Tag Archives: Theodule Macharis

Drie oorlogsslachtoffers (1940-1945) van de Brugse loge La Flandre

Op de colonne funéraire (rouwplanken) van de Brugse loge La Flandre, opgericht op 4 juni 1881, staan de namen van drie broeders aangeduid in rode letters. Ze onderscheiden zich daarmee van de andere namen op de rouwplanken van broeders die afreisden naar het Eeuwige Oosten (1) die worden weergegeven met zwarte letters. Dit onderscheid in kleur werd aangebracht om duidelijk te maken dat de drie afgestorven broeders omkwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

La Flandre behoort tot de obediëntie (koepelorganisatie) van het Grootoosten van België (G.O.B.) , (gesticht 1833), een adogmatische strekking binnen de vrijmetselarij die staat voor scheiding van kerk en staat en individuele gewetensvrijheid. Het G.O.B. had in de Tweede Wereldoorlog 108 slachtoffers te betreuren: 65 weerstanders en politieke gevangenen, 17 gedeporteerde joodse broeders, 11 maçons die vermoord werden door collaborateurs, 9 gesneuvelden bij militaire operaties, 2 krijgsgevangenen en 4 die niet werden geïdentificeerd (2). Die broeders werden in het algemeen eerder omgebracht omdat ze verzetsdaden pleegden dan om hun hoedanigheid van vrijmetselaar (3) en daarenboven werden ze zeer dikwijls aangegeven door collaborateurs.

Grootmeester Jules Hiernaux (1881-1944) werd in 1944 in zijn huis door rexisten (Belgische fascistische politieke beweging) vermoord. Natuurlijk werd door de Duitsers wel de gehele vrijmetselarij geviseerd door de verordening van 20 augustus1941 waarbij de loges werden ontbonden en hun goederen aangeslagen. In Brugge vond in het logegebouw in de Beenhouwersstraat 2 van 8 tot 22 februari 1942 de anti-maçonnieke tentoonstelling plaats die werd georganiseerd door de vzw Volkswacht onder leiding van de collaborateur Joris Desbonnet (Gent 1914 – Dadizele 1993).

Affiche van de anti-maçonnieke tentoonstelling uit 1942 (verzameling vzw La Flandre, Brugge)

Per 1 maart 1943 sloeg de DeVlag (Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap) er zijn tenten op om te blijven tot 10 september 1944, twee dagen vóór de bevrijding van Brugge door de Canadezen. De leider van de DeVlag was toen de Brugse leraar Zeger Andries (1901-1967) die later kon gearresteerd worden en veroordeeld werd (4).

Albert Dalcq (1900 – 1940)

Albert Dalcq werd geboren in Couvin op 31 mei 1900. Na de Eerste Wereldoorlog besloot hij om beroepsofficier te worden in het Belgisch Leger. Op 26 december 1925 werd hij bevorderd tot artillerie-luitenant en zijn benoeming tot artillerie-kapitein volgde op 26 september 1938. In volle mobilisatietijd werd hij kapitein-commandant (5).

In de ochtend van 10 mei 1940 viel het Duitse leger Nederland en België binnen. Cdt. A. Dalcq behoorde tijdens de Achttiendaagse Veldtocht tot de eenheid van het 20steartillerie. Zij en anderen moesten het Albertkanaal verdedigen. Het Fort van Eben-Emael was het centrale punt van de Belgische verdediging aan zijn oostgrens. Het bewaken van de bruggen over het Albertkanaal bij Vroenhoven, Veldwezelt en Kanne, was daarbij cruciaal. Het Fort van Eben-Emael en twee bruggen over het Albertkanaal werden bij verrassing genomen door Duitse parachutisten. Bij deze actie sneuvelde Cdt. A. Dalcq op 10 mei 1940 in Veldwezelt (6). Op 28 mei 1940 capituleerde België. Op 29 mei 1940 stond de Geheime Feldpolizei al in het logegebouw in Brugge.

Marcel Van den Broucke (1888 – 1945)

Hij werd geboren (7) in Sint-Joost-ten-Node op 6 april 1888 . Hij studeerde aan het Koninklijk Atheneum van Brugge waar hij Julius Sabbe (1846 – 1910), ooit stichtend lid van La Flandre in 1881,  als leraar Nederlands had. In Knokke werd hij directeur van de Bank van Brussel.

Vanaf 1 augustus 1921 werd hij liberaal schepen voor onderwijs in Knokke. Op 8 december 1940 nam hij ontslag als schepen en op 27 februari 1941 als gemeenteraadslid. In 1932 was hij medeoprichter van het Willemsfonds-Knokke en in zijn loge La Flandre was hij Achtbare Meester van 1932 tot 1936. Er wordt een portret van hem als Voorzittend Meester bewaard in La Flandre (zie afbeelding) maar dat werd na de oorlog opnieuw uitgevoerd door kunstschilder Armand Van Reck (Blankenberge 1901 – 1981), lid van La Flandre. Er werden immers in totaal bij La Flandre tijdens de oorlog negen schilderijen in olieverf gestolen. Die portretten van Achtbare Meesters (voorzitters) werden nooit teruggevonden.

Portret van Marcel Van den Broucke (1888-1945) als Achtbare Meester van La Flandre (1932-1936). Schilderij in olieverf (afm. 78 x 63 cm), door Armand Van Reck (1901-1981).
Verzameling vzw La Flandre. Foto J. Godecharle, Brugge 

Op 2 juli 1944 werd hij in Knokke als weerstander gearresteerd door de Gestapo en overgebracht naar de Kriegswehrmachtgefängenis van Gent. Op 12 augustus 1944 arriveerde hij, met nog andere Knokkenaars, in het concentratiekamp van Buchenwald.   Daar bezweek hij op 3 maart 1945 (8). Op 1 november 1948 werd door het gemeentebestuur van  Knokke een bronzen gedenkplaat onthuld in aanwezigheid van zijn weduwe Alice D’Hoore (9).

Theodule Macharius ( 1902-1945)

Hij werd geboren (10) te Denderbelle op 13 december 1902. Op 30 juni 1928 behaalde hij zijn diploma van onderwijzer aan de Rijksnormaalschool van Gent. Hij werd onderwijzer aan de gemeentescholen van Sint-Gillis-bij-Dendermonde, Kortrijk, Denderbelle, Hoboken en aan de RMS van Pecq. Op 24 oktober 1931 werd hij benoemd als leraar aan de Rijksmiddelbare School van Brugge. Op 23 september 1939 werd hij gemobiliseerd en bleef tot 26 augustus 1940 onder de wapens.

Tijdens de bezetting stichtte Theodule Macharis de Brugse afdeling van het Onafhankelijkheidsfront dat uit twee afdelingen bestond: de Patriottische Milities en het Partizanenleger. In 1944 werd Theodule Macharis in het partizanenleger aangeduid als instructeur voor Limburg en daar werd hij door de Duitsers aangehouden en op transport gesteld naar het concentratiekamp Neuengamme.

Op 3 mei 1945 werden duizenden gevangenen van Neuengamme in schepen geladen, waaronder de Cap Arcona en achtergelaten in de baai van Lübeck. Op die manier probeerden de nazi’s het bestaan van het kamp te maskeren. De geallieerden (Royal Air Force) zagen de schepen aan voor troepentransportvaartuigen en brachten de schepen tot zinken. Zesduizend gevangenen kwamen om. Zoals Theodule Macharis kregen ze als plaats van overlijden Neustadt (Holstein) dat in de Lübeckerbocht ligt. Er is daar ook een herdenkingsmonument (11).   

De laatste zitting bij La Flandre vóór de oorlog was 10 maart 1940 en na de oorlog was vanaf 3 maart 1945 de tempel weer bruikbaar. Het was de dag dat hun ex-Achtbare Meester Marcel Van den Broucke bezweek in Buchenwald (12).

Willy Dezutter

  1. Het Eeuwige Oosten of E.O. is de maçonnieke uitdrukking om het overlijden van een broeder aan te duiden. Zijn of haar naam wordt dan bijgeschreven op de rouwplanken.
  2. Philippe Cullus, Les Francs-Maçons de Belgique et la deuxième guerre mondiale, in: 50 ans après, des maçons témoignent/ 50 jaar nadien, getuigenissen van vrijmetselaars. Brussel, 1996, p. 18. Op 1 maart 1940 waren er in België (G.O.B.) 29 loges en 4.679 leden. Op 1 maart 1950 was dat cijfer 4.102 of een nationaal verlies van 12,33 %. In Vlaanderen bedroeg het verlies -3,63 %. Ibidem, p. 17. Op 1 maart 2016 telde het G.O.B. 115 loges en 10.167 leden.
  3. José Gotovitch, Réflexions d’un historien, in: 50 ans op.cit. p. 129. De vervolging van de joden was eerder het gevolg van de nazi-ideologie.
  4. Willy Dezutter, De Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap (DeVLAG) in Brugge (1940-1944), in:  Brugs Ommeland , 58 (2018), p. 60-64 en online op willydezutter.be .
  5. Koninklijk Legermuseum, Brussel. Dossier A. Dalcq stamnr. 23089. Eenheid 20ste artillerie. Kapitein-commandant van de 2de groep 4de batterij.
  6. Behalve A. Dalcq sneuvelden op 10 mei 1940 ook nog vijf Belgische soldaten bij Veldwezelt.
  7. Marcel-Auguste-Marie Van den Broucke, Sint-Joost-ten-Node 6 april 1888. Bezweken in Buchenwald 3 maart 1945.
  8. Het Guldenboek van de Belgische Weerstand. Brussel, uitgave Leclercq, 1948, p. 419.
  9. Brochure “Hulde aan Marcel Van den Broucke” met een rede door toenmalig (katholiek) schepen van onderwijs Eugène Mattelaer die “de geest van diepgeworteld humanisme” prees. Eugène Mattelaer (1911-1999) was van 1947 tot 1966 schepen, van 1966 tot 1971 burgemeester van Knokke en nadien van Knokke-Heist tot 1973.
  10. Theodule, Placide, Antoon Macharis, geb. Denderbelle 13.12.1902- omgekomen Neustadt (Holstein) 3 mei 1945. Hij was ongehuwd.
  11. In totaal kwamen 1571 Belgen om in Neuengamme. www.KZ-gedenkstaette-neuengamme.de/geschichte/totenbuch/
  12. Zijn portret kon niet geïdentificeerd worden door Jeffrey Tyssens en Dominiek Dendooven, (red.) “De Heeren Broederkes van den Moortelbak”. 250 jaar vrijmetselarij in West-Vlaanderen, Brussel, 2015, p. 177 en bijgevolg verneemt men ook niets over dit oorlogsslachtoffer.