Tag Archives: Onafhankelijkheidsfront

Drie oorlogsslachtoffers (1940-1945) van de Brugse loge La Flandre

Op de colonne funéraire (rouwplanken) van de Brugse loge La Flandre, opgericht op 4 juni 1881, staan de namen van drie broeders aangeduid in rode letters. Ze onderscheiden zich daarmee van de andere namen op de rouwplanken van broeders die afreisden naar het Eeuwige Oosten (1) die worden weergegeven met zwarte letters. Dit onderscheid in kleur werd aangebracht om duidelijk te maken dat de drie afgestorven broeders omkwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

La Flandre behoort tot de obediëntie (koepelorganisatie) van het Grootoosten van België (G.O.B.) , (gesticht 1833), een adogmatische strekking binnen de vrijmetselarij die staat voor scheiding van kerk en staat en individuele gewetensvrijheid. Het G.O.B. had in de Tweede Wereldoorlog 108 slachtoffers te betreuren: 65 weerstanders en politieke gevangenen, 17 gedeporteerde joodse broeders, 11 maçons die vermoord werden door collaborateurs, 9 gesneuvelden bij militaire operaties, 2 krijgsgevangenen en 4 die niet werden geïdentificeerd (2). Die broeders werden in het algemeen eerder omgebracht omdat ze verzetsdaden pleegden dan om hun hoedanigheid van vrijmetselaar (3) en daarenboven werden ze zeer dikwijls aangegeven door collaborateurs.

Grootmeester Jules Hiernaux (1881-1944) werd in 1944 in zijn huis door rexisten (Belgische fascistische politieke beweging) vermoord. Natuurlijk werd door de Duitsers wel de gehele vrijmetselarij geviseerd door de verordening van 20 augustus1941 waarbij de loges werden ontbonden en hun goederen aangeslagen. In Brugge vond in het logegebouw in de Beenhouwersstraat 2 van 8 tot 22 februari 1942 de anti-maçonnieke tentoonstelling plaats die werd georganiseerd door de vzw Volkswacht onder leiding van de collaborateur Joris Desbonnet (Gent 1914 – Dadizele 1993).

Affiche van de anti-maçonnieke tentoonstelling uit 1942 (verzameling vzw La Flandre, Brugge)

Per 1 maart 1943 sloeg de DeVlag (Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap) er zijn tenten op om te blijven tot 10 september 1944, twee dagen vóór de bevrijding van Brugge door de Canadezen. De leider van de DeVlag was toen de Brugse leraar Zeger Andries (1901-1967) die later kon gearresteerd worden en veroordeeld werd (4).

Albert Dalcq (1900 – 1940)

Albert Dalcq werd geboren in Couvin op 31 mei 1900. Na de Eerste Wereldoorlog besloot hij om beroepsofficier te worden in het Belgisch Leger. Op 26 december 1925 werd hij bevorderd tot artillerie-luitenant en zijn benoeming tot artillerie-kapitein volgde op 26 september 1938. In volle mobilisatietijd werd hij kapitein-commandant (5).

In de ochtend van 10 mei 1940 viel het Duitse leger Nederland en België binnen. Cdt. A. Dalcq behoorde tijdens de Achttiendaagse Veldtocht tot de eenheid van het 20steartillerie. Zij en anderen moesten het Albertkanaal verdedigen. Het Fort van Eben-Emael was het centrale punt van de Belgische verdediging aan zijn oostgrens. Het bewaken van de bruggen over het Albertkanaal bij Vroenhoven, Veldwezelt en Kanne, was daarbij cruciaal. Het Fort van Eben-Emael en twee bruggen over het Albertkanaal werden bij verrassing genomen door Duitse parachutisten. Bij deze actie sneuvelde Cdt. A. Dalcq op 10 mei 1940 in Veldwezelt (6). Op 28 mei 1940 capituleerde België. Op 29 mei 1940 stond de Geheime Feldpolizei al in het logegebouw in Brugge.

Marcel Van den Broucke (1888 – 1945)

Hij werd geboren (7) in Sint-Joost-ten-Node op 6 april 1888 . Hij studeerde aan het Koninklijk Atheneum van Brugge waar hij Julius Sabbe (1846 – 1910), ooit stichtend lid van La Flandre in 1881,  als leraar Nederlands had. In Knokke werd hij directeur van de Bank van Brussel.

Vanaf 1 augustus 1921 werd hij liberaal schepen voor onderwijs in Knokke. Op 8 december 1940 nam hij ontslag als schepen en op 27 februari 1941 als gemeenteraadslid. In 1932 was hij medeoprichter van het Willemsfonds-Knokke en in zijn loge La Flandre was hij Achtbare Meester van 1932 tot 1936. Er wordt een portret van hem als Voorzittend Meester bewaard in La Flandre (zie afbeelding) maar dat werd na de oorlog opnieuw uitgevoerd door kunstschilder Armand Van Reck (Blankenberge 1901 – 1981), lid van La Flandre. Er werden immers in totaal bij La Flandre tijdens de oorlog negen schilderijen in olieverf gestolen. Die portretten van Achtbare Meesters (voorzitters) werden nooit teruggevonden.

Portret van Marcel Van den Broucke (1888-1945) als Achtbare Meester van La Flandre (1932-1936). Schilderij in olieverf (afm. 78 x 63 cm), door Armand Van Reck (1901-1981).
Verzameling vzw La Flandre. Foto J. Godecharle, Brugge 

Op 2 juli 1944 werd hij in Knokke als weerstander gearresteerd door de Gestapo en overgebracht naar de Kriegswehrmachtgefängenis van Gent. Op 12 augustus 1944 arriveerde hij, met nog andere Knokkenaars, in het concentratiekamp van Buchenwald.   Daar bezweek hij op 3 maart 1945 (8). Op 1 november 1948 werd door het gemeentebestuur van  Knokke een bronzen gedenkplaat onthuld in aanwezigheid van zijn weduwe Alice D’Hoore (9).

Theodule Macharius ( 1902-1945)

Hij werd geboren (10) te Denderbelle op 13 december 1902. Op 30 juni 1928 behaalde hij zijn diploma van onderwijzer aan de Rijksnormaalschool van Gent. Hij werd onderwijzer aan de gemeentescholen van Sint-Gillis-bij-Dendermonde, Kortrijk, Denderbelle, Hoboken en aan de RMS van Pecq. Op 24 oktober 1931 werd hij benoemd als leraar aan de Rijksmiddelbare School van Brugge. Op 23 september 1939 werd hij gemobiliseerd en bleef tot 26 augustus 1940 onder de wapens.

Tijdens de bezetting stichtte Theodule Macharis de Brugse afdeling van het Onafhankelijkheidsfront dat uit twee afdelingen bestond: de Patriottische Milities en het Partizanenleger. In 1944 werd Theodule Macharis in het partizanenleger aangeduid als instructeur voor Limburg en daar werd hij door de Duitsers aangehouden en op transport gesteld naar het concentratiekamp Neuengamme.

Op 3 mei 1945 werden duizenden gevangenen van Neuengamme in schepen geladen, waaronder de Cap Arcona en achtergelaten in de baai van Lübeck. Op die manier probeerden de nazi’s het bestaan van het kamp te maskeren. De geallieerden (Royal Air Force) zagen de schepen aan voor troepentransportvaartuigen en brachten de schepen tot zinken. Zesduizend gevangenen kwamen om. Zoals Theodule Macharis kregen ze als plaats van overlijden Neustadt (Holstein) dat in de Lübeckerbocht ligt. Er is daar ook een herdenkingsmonument (11).   

De laatste zitting bij La Flandre vóór de oorlog was 10 maart 1940 en na de oorlog was vanaf 3 maart 1945 de tempel weer bruikbaar. Het was de dag dat hun ex-Achtbare Meester Marcel Van den Broucke bezweek in Buchenwald (12).

Willy Dezutter

  1. Het Eeuwige Oosten of E.O. is de maçonnieke uitdrukking om het overlijden van een broeder aan te duiden. Zijn of haar naam wordt dan bijgeschreven op de rouwplanken.
  2. Philippe Cullus, Les Francs-Maçons de Belgique et la deuxième guerre mondiale, in: 50 ans après, des maçons témoignent/ 50 jaar nadien, getuigenissen van vrijmetselaars. Brussel, 1996, p. 18. Op 1 maart 1940 waren er in België (G.O.B.) 29 loges en 4.679 leden. Op 1 maart 1950 was dat cijfer 4.102 of een nationaal verlies van 12,33 %. In Vlaanderen bedroeg het verlies -3,63 %. Ibidem, p. 17. Op 1 maart 2016 telde het G.O.B. 115 loges en 10.167 leden.
  3. José Gotovitch, Réflexions d’un historien, in: 50 ans op.cit. p. 129. De vervolging van de joden was eerder het gevolg van de nazi-ideologie.
  4. Willy Dezutter, De Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap (DeVLAG) in Brugge (1940-1944), in:  Brugs Ommeland , 58 (2018), p. 60-64 en online op willydezutter.be .
  5. Koninklijk Legermuseum, Brussel. Dossier A. Dalcq stamnr. 23089. Eenheid 20ste artillerie. Kapitein-commandant van de 2de groep 4de batterij.
  6. Behalve A. Dalcq sneuvelden op 10 mei 1940 ook nog vijf Belgische soldaten bij Veldwezelt.
  7. Marcel-Auguste-Marie Van den Broucke, Sint-Joost-ten-Node 6 april 1888. Bezweken in Buchenwald 3 maart 1945.
  8. Het Guldenboek van de Belgische Weerstand. Brussel, uitgave Leclercq, 1948, p. 419.
  9. Brochure “Hulde aan Marcel Van den Broucke” met een rede door toenmalig (katholiek) schepen van onderwijs Eugène Mattelaer die “de geest van diepgeworteld humanisme” prees. Eugène Mattelaer (1911-1999) was van 1947 tot 1966 schepen, van 1966 tot 1971 burgemeester van Knokke en nadien van Knokke-Heist tot 1973.
  10. Theodule, Placide, Antoon Macharis, geb. Denderbelle 13.12.1902- omgekomen Neustadt (Holstein) 3 mei 1945. Hij was ongehuwd.
  11. In totaal kwamen 1571 Belgen om in Neuengamme. www.KZ-gedenkstaette-neuengamme.de/geschichte/totenbuch/
  12. Zijn portret kon niet geïdentificeerd worden door Jeffrey Tyssens en Dominiek Dendooven, (red.) “De Heeren Broederkes van den Moortelbak”. 250 jaar vrijmetselarij in West-Vlaanderen, Brussel, 2015, p. 177 en bijgevolg verneemt men ook niets over dit oorlogsslachtoffer.

Denkend aan prof. dr. Herman Uyttersprot (1909-1967)

Herman Uyttersprot was destijds de befaamde hoogleraar Duitse taal -en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Gent (RUG).  Over hem handelt de kloeke biografie van Joris Dedeurwaerder, die een gedetailleerd beeld geeft van zijn leven en werk (1).

Prof. Uyttersprot was een kenner van Kleist, Heine, Kafka, Rilke, Goethe en zoveel meer.  Doordat hij een nieuwe volgorde in “Der Prozess” van Franz Kafka (1883-1924) voorstelde, die niet overeenkwam met de oorspronkelijke uitgave van Max Brod, zette hij zich als literatuurhistoricus breed op de kaart.  Terecht wijdt zijn biograaf Joris Dedeurwaerder, een oud-thesisstudent,  daar zo veel aandacht aan (p. 517-657).  De knap geschreven biografie leest als een detectiveroman. Dat kan er ook mee te maken hebben omdat we zelf zoveel bewondering hadden voor de lesgever Uyttersprot.  Er ging dan ook een schok door ons heen toen we in het boek de foto zagen van “Het laatste college van Herman Uyttersprot, in een auditorium op de Blandijnberg” (13 februari 1967).  We waren er bij, maar ook nog zeshonderd anderen.  Het was een plezier om zijn lessen bij te wonen omdat hij niet stokstijf vanachter een katheder zijn cursus voorlas maar als een echte stand up comedian heen en weer liep op het podium en laaiend enthousiast zijn kennis overbracht.  En dat anderhalf uur lang.  Ernstige leerstof op humorvolle wijze direct kunnen overbrengen op je jong studentenpubliek was slechts weinigen gegeven.  Mocht het tegendeel waar geweest zijn was er nooit een mei ’68 gekomen (2).  Aan afstandelijke grote geleerden was er toen geen gebrek.  Helaas verliep dat laatste college, wegens gezondheidsproblemen, niet zoals gewenst.  Regelmatig moest hij even onderbreken wegens een lichte hoest.  Maar de zware en fatale hoestbui kon niet uitblijven.  Gedurende enkele minuten zat hij toen aan zijn tafel en hield de handen voor het gezicht.  In het overvolle auditorium was het muisstil, je kon een speld horen vallen.  Een indrukwekkende stilte, ook een moment van machteloosheid en ontroering.  Maar de feniks herrees uit zijn as en zette de les gewoon verder.  Dat hoorcollege ging trouwens niet over Duitse schrijvers maar over de Franse schrijver Marcel Proust.  Niemand kon na het eindigen van het college ook maar bevroeden dat dit de laatste keer zou zijn.  Herman Uyttersprot overleed op 12 november 1967 in het AZ van Gent.

Een medisch dossier hoeft in een biografie niet uit de doeken gedaan te worden maar uit het boek kunnen we vernemen hoe familie en vrienden hem al vroeg op het hart drukten om te stoppen met roken.  Hij was een kettingroker.  Hoe zijn wij in de les van prof. Uyttersprot verzeild geraakt ?  Op 4 oktober 1966 begonnen wij aan de RUG aan de studie kunstgeschiedenis en oudheidkunde.  Het was de bedoeling om archeologie te studeren maar dat verliep via de richting geschiedenis (bij prof. S.J. De Laet) maar totaal onwetend kwamen wij terecht in het Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde of HIKO en we waren daar al een tijdje bezig voordat we doorkregen dat we werden misleid.  We zijn er dan maar gebleven en met grote onderscheiding als licentiaat afgestudeerd in 1970.  Wel op een gemengd archeologisch-kunsthistorisch onderwerp.  Onze promotor was prof. dr. J. Duverger (1899-1979) (3).  En ja,  het heeft ons niet gespeten.  In 1958-1959 kreeg prof. Uyttersprot er een leeropdracht bij.  Als opvolger van prof. Franz De Backer (1891-1961), hoogleraar Engelse taal -en letterkunde, doceerde hij voortaan voor honderden eerstejaars in de Faculteit Wijsbegeerte en Letteren de cursus “Inleiding tot de geschiedenis van de moderne letterkunden” (J. Dedeurwaerder, 2018, p. 381).  Ook voor ons was dat een verplicht vak, net als “Inleiding tot de Nederlandse Letterkunde” bij Antonin Van Elslander (1921-1999), de “Inleiding tot de wijsbegeerte” bij Etienne Vermeersch (1934-2019) (die toen pas aantrad – ook een briljant lesgever) en ““De Inleiding tot de psychologie” bij William De Coster (1920-2001).  En die dappere proffen moesten al die studenten van de eerste democratische golf ook nog eens mondeling examineren!  Dit betekende voor hen het einde van het ongestoord vorsen.  Lesgeven en veel administratieve taken, zoals decaan worden, werden hun deel.

Ook prof. Uyttersprot leed onder die toenemende druk (J. Dedeurwaerder, 2018, p. 510).  Men wordt natuurlijk niet per direct hoogleraar aan een universiteit.  Zijn onderwijsloopbaan begon hij zelfs in een Waals atheneum maar op 10 oktober 1935 werd hij leraar Nederlands aan het Koninklijk Atheneum van Aalst.  J. Dedeurwaerder geeft een overzicht van zijn gewaardeerde collega’s (J. Dedeurwaerder, 2018, p. 55-56) en stipt daarbij ook de leraar Duits Jef Van de Wiele aan zonder er verder iets over te zeggen.  Nu is dat wel een naam die een belletje doet rinkelen. We zullen ook kort blijven bij het situeren van deze latere collaborateur.  Jef Van de Wiele (1903-1979) werd hoofdredacteur van het tijdschrift DeVlag.  Hij leidde tijdens W.O. II de Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap of DeVlag in de richting van de Waffen SS.  Hij werd SS-Obersturmführer.  In 1945 ter dood veroordeeld, in 1946 omgezet in levenslang.  Vrijgelaten in 1966, overleden in 1979. Daar kan men niet achteloos aan voorbijgaan.

Theo Macharis (1902-1945)

Herman Uyttersprot was bevriend met zijn dorpsgenoot Theo Macharis. Over zijn tegenpool Jef Van de Wiele is al zeer veel geschreven maar wij staan liever even stil bij de verzetsman Macharis. Theodule Placide Antoon Macharis werd geboren op 13 december 1902 in Denderbelle en is omgekomen in Neustadt (Holstein) op 3 mei 1945.  Herman Uyttersprot werd eveneens geboren in Denderbelle en wel op 16 april 1909.  Theo Macharis behaalde op 30 juni 1928 zijn diploma van onderwijzer aan de rijksnormaalschool van Gent.  Hij werd onderwijzer aan de gemeentescholen van Sint-Gillis-Dendermonde, Kortrijk, Denderbelle, Hoboken en aan de rijksmiddelbare school van Pecq.  Op 24 oktober 1931 werd hij benoemd als leraar aan de rijksmiddelbare school van Brugge.  Op 23 september 1939 werd hij gemobiliseerd en bleef tot 26 augustus 1940 onder de wapens.

Tijdens de bezetting stichtte Theo Macharis de Brugse afdeling van het Onafhankelijkheidsfront (OF) dat uit twee afdelingen bestond: de Patriottische Milities en het Partizanenleger.  Uit getuigenissen uit 1948 blijkt dat in de woning van Uyttersprot in de Acaciastraat in Aalst op 20 augustus 1942 de afdeling Denderbelle van het Onafhankelijkheidsfront werd opgericht (J. Dedeurwaerder, 2018, p. 95).  In 1944 werd Theo Macharis in het partizanenleger aangeduid als instructeur voor Limburg en daar werd hij door de Duitsers aangehouden en op transport gesteld naar het concentratiekamp Neuengamme.  Op 3 mei 1945 werden duizenden gevangenen van Neuengamme in schepen geladen, waaronder de Cap Arcona en achtergelaten in de baai van Lübeck.  Op die manier probeerden de nazi’s het bestaan van het kamp te maskeren.  De geallieerden (Royal Air Force) zagen de schepen aan voor troepentransport en brachten ze tot zinken.  Zesduizend gevangenen kwamen om.  Zoals Theo Macharis kregen ze als plaats van overlijden Neustadt (Holstein) dat in de Lübeckerbocht ligt.  Daar staat ook een herdenkingsmonument (4).

Theo Macharis bleef ongehuwd.  Hij was in Brugge lid van de vrijmetselaarsloge La Flandre (G.O.B.), gesticht in 1881.  Op het rouwbord van zijn loge kreeg hij een speciale vermelding.  De laatste zitting van La Flandre vóór de oorlog vond plaats op 10 maart 1940.  Op 1 maart 1943 nam de DeVlag haar intrek in het logegebouw en bleef daar tot 10 september 1944.  Op 12 september werd Brugge bevrijd.  Na de oorlog was vanaf 3 maart 1945 de tempel weer bruikbaar (5).  Herman Uyttersprot was geen gewapend weerstander maar men zou hem burgerlijk weerstander kunnen noemen.  Het is niet omdat men veel Duitse boeken leest dat men tijdens de oorlog pro-Duits hoeft te zijn.

De kwestie prof. Frank Bauer

Frank Bauer had al een grote invloed op Herman Uyttersprot in het Gentse atheneum waar hij zijn leraar Nederlands was.  Als student in de Germaanse filologie aan de RUG kreeg hij hem als professor.  In 1930 was hij promotor bij zijn doctoraat over Heinrich Heine.  Bauer, de oud-seminarist was een uitgesproken katholiek (J. Dedeurwaerder, 2018, p. 38).  Prof. Bauer was zijn leermeester voor wie hij grote bewondering had.  Om hoogleraar aan een universiteit te worden moet je volgens de wet van 21 mei 1929 de titel van “geaggregeerde voor het hoger onderwijs” hebben behaald.  Eind 1944, na de bevrijding, dient hij als aggregatiedissertatie zijn studie over Heinrich von Kleist in.  De verslaggevers zijn de professoren F. Bauer, F. De Backer en R. Foncke.  Bauer dringt zelfs aan om het werk te laten publiceren in de “Recueil”; die beslissing valt op 10 november 1945 (J. Dedeurwaerder, 2018, p. 109).  Eindelijk vindt de deliberatie over de dissertatie plaats op 27 november 1947 en dat met gunstig resultaat.  Men had geen haast.  Op 29 december 1948 wordt Herman Uyttersprot benoemd tot docent en op 8 april 1951 tot gewoon hoogleraar.

Hier moeten we even terugkeren naar de grote Heinrich Heine studie die Herman Uyttersprot in 1948 indiende bij de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.  Het onderwerp voor die prijsvraag was nota bene door F. Bauer zelf op de agenda geplaatst, hoewel hij als conservatief-katholiek niet hoog opliep met Heinrich Heine (1797-1856) vanwege zijn liberalisme.  De studie van Uyttersprot “Heinrich Heine en zijn invloed in de Nederlandse letterkunde”, ingediend onder kenspreuk, had als jury Frank Bauer, Lode Baekelmans en Franz De Backer.  Op levensbeschouwelijke gronden kraakt Bauer het werk van Heine helemaal af en treft ook de auteur.  Dat “Verslag” werd gepubliceerd (6) maar de verrassende conclusie was uiteindelijk dat de studie van Uyttersprot diende bekroond te worden (J. Dedeurwaerder, 2018, p. 187) (7).  Het is voor ons duidelijk dat Frank Bauer, die Uyttersprot altijd had gesteund, het moeilijk kreeg met de verhouding leermeester-leerling.  Hij zag zijn leerling ook duidelijk evolueren in de richting van het liberalisme en het vrijzinnig humanisme.  Uyttersprot was een vaste waarde in het lezingencircuit van het Willemsfonds.  De kwestie van het “Verslag”, zeg maar de dolk in de rug, bleef bij Uyttersprot zijn hele leven lang opspelen.  Dat werd door J. Dedeurwaerder op treffende wijze behandeld (J. Dedeurwaerder, 2018, p. 161-214).  Het conflict met Bauer bleef onverteerbaar (J. Dedeurwaerder, 2018, p. 509).

Besluit

Deze boeiend geschreven biografie behandelt natuurlijk nog meer facetten van het academisch leven en schenkt ook aandacht aan zijn vroege contacten met schrijvers als Louis Paul Boon en de blijvende vriendschap met Johan Daisne.  Het is ook een tijdsdocument.  Na zijn overlijden in 1967 werd zijn cursus “Moderne letterkunden” verdergezet door prof. Alex Bolckmans (1923-1990).  Bolckmans was van 1967 tot 1981 de titularis van de leerstoel Scandinavische talen en literatuur.  Bij hem dienden we dus examen te doen over de leerstof van prof. Uyttersprot.  Daar stond de prof voor een dilemma dat hij verstandig oploste door aan iedereen dezelfde vraag te stellen: “Welke boeken heeft u gelezen en vertel me daar eens over”.  Zo kon iedereen zich uit de slag trekken.

Willy Dezutter, ereconservator Stedelijke Musea, Brugge

1 Joris Dedeurwaerder, Herman Uyttersprot. Een biografie. Liberaal Archief/Liberalis, Gent, 2018, 723 p. Prijs 40 euro.

2 Aan de RUG was de studentencontestatie pas in 1969.  In het  academiejaar 1968-1969 was schrijver dezes preses van de faculteitskring “Kunsthistorische Kring” (KHK) en lid van het Faculteitenkonvent (FK).

3 W.P. Dezutter, In memoriam Prof. J. Duverger, in: Biekorf, 79, (1979), p. 254.

4 In totaal kwamen 1571 Belgen om in Neuengamme. www.KZ-gedenkstaette-neuengamme.de/geschichte/totenbuch/

5 Willy Dezutter, De Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap (DeVlag) in Brugge (1940-1944), in: Brugs Ommeland, 2018, 2, p. 60-64.

6 Verslagen en Mededelingen van de Academie 1947 (gedrukt einde 1949). Vgl. J. Dedeurwaerder, 2018, p. 456.

7 Bij de studies die bekroond en uitgegeven worden door de Academie is er meestal sprake van doorgestoken kaart.  Dat geldt voor alle wetenschappelijke Academies.  De kandidaat dient onder kenspreuk het werk in te leveren maar alles is van tevoren bekend en het resultaat ligt vast.  Het is een begrijpelijke schijnvertoning.