Tagarchief: kraambedsterfte

Kindersterfte en kraambedsterfte: de casus Van Caillie (Torhout, 18de eeuw)

In de 18de eeuw, maar ook in de 19de eeuw, was de kindersterfte nog zeer hoog. In menig gezin stierf een kind tijdens of kort na de geboorte. Dramatisch werd het zonder meer wanneer ook de moeder kwam te overlijden (1). Als voorbeeld geven we hier de casus Van Caillie op basis van de voortreffelijke genealogie van André Van Caillie (2). Deze familie van huidenvetters (3) uit Torhout leverde in de 19de en 20ste eeuw een groot aantal notarissen in Brugge en Oostende.

Crispinus Van Caillie, huidenvetter in Torhout werd geboren op 28 mei 1716 in Roeselare en overleed in Torhout op 26 juni 1787. Op 5 mei 1742 was hij in Torhout gehuwd met Regina Van Hove (Torhout 8 juli 1715 – Torhout 20 december 1749). Ze kregen vier kinderen van wie alleen de oudste dochter Maria (1743-1824) in leven bleef. Het tweede kind Carolus (Torhout 2 februari 1746 – Torhout 12 april 1746) stierf twee maanden na de geboorte. Het derde kind Anna leefde van 30 juli 1748 tot 7 augustus 1748 en het vierde kind Joannes van 8 december 1749 tot 13 december 1749. De moeder Regina Van Hove bleef in het kraambed op 20 december 1749.

Crispinus Van Caillie zal hertrouwen in Torhout op 12 mei 1750 met Anna Theresia Magerman (Torhout 27 september 1730 – Torhout 26 augustus 1786). Ze kregen samen nog negen kinderen. Het eerste kind Joannes werd geboren op 23 december 1753 en overleed drie jaar later op 4 december 1756. Het vijfde kind Isabella was ook geen lang leven beschoren. Zij werd in Torhout geboren op 8 november 1761 en overleed aldaar op 27 mei 1765. Het zesde kind Angela leefde van 18 december 1763 tot 18 maart 1764. Het zevende kind (weer) Carolus (Torhout 24 juli 1765 – Torhout 1 april 1774) valt ook nog binnen deze categorie en werd negen jaar oud. Crispinus kreeg dus in twee huwelijken dertien kinderen van wie er zeven vroegtijdig stierven (4). Zijn derde zoon Joannes uit het tweede huwelijk, kreeg de naam van de eerder gestorven Joannes. Het was de vaste gewoonte om de naam van een overleden kind opnieuw te gebruiken. “Laat de kleinen tot Mij komen. Want voor dezulken is het rijk der hemelen” (5). Volgens de katholieke geloofsleer worden gedoopte kinderen jonger dan zeven jaar onmiddellijk deelachtig aan de “gelukzaligheid”.

Joannes Van Caillie, eveneens huidenvetter in Torhout werd aldaar geboren op 15 maart 1758 en overleed in Torhout op 10 september 1824. Hij huwde met Francisca De Laeter (Koekelare 1 februari 1769 – Torhout 17 mei 1844). Ze kregen zeven kinderen. Joannes werd ook schepen van zijn stad en was er plaatsvervangend vrederechter. Hun vierde kind Augustus werd geboren in Torhout op 11 mei 1795 en overleed nog datzelfde jaar op 29 september 1795. Het jaar daarop werd weer een Augustus geboren op 12 augustus 1796 die zal overlijden op 12 december 1797.

Driemaal Auguste Van Caillie

Het zevende kind dat in dit gezin in Torhout werd geboren, was Auguste op 20 april 1801. Hij kreeg dus dezelfde naam als zijn twee overleden broertjes. Hij huwde in Torhout op 28 april 1831 met Amélie Sophia Opsomer. Zij was op 27 december 1803 geboren in Esen (prov. West-Vl., bij Diksmuide) en zal overlijden in Torhout op 5 maart 1836. Ze was weduwe van Pieter Jan Dassonville, overleden in 1825 (6). Net als zijn vader was hij huidenvetter van beroep en engageerde hij zich eveneens in de politiek. Auguste was schepen van Torhout van ca. 1831 tot 1854 en van 1864 tot 1867. In 1855 werd hij burgemeester van Torhout tot in 1864 maar verzaakte aan een nieuwe benoeming. In 1858 werd hij verkozen tot provincieraadslid maar werd in 1866 niet herkozen. Op 10 augustus 1867, 66 jaar oud, overlijdt hij in Torhout (7).

Carolus Van Caillie

De oudste zoon van Joannes Van Caillie (1758- 1824) was Ludovicus Josephus (Torhout 20 augustus 1790 – Torhout 15 maart 1862). Die bracht het van verificateur bij de Domeinen tot secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën. Hij werd in 1819 ingewijd bij de Brugse vrijmetselaarsloge La Réunion des Amis du Nord. Die loge bestond in Brugge van 1803 tot 1831 (8). Hij bleef ongehuwd en om die reden werd zijn broer Carolus de nieuwe stamhouder. Carolus Joannes Van Callie werd geboren in Torhout 16 december 1791 en overleed in Brugge op 3 maart 1862. Zijn één jaar oudere broer Ludovicus of Louis zou twee weken later overlijden. Carolus huwde in Torhout op 20 mei 1813 met Marie Thérèse d’Aussy de Breemeersch de ter Hellen (Wingene 5 juli 1793 – Brugge 8 maart 1833). Hij was huidenvetter in Brugge maar ontwikkelde samen met de familie d’Aussy nog andere economische activiteiten o.m. in Torhout. Zelfs Crispinus Van Caillie (1716 -1787) had in Torhout al vanaf ca. 1763 alle gronden in bezit van de straat waar zijn huidenvetterij gevestigd was (9).

Het echtpaar Van Caillie– d’Aussy kreeg negen kinderen. Hun derde kind Henricus werd geboren in Brugge op 1 juni 1818 maar overleed al op 6 juni 1818. Het vijfde kind Silvia werd geboren in Brugge op 7 april 1822 en overleed op 23 maart 1823. Hun laatste kind Gustavus werd geboren in Brugge op 6 januari 1833 en overleed in Oostende op 9 januari 1913. De moeder overleed op 8 maart 1833, twee maanden na de geboorte van haar zoon. De oudste zoon Edouard (Brugge 11 mei 1814 – Brugge 3 januari 1883) werd notaris in Brugge (10). Maar dan zijn we al ruim in de 19de eeuw.

In deze casus gaat het over frequente zwangerschappen van levend geboren kinderen. Het voorbeeld werd door ons willekeurig gekozen. Het is geen specifiek gegeven voor de familie Van Caillie maar een exemplarisch voorbeeld van een algemeen fenomeen in Vlaanderen in een omschreven periode.

Willy Dezutter

1 Zie algemeen: Chris Vandenbroeke, Zuigelingensterfte, bevallingsstoornissen en kraambedsterfte (17e – 19e eeuw). Studia historica Gandensia, 226, Gent, 1978, p.133-163 en Isabella Devos en Thijs Lambrecht (red.), Overzicht van de zuigelingen – en kindersterfte in Zuid-Vlaanderen. 18e – 19e eeuw, in: Bevolking, voeding en levensstandaard in het verleden. Verzamelde studies van Prof. dr. Chris Vandenbroeke, Gent Academia Press, 2004, p. 291-310.

2  André Van Caillie, Répertoire généalogique de la famille Van Caillie. Oostende, 1975. Uitgave in eigen beheer, gestencild, 208 pp. + bijlagen p. 209-263. Met dank aan hoofdarchivaris Jan D’hondt (Stadsarchief, Brugge) en Eddy Dubruqué (V.V.F. Brugge).

3 De huidenvetter (fr. tanneur) smeerde de gelooide huiden in met vet. In de Grote van Dale komt het woord niet meer voor. In Zuid-Nederland was dit het gewone woord voor leerlooier; in 1907 was het woord huidevetter (nu huidenvetter) al onbekend in Noord-Nederland. Cfr. Het WNT.

4 Andre Van Caillie, Répertoire, 1975, p. 27-29.

5 Sinite parvulos venire ad me. Talium est enim regnum coelorum. Uit de liturgie van de kinder- of engelenmis.

6 André Van Caillie, Répertoire, 1975, p. 31.

7 Luc Schepens, De provincieraad van West-Vlaanderen. 1836/1921. Lannoo, Tielt-Amsterdam, 1976, p. 573-574 en nl.wikipedia.org/wiki/ Auguste_ Van Caillie

8 Willy P. Dezutter, De loge “La Réunion des Amis du Nord” (1803-1831) in Brugge, in: Brugs Ommeland, 50 (2010), p. 39-51 en Willy Dezutter, Ludovicus Josephus Van Caillie (1790-1862), in : Brugs Ommeland, 2020,2, p. 130-131.

9 M. Mestdagh, Torhout. De geschiedenis van een stad. Torhout, 2000, p. 124-125. Vanaf 1865 baat de fam. Vancaillie-d’Aussy de huidenvetterij-maalderij in Torhout verder uit. Na W.O. I schakelt de fam. Van Caillie- d’Aussy over op de graanhandel.

10 André Van Caillie, Répertoire, 1975, p. 34.