Tagarchief: Franz Liszt

Jean-Antoine Meerens (1804-1864): musicus, componist en vrijmetselaar

Op het meesterdiploma van William Chantrell (1801-1857) (1), afgeleverd op 4 augustus 1829 door de Brugse vrijmetselaarsloge “La Réunion des Amis du Nord” (2) komen, zoals gebruikelijk, verschillende handtekeningen voor van officieren-dignitarissen (bestuursleden). Zo’n diploma werd uitgereikt na het bereiken van de meestergraad.

In de vrijmetselarij wordt men aangenomen als leerling (3), bevorderd tot gezel en verheven tot meester. William Chantrell werd bij die loge ingewijd in 1827. Dat was in de tijd van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Na de Belgische revolutie werd die Brugse loge, na een moeilijk jaar 1831, op 1 maart 1832 definitief ontbonden en Brugge was er niet meer bij toen in 1833 de Grand Orient de Belgique werd opgericht (4).  

Op het diploma staat de handtekening van de achtbare meester (voorzitter) Charles Doudan sr. (5), van de eerste opziener Jean-Jacques van Zuylen van Nyevelt (6) en van de tweede opziener Charles Doudan jr. (7). De redenaar is Adolphe de Vrière (8) en de secretaris is Peter Barnes (9). De laatste naam is die van zegelbewaarder Jean-Antoine Meerens. De houder van het diploma tekende zelf als W.D. Chantrell (10). Toen de Engelsman Henry Chapman eind 1837 in Brugge contacten begon te leggen met als doel het heroprichten van “La Réunion des Amis du Nord” beschikte hij over een lijst van potentiële kandidaten en daarop figureerde ook de naam van Meerens (11). Er heeft tussen hen wel geen ontmoeting plaatsgevonden. De heroprichting ging trouwens niet door omdat Charles Doudan als penningmeester en vereffenaar er geen zin meer in had.

Jean-Antoine Meerens

Werd als Jan Antonie Meerens geboren in Rotterdam (12) op 30 juni 1804 als zoon van Jan Meerens en Johanna Maria van den Helm. Hij zal een carrière uitbouwen in de muziekwereld. Als muzikant bij de 6de Afdeling Infanterie (13) kwam hij in Brugge terecht. Dit regiment lag tijdens het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in garnizoen in Brugge. Net zoals in de Napoleontische periode bestonden er ook in de Hollandse Tijd in elk garnizoen militaire muziekkapellen. Koning Willem I zag daarvan het grote nut in omdat hij met hun publieke muziekoptredens de harten van het volk probeerde te veroveren. Bij Koninklijk Besluit van 3 december 1818 organiseerde hij de Nederlandse militaire muziek naar Frans voorbeeld (14).  

Daarnaast werd hij ook de dirigent van de Burgerwacht. In de Hollandse Tijd was dat nog niet de zogeheten “Garde Civique” (15) maar het orkest van de schutterij. Hij leidde daar ook de jonge muzikanten op en mocht zich daarom al vroeg “Professeur de musique” noemen. Op 12 oktober 1825 huwde (16) hij in Brugge met Euphrosina Anna Van Hollebeke (° Brugge 4 februari 1806 – + Brugge 4 januari 1832). Zijn vrouw overleed vroegtijdig en hij bleef achter met vier jonge kinderen: Jan Bruno (Joannes Bruno Carolus) (° 1826), Euphrosine (° 1828), Palmyre (° 1830) en Charles (°1831) (17). Zijn vrouw stierf op 4 januari 1832 terwijl Charles (Carolus Maria Augustinus) geboren was op 26 december 1831. Een duidelijk geval van een overlijden in het kraambed. Toen het gezin in 1826 in de Waalsestraat woonde (18) verbleven daar het echtpaar Jan Meerens-Euphrosina Van Hollebeke en hun eerste kind Jan Bruno (° 11.8.1826). Zij waren daar ingetrouwd bij Maria Moucke (° Brugge, 20 augustus 1761, in feite Mouque), weduwe van Charles Van Hollebeke. Isabelle Van Hollebeke (° Brugge, 13 juni 1804), de twee jaar oudere zus van Euphrosina, woonde ook nog bij haar moeder. Er was eveneens een inwonende dienstmeid Sophia Maurus (° 15 april 1803) (19).

De analyse van de huwelijksakte maakt nog verschillende zaken duidelijk. De vader van bruidegom Jan-Antonie Meerens (21 jaar), eveneens Jan genaamd, was in Rotterdam overleden op 21 december 1819. De moeder Johanna Maria Van den Helm (53 j.) was wel aanwezig en blijkt in Brugge te wonen. De bruid Euphrosina Anna Van Hollebeke (° Brugge 4 februari 1806) was 19 jaar. Haar comparanten waren haar vader Charles Van Hollebeke (69 j.) en haar moeder Maria Mouque (63 j.), beiden woonachtig in Brugge.

Er waren drie getuigen. De eerste getuige was Jacobus Leonardus Van de Water (34 j.), landmeter eerste klas bij het kadaster. Hij was de halfbroer van de bruid. Zijn moeder Maria Mouque (° Brugge 20 augustus 1761 – + Brugge 21 juni 1843) (20) was weduwe van Albert Van de Water en samen hadden ze een zoon Jacques (Jacobus). Zij hertrouwde met Charles Van Hollebeke (°Loppem, 1757 – + Brugge 12 december 1825) (21). Hij overleed exact twee maanden na de bruiloft. Jacques Van de Water (Waeter) komt in 1821 voor op het “tableau” van de loge “La Réunion des Amis du Nord” met de graad van meester (22) waar hij ook wordt vermeld als de afgevaardigde van zijn loge bij het Grootoosten der Nederlanden. In 1825 wordt Jan Antonie Meerens in diezelfde werkplaats ingewijd op het ogenblik dat hij de statutair vereiste leeftijd van 21 jaar bereikte (artikel 67 van het logereglement). Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat zijn toekomstige schoonbroer hem de weg had gewezen. Maar er was nog meer aandacht van zijn broeders. De tweede getuige was Franciscus Julianus Vergaert (32 j.), ontvanger der Civiele Akten (Receveur de l’ Enrégistrement). Ook hij was in dezelfde periode als Jacobus Van de Water lid van “La Réunion des Amis du Nord” met de meestergraad. De derde getuige was Joannes Bruno Rudd (32 j.), bouwmeester. Jean-Brunon Rudd (1792-1870) was van 1830 tot aan zijn overlijden in 1870 de stadsarchitect van Brugge. Ook hij staat op het tableau van 1821 met de meestergraad. Nochtans kreeg hij pas in juli 1822 zijn rekening van de meesterverheffing die uiteindelijk werd vereffend op 30 januari 1823. Datzelfde jaar nam hij ontslag uit de loge. Kennelijk had hij betalingsmoeilijkheden (23). Ambtshalve waren aanwezig en tekenden J. Denet, schepen van de burgerlijke stand en Charles Lowie Storie, beambte bij het Bureau van de Burgerlijke stand. Het huwelijkskoppel stond dus duidelijk in de belangstelling van zijn logebroeders .

Het Kapittel van La Réunion des Amis du Nord

De nog altijd erg jonge broeder Meerens zal zich met veel toewijding in het logeleven storten. Na het behalen van de meestergraad vervolmaakte hij zich nog in de Hoge Graden. Aan de blauwe werkplaats, die de drie basisgraden verstrekte, was er ook een Kapittel verbonden. De loge La Réunion des Amis du Nord verkreeg haar constitutiebrief van het Grand Orient de France op 29 mei 1803 (24). Drie jaar later op 5 augustus 1806 werden de kolommen opgericht van “Le Souverain Chapitre de la Respectable Loge de la Réunion des Amis du Nord”. Deze “Loge Chapitrale” vergaderde apart in dezelfde tempel maar was verbonden met de eigenlijke werkplaats. Hun stelsel van Hoge Graden werd beoefend volgens de “Moderne Franse Ritus” en bestond uit een systeem van zeven graden: Elu Secret, Grand Elu Ecossais, Chevalier d’Orient en Souverain Prince Rose-Croix. In Brugge bleef men van 1806 tot 1831 ononderbroken vasthouden aan dat stelsel en men verwierp de hervorming van de  Hoge Graden zoals in 1819 voorgesteld door Grootmeester Nationaal Prins Frederik der Nederlanden (1797-1881). Zijn grootmeesterschap duurde van 1816 tot aan zijn overlijden, 65 jaar lang. J.A. Meerens doorliep in 1830 al deze graden en mocht zich Souverein Prins van het Rozenkruis noemen. Het is een pompeuze titel die altijd ferm begeerd bleef. De prijs voor het meesterdiploma bedroeg 6 franc, voor het doorlopen van al de Hoge Graden droeg hij 126 franc (25) af. Hier is kennelijk geen sprake over betalingsmoeilijkheden zoals bij zijn broeder J.B. Rudd. Omwille van de Belgische revolutie namen heel wat leden ontslag en er was ook een leegloop van leden die behoorden tot de 6e Divisie Infanterie. Jan Meerens betaalde in 1831 nog zijn volledig lidgeld maar het betekende ook voor hem het einde van zijn maçonnieke carrière. We treffen hem niet meer aan in de Belgische vrijmetselarij van na 1833, het jaar waarin de nieuwe obediëntie het Grootoosten van België werd opgericht (29).

Het impressum A Bruges, de l’imprimerie de la loge verwijst naar de Brugse drukker Emanuel-Jacobus Terlinck (1778-1836). Afm. 20,5 x 13 cm, 12 p. Verzameling Willy Dezutter, Brugge.

Zijn muzikale loopbaan

Hij was fluitist, gitarist maar ook componist. Als muziekleraar genoot hij een goede reputatie voor nog tal van andere instrumenten zoals de harp, viool en piano. Hij had in de Academiestraat in Brugge ook een muziekhandel.

Van 8 februari tot 14 maart 1841 maakte de toen al beroemde pianovirtuoos Franz Liszt (1811-1886) een tournee door België. Op 6 maart 1841 trad hij één avond op in de concertzaal van Brugge in de Sint-Jacobsstraat. Hij speelde in Brugge niet op zijn eigen piano van de firma Erard uit Parijs , maar op een piano die gehuurd werd bij J.A. Meerens. De “pianiste de génie” was zo tevreden over dit instrument dat hij er spontaan zijn handtekening opzette (Journal de Bruges, 7-8 maart 1841).

In 1845 verhuisde J.A. Meerens naar Antwerpen waar hij directeur werd van het filiaal van de muziekuitgeverij Schott (26). Eind 1854 vestigt Meerens zich echter in Brussel in de Nieuwstraat, later in de Koningsstraat. Hij zal overlijden in Brussel op 15 mei 1864 (27). Zijn jongste zoon Charles (° Brugge 26 december 1831) zal later de muziekhandel in Brugge van zijn vader overnemen. In 1855 voegde hij zich echter bij zijn vader in Brussel en studeerde daar aan het conservatorium. Zijn instrument was de cello. Hij specialiseerde zich in akoestiek, musicologie en muziekuitgave en publiceerde belangrijke boeken over die materie. Na het overlijden van zijn vader nam hij de zaak over in Brussel waar “La Maison Meerens” in de Koningsstraat bekend stond als fabrikant van piano’s. Hij zal overlijden in Schaarbeek op 14 januari 1909 (28). Zowel Jean-Antoine als Charles verdienen hun plaats in de Belgische muziekgeschiedenis (29).

Willy Dezutter

1 Voor de figuur van William Chantrell zie: A. Van den Abeele, Brugse ondernemers in de 19de eeuw: Georges en William Chantrell, in: Driemaandelijks tijdschrift Gemeentekrediet van België, nr. 146, 1983, p. 239-266 en afbeelding van het diploma in: J. Tyssens en D. Dendooven (red.), De Heeren Broederkens van den Moortelbak: 250 jaar vrijmetselarij in West-Vlaanderen, Brussel, 2015, p. 15.

2 Willy P. Dezuttter, De loge “La Réunion des Amis du Nord” (1803-1831) in Brugge, in: Brugs Ommeland, 2010,1, p. 39-51.

3 De eerste symbolische graad. In de vrijmetselarij zelf houdt het adagium stand “dat men altijd leerling blijft”.

4 In een brief van de grootredenaar Auguste de Wargny dd. 1 februari 1833 werden ze daartoe wel uitgenodigd.

5 Charles Doudan senior (° Buire-sous-Corbie (Somme Fr.) 23.4.1773 – + Brugge 30.1.1861). Gehuwd te Brugge op 10.1.1800 met Anne Catherine Dumortier (° Brussel 1780 – + Brugge 1857). Sinds 1819 eigenaar van het logegebouw aan de Steenhouwersdijk 13 (nu nr. 3). Was genaturaliseerd sinds 1815, werd Belg in 1831. Gemeenteraadslid 1831, schepen in 1832. Als vereffenaar hief hij de loge op per 1 maart 1832.

6 Jean-Jacques van Zuylen van Nyevelt (1776-1852). Zowel in de Franse als de Hollandse tijd actief in verschillende logefuncties.

7 Charles Doudan junior (1801-1848), later een bekend notaris, werd bij La Réunion des Amis du Nord ingewijd in 1821.

8 Adolphe de Vrière (1806-1885). Werd later o.m. gouverneur van de provincie West-Vlaanderen (1849-1857); minister van Buitenlandse Zaken (1857-1861). Zijn maçonnieke activiteit viel samen met de periode dat hij als advocaat ingeschreven stond aan de Brugse balie. Betaalde op 25.2.1829 zijn bijdrage voor de inwijding eerste graad; betaalde volledig lidgeld voor 1831. Na 1831 niet meer actief als vrijmetselaar. Zie: Andries Van den Abeele, De balie van Brugge. Geschiedenis van de Orde van advocaten in het gerechtelijk arrondissement Brugge, Brugge, 2009, p. 156-157. De historicus Luc Schepens (1937-1986) beweert dat Aloysius de Vrière (1773-1847) in 1838 vergeefse pogingen deed om de Brugse loge weer op te richten. Zie: L. Schepens, De provincieraad van West-Vlaanderen 1836-1921, Tielt-Amsterdam, 1976, p. 487. Dit is onjuist. Het is de zoon Adolphe die hierbij (maar slechts zijdelings) betrokken was.

9 De Engelsman Peter Barnes (° Londen 30.5.1793), marineofficier, kwam in 1817 in Brugge en affilieerde in 1818 bij La Réunion des Amis du Nord. Betaalde in 1831 nog zijn volledig lidgeld. P. Barnes, tevens Brits consul in Brugge, was wellicht de maçonnieke peter van Sir David M. Cunynghame die in juli 1826 werd ingewijd. Zie: Willy Dezutter, De Engelse kolonel Sir David Myrton Cunynghame (1769-1854), rentenier in Brugge, in: Biekorf, 120 (2020),4,p. 465-477.

10 Een maçonniek diploma wordt altijd door de kandidaat getekend “ne varietur” omdat het , in vier gevouwen, ook kon dienen als maçonniek paspoort. W.D. Chantrell = William Dowsing Chantrell.

11 Andries Van den Abeele, La Réunion des Amis du Nord à Bruges. Une résurrection manquée 1837-1838, Brugge, 1986, p. 63.

12 Er wordt ook Pompenburg/Rotterdam aangegeven. Zie lemma J.A. Meerens op nl.wikipedia.org De Pompenburg is een straat in Rotterdam (prov. Zuid-Holland) tussen de Goudsingel en het Hofplein.

13 Een “Afdeeling” is een regiment. De 6de Afdeling Infanterie opgericht in 1819 en opgeheven in 1830. De oude Nederlandse “Zesde Afdeeling” werd bij decreet van 25.11.1830 het Regiment van Brugge, beter bekend als het 6deLinieregiment. De Afdeling was gelegerd in het voormalige Karthuizerklooster in de Langestraat.

14 E. Baeck, De expansie van de militaire muziek, in: L.P. Grijp (red.), Een muziekgeschiedenis der Nederlanden, Amsterdam, 2001, p. 386-391.

15 De Burgerwacht of “Garde Civique” werd in Brugge pas opgericht in 1831 in uitvoering van de wet van 31 december 1830. Zie: E. Vanden Bussche, La Garde Civique de Bruges depuis 1830. Brugge, 1881.

16 S.A.B. Akten burgerlijke stand. Huwelijksakte 1825, nr. 205.

17 Andries Vanden Abeele, La Réunion, 1986, p. 46.

18 Waalsestraat Oostenrijks huisnummer B3/33.

19 S.A.B. Bevolkingsregisters Brugge, 1826.

20 S.A.B. Akten burgerlijke stand. Overlijdens 1843, nr.658.

21 S.A.B. Akten burgerlijke stand. Overlijdens 1825, nr.1126.

22 Tableau des F.:F.: qui composent la R.:L.: de la Réunion des Amis du Nord , à l’ Or.: de Bruges. Brugge, 1821. Zie afbeelding.

23 Willy Dezutter, Jean Brunon Rudd (1792-1870), architect en vrijmetselaar, in: Biekorf, 119 (2019),1, p. 113-118.

24 Willy Dezutter, De loge La Réunion des Amis du Nord (1803-1831) in Brugge, in: Brugs Ommeland, 50 (2010),1, p. 39-51, vooral p.40.

25 Het betreft hier Franse franc die in het Zuiden gewoon in omloop bleven. In 1816 was weliswaar de gulden ingevoerd maar de Franse franc bleef parallel als geldig betaalmiddel bestaan.

26 Muziekuitgeverij in 1770 gesticht door Bernhard Schott in Mainz, met o.m. bijhuizen in Antwerpen (sinds 1823) en Brussel (sinds 1830). Schott is nu nog altijd toonaangevend.

27 F.-J. Fétis, Biographie universelle des musiciens et bibliographie générale de la musique. Supplément et complément. Parijs, 1880, deel II, p. 195 en Malou Haine en Nicolas Meeùs, (red.), Dictionnaire des facteurs d’instruments de musique en Wallonie et à Bruxelles du 9e siècle à nos jours. Luik-Brussel, 1986,p. 288.

28 F.-J. Fétis, Biographie universelle, Parijs, 1880, deel II, p. 195-197 en Malou Haine en Nicolas Meeùs, Dictionnaire, 1986, p. 288-289.

29 Met dank aan Jan D’hondt, hoofdarchivaris Stadsarchief, Brugge.

Dit artikel verscheen in Brugs Ommeland, 2021, 4, p. 278-284.