig was (wat in de praktijk betekende dat hij niet-praktiserend katholiek was) noemde men die persoon een vrijdenker en niet een vrijzinnige. Het woord vrijzinnig kreeg pas veel later de connotatie onkerkelijk en antiklerikaal. Het blad van het bekende liberale “Van Gheluwe’s Genootschap” in Brugge noemde zich in 1928 nog “Vrijzinnig Strijdblad uitgegeven door het Van Gheluwe’s Genootschap-Liberale Volksbond”. Het woord onderging dus een betekenisverandering die in Vlaanderen totaal anders verliep dan in Nederland waar men ons woord vrijzinnig niet eens kent. Het “Vrijzinnig Protestantisme” (ondogmatisch) staat daar tegenover het orthodox-protestantisme. Het vrijzinnig-humanisme zoals wij dat kennen van na 1950 omvat ook atheïsme en agnosticisme.

Wie in de 19de eeuw ook niet moest onderdoen voor allerlei verwensingen was de dichter Guido Gezelle (1830-1899) die ook actief was als politiek journalist. Van 1864 tot 1870 was hij uitgever van zijn eigen krant “’t Jaer 30” waarin hij de vijanden (de liberalen) de mantel uitveegde in vlijmscherpe bewoordingen (4). Vooral de leden van de loge moesten het ontgelden hoewel er toen niet eens een vrijmetselaarsloge actief was in Brugge ! De Brugse loge “Les Vrais Amis Réunis”, opgericht in 1846 staakte haar werkzaamheden al in 1852. De Brugse vrijmetselaars vonden vanaf 1867 een onderkomen bij de loge “La Liberté” (gesticht in 1866) in Gent. Van daaruit en vanuit Brussel werd dan op 4 juni 1881 de loge ‘La Flandre” (G.O.B.) opgericht. Er stonden nu weer anderen klaar om een scheldkoor aan te heffen.      

Willy Dezutter

1 F. Bastiaen, Poekenaar Aloys Walgrave (1844-1908) en zijn “Jantje van Pouke”, in: Biekorf, 117 (2017), 2, p. 223

2 R. Willemyns, De term “vrijzinnigheid”. Een eerste poging tot vergelijkend onderzoek van het woordbeeld. Antwerpen, Humanistisch Verbond, 1980.

3 R. Willemyns en W. Vandenbussche, Over Kaloten, Tjeven en andere Cistjes. Verwensingen in 19de eeuwse teksten. In: De Sleutelbrug, driemaandelijks tijdschrift van het Vrijzinnig Centrum Brugge,  2008, I, p. 3-7 met vervolg in Idem, 2008,2 en 2008, 3. Dit artikel verscheen eerst in: F. Moerdijk, A. van Santen en R. Tempelaars (red.), Leven met woorden. Opstellen aangeboden aan Piet van Sterkenburg. Leiden, 2007, p. 339-351 en digitaal raadpleegbaar op homepages.vub.ac.be/-wvdbussc/kaloten.pdf

4 Dirk Van Tieghem, Gezelles Gazette. De strijd tussen blauw en zwart. Uitgaven West-Vlaamse Gidsenkring, Brugge, 2019.