Category Archives: Levensbeschouwing

De dood is onlosmakelijk verbonden met het leven

Eén van de weinige absolute zekerheden die wij hebben in dit leven, om niet te zeggen dat het de enige is, is dat wij allen binnen afzienbare tijd gaan sterven.  Het leven is eindig.  Tegelijk is er in dit leven weinig of niets waaromtrent we zo weinig weten als over de dood.  Er bestaat geen levende die uit eigen ervaring over de dood verslag kan geven.  “Als we zalig zijn zullen we weten hoe Hij is”, schreef Blaise Pascal (1623-1662) in zijn postuum gepubliceerde “Pensées” (1669).  De dood is onomkeerbaar en een terugkeer naar de toestand van levende is uitgesloten.  Het is zelfs niet wenselijk.  Om de honderd jaar wordt de totale wereldbevolking vernieuwd en om deze cyclus te willen verbreken op grond van wederopstandingsmythen getuigt van grote ijdelheid en hoogmoed.  We maken gewoon plaats voor anderen zoals anderen dat ook hebben gedaan.

Levensverwachting 

Er leven nu meer dan 7 miljard mensen op aarde en volgens de prognose zullen dat er 9 miljard zijn tegen 2050.  In 1804 leefden nog maar één miljard mensen op deze wereld.

We kunnen dus wel spreken over een demografische revolutie.  De draagkracht van de aarde zou wel eens kunnen overschreden worden.  Sinds 1880 gaat de evolutie van de levensverwachting, zowel voor mannen als voor vrouwen, in stijgende lijn.  In de prehistorie was de gemiddelde levensverwachting 19 jaar, in de Middeleeuwen 25 jaar en rond 1900 ongeveer 44 jaar.  De gemiddelde leeftijd in België was in 2011 voor mannen 77,75 jaar en voor vrouwen 82,85 jaar.  In Nederland was dat 79,2 voor mannen en 82,9 voor vrouwen.  Zowel in Nederland als in België leven vrouwen langer maar de stijgende levensverwachting gaat helaas niet automatisch gepaard met een langer leven in goede gezondheid.  Het verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen wordt wel kleiner.  Jaarlijks sterven er in ons land 100.000 mensen.  Die langere levensduur heeft natuurlijk zijn gevolgen voor de filosofiebeoefening.  We moeten ons nu langer inspannen om het leven zinvol te maken !  Ook het “ontslapen in de Heer” wordt eventueel uitgesteld.  Maar de R.K. kerk is zeer pragmatisch.  Bij zelfmoord en euthanasie is het toch mogelijk om een kerkelijke uitvaart te krijgen, omdat men er van uit gaat dat de betrokkene door “emoties, angst en stress” was overmand.  Maar dan moet men wel eerst dood zijn.  Het hypocriete van de kerk schuilt in het feit dat men de persoon die het voornemen heeft zijn leven te eindigen, de laatste sacramenten weigert.  Maar op die manier kan men de diocesane statistieken van de kerkelijke begrafenissen natuurlijk wel mooi op peil houden.

Zonder leven is er geen dood 

De dood is onlosmakelijk verbonden met het leven.  Zonder leven is er geen dood.  Maar is er zonder dood leven?  Blijkbaar niet.  Eenvoudige waarneming van onze directe omgeving doet ons daartoe besluiten.

Het is in elk geval zo dat de aarde zichzelf bevrucht met haar eigen vruchten die zijn afgestorven.  Planten bijvoorbeeld zullen maar zaad produceren en door middel daarvan zichzelf voortplanten, wanneer ze kunnen groeien in vruchtbare grond.  Grond kan maar vruchtbaar zijn wanneer hij min of meer op regelmatige tijdstippen wordt voorzien van meststoffen en dat zijn reststoffen van verteerde afgestorven levende wezens.  Denken we maar aan de humus.  Wat het plantenrijk betreft, lijken wij in staat te zijn de cyclus van dood en leven min of meer rationeel te kunnen vatten.

Nochtans is ons begrijpen maar schijn.  We denken dat we deze cyclus verstaan omdat wij er biologische en biochemische verklaringen voor hebben.  Onze verklaringen zijn echter louter beschrijvend.  We hebben empirisch kunnen vaststellen dat planten in staat zijn zichzelf voort te planten door het feit dat zij gebruik maken van reststoffen van verteerde afgestorven levende wezens.  Maar waarom het nu eigenlijk zo is dat planten leven bij de gratie van vooraf afgestorven levende wezens, op deze vraag kunnen wij geen antwoord geven.  We kunnen alleen maar antwoorden: omdat het zo is.  Bij mijn weten bestaan er op dit ogenblik geen wetenschappelijke verklaringen waarom mens en dier moeten sterven om nieuw leven tot stand te brengen van soortgenoten.  Misschien komt er een dag dat men wel in staat zal zijn dit wetenschappelijk te verklaren.  Maar zelfs indien dit het geval zou zijn, zal nooit de vraag naar het waarom beantwoord zijn.

Hoewel de wetenschap dus niet in staat is te verklaren waarom het leven uit de dood ontstaat, is het daarom niet minder waar dat de gehele kosmos geënt is op het principe van de cyclus van dood en leven.  Dood en leven zijn de essentie van de kosmos, van ons Zijn.  Het is het grote mysterie.  Niettegenstaande de vaststelling dat de dood even essentieel is als het leven zelf, ervaren wij haar bijna altijd als absurd.  We worden geboren om te sterven.  Een mens wordt ongewild geboren en volgens J.P. Sartre (1905-1980) moet hij daarna toch zijn verantwoordelijkheid nemen en dan gaat hij dood en is alles voor niets geweest.  Volgens de absurdistische filosofie van Albert Camus (1913-1960) heeft het leven geen essentie en betekenis en is de mens gedoemd te leven met de absurditeit van het bestaan.

Het is zeker niet mijn bedoeling te gaan beweren dat de dood wél zinvol is.  Dit zou neerkomen op het geven van een waardeoordeel over de realiteit, wat natuurlijk niet kan, net zo min als men nacht en dag aan een waardeoordeel kan onderwerpen.  Men kan hoogstens zeggen hoe men dag en nacht ervaart.  Zeer velen zullen gevoelens van revolte hebben wanneer wordt vernomen dat een kind sterft en deze misschien niet hebben wanneer wordt vernomen dat een grijsaard van 95 jaar gestorven is.  Dit heeft te maken met emoties die worden ervaren naar aanleiding van het overlijden van een welbepaalde persoon.  Hoewel het niet onnuttig is van na te denken over deze gevoelens wanneer men reflecteert over leven en dood, zoals sommige filosofen dat doen, zou ons dit hier te ver drijven.  Toch is het opvallend dat geestelijke leiders krampachtig vasthouden aan het leven en zich niet inspannen om vervroegd terug te keren naar hun Schepper om eindelijk te kunnen genieten van de eeuwige gelukzaligheid.  Mgr. Huub Ernst, de oud-bisschop van Breda, is 95 jaar oud maar wil nog niet dood. Hij wil leven en stelt “het toevertrouwen aan god” liefst nog wat uit.  Is hij niet geïnteresseerd in “het eeuwige leven” en het spoedig weerzien met zijn Schepper? (Mattheus 25:46) of vreest hij “dag en nacht gepijnigd te worden tot in eeuwigheid”? (Openbaring 20:10).  Een ander voorbeeld staat ons nog duidelijk voor ogen.  Paus Johannes Paulus II (1920-2005) leed aan de ziekte van Parkinson.  In 2005 kreeg hij zware ademhalingsproblemen waardoor hij een tracheotomie (het plaatsen van een buisje in de luchtpijp) moest ondergaan.  Toch verscheen hij nog op het balkon van de Sint-Pieter om de wereld toe te spreken (1). Paus-emeritus Joseph Ratzinger trad op 28.2.2013 terug uit het ambt om te voorkomen dat zijn pontificaat zo treurig zou verlopen als dat van Karol Wojtyla, zijn Poolse voorganger.

Aanwezig in de kosmos

De mens heeft al altijd de drang gehad om de cyclus van dood en leven te begrijpen.  Enerzijds voelt hij een onweerstaanbare drang om deze essentie te vatten, anderzijds beseft hij dat zijn rede daartoe ontoereikend is, wat hem noopt tot nederigheid.  Maar tezelfdertijd maakt het hem ook zeer kwetsbaar want allerlei predikers bleken al vlug in staat om deze existentiële verzuchting te misbruiken door sommigen te doen geloven dat zij de verklaring hebben voor het mysterie van dood en leven, weliswaar in ruil voor complete afhankelijkheid en slaafs opvolgen van hun opgedrongen moraal.  Ik heb het inderdaad over de geopenbaarde godsdiensten.  Het is dus noodzakelijk dat dood en leven benaderd worden vanuit een andere invalshoek dan een puur rationele.  De enige mogelijkheid is dood en leven te benaderen vanuit een spirituele optiek.  Maar wat is spiritualiteit ?  Aan dit woord kunnen verschillende betekenissen gegeven worden.  Ik gebruik het hier in de betekenis van een zichzelf situeren in de kosmos en daaruit gevolgtrekkingen maken voor zijn eigen leven.  Dat is natuurlijk vaag maar als vrijzinnig-humanist kan ik het niet concreter omschrijven.  We zijn het dus aan onszelf verplicht om bezig te zijn met dood en leven. Dit is niet het gevolg van een morele plicht, maar wel het gevolg van een onweerstaanbare existentiële drang waaraan we niet kunnen weerstaan en ook niet hoeven te weerstaan, omdat we nu éénmaal mensen zijn en ons onderscheiden van andere levende wezens door ons spiritueel vermogen, dat er precies uit bestaat dat de mens zich realiseert aanwezig te zijn in de kosmos en er deel van uit te maken.

Mochten wij ons niet bewust zijn van onze aanwezigheid in de kosmos dan zou deze drang niet bestaan.  Wij zijn mensen en niets menselijks is ons vreemd zelfs niet de angst voor het onbekende.  Indien nodig is het onze plicht elkaar te helpen bij het overwinnen van die angst.

Deze vaststelling is heel zeker geen alibi om zich irrationeel te gaan gedragen, integendeel.

Telkens de rede kan worden gebruikt moet er beroep worden op gedaan.  We kunnen ook een beroep doen op andere perceptiemiddelen die zich situeren op het niveau van de atheïstische spiritualiteit, zoals gedefinieerd door prof. Leo Apostel (1925-1995).  Hij zoekt de spiritualiteit in de persoonlijke, innerlijke ervaring van de mens (2).  Een lekenspiritualiteit zonder god.  We hoeven als vrijzinnig-humanisten nog niet beginnen te bidden om onze angst te overwinnen.  Wij hebben voldoende aan de spiritualiteit als effect van het zelfbewustzijn.  Zo kan de mens een antwoord vinden op het besef van de absurditeit.  Dit bevrijdend humanisme staat heel dicht bij de theologie van de menselijkheid van de Duitse theoloog Eugen Drewermann (°1940) (3).  Toch is het niet zo’n drama om dood te gaan, het was uiteindelijk ook niet erg toen je nog niet bestond.  Vanuit menselijk oogpunt is het wel altijd aangenaam dat de meevallers op tijd komen en dat armoede en ziekte vermeden wordt.  Bij het leven horen rampen en zegeningen.  Zo kreeg een Franse generaal, zes uur voor zijn dood, zijn benoeming tot maarschalk.  Zijn antwoord was duidelijk: “Zeg aan de Keizer dat dit goed is voor deze wereld, maar dat ik vertrek naar een land waar dit tot niets kan dienen”.  In tegenstelling tot de dieren zijn we ons bewust van ons bestaan sinds de geboorte en hebben we zicht op de toekomst.  Een dier leeft in het heden maar de mens heeft niet alleen last van de problemen van het heden maar wordt ook nog eens geteisterd door het verleden en de toekomst.  In het ontstaan zijn we verschillend, in het sterven gelijk (Seneca, 4 v.o.t. – 65 na onze tijdrekening).

Afwezigheid van vrees voor de dood en de goden werd ons al geleerd door de Griekse filosoof Epicurus (341-270 v.o.t.) in zijn uitspraak “De dood gaat ons niets aan”, om te onderlijnen dat het leven belangrijk is om geleefd te worden.  Uit de vrees voor de dood en de goden is de religie ontstaan en die komt onze gemoedsrust enkel verstoren.  Die onrust is geheel onnodig.  Het is onzinnig om de dood te vrezen want “zolang wij er zijn, is de dood er niet, en wanneer de dood gekomen is, zijn wij er niet meer” wist Epicurus.

In de stoïcijnse levenskunst is er geen plaats voor irrationele gedachten.

De hel is een uitvinding met de bedoeling controle te kunnen uitoefenen over de massa.  De hemel is dan weer een beloning voor de onderdanige volgelingen.  De angst om te sterven houdt de mens nog altijd bezig, maar wel is intussen bewezen dat het niet geloven in de hemel en de hel niet zorgt voor bandeloosheid.  De moraal is niet gebaseerd op religie maar op sociale banden.  Het concept van angst voor straf en hoop op beloning na de dood is totaal voorbij gestreefd.

Willy Dezutter

(1)  Volgens de officiële versie van het Vaticaan wou hij aan de wereld tonen dat het lijden tot het leven behoort en niet meer verstopt moet worden maar met waardigheid kan gedragen worden.  Volgens de kerkleer neem je als gelovige door het lijden deel aan het werk van de verlossing.  Het lijden is het gevolg van de zonde.  Het lijden van Jezus Christus was dus kennelijk onvoldoende !

Het probleem van het lijden is de vraag waarom een almachtige en goede god kwaad en lijden in zijn schepping toestaat.  Voor velen is het probleem van het kwaad het voornaamste bezwaar tegen een geloof in god.

(2)  L. Apostel, Atheïstische spiritualiteit. VUBPress, Brussel, 1998.  L. Apostel definieert spiritualiteit als “een systematische houding en strategie gericht op ervaringen die onze relatie met de diepste realiteit belichamen”.  Daartoe plaatst men zich “in het grootste geheel waartoe men denkt te behoren” en richt men zich “op de basisdoelen in dienst waarvan men het eigen leven stelt”.  Het is een vorm van niet-theïstische spiritualiteit.

(3)  Matthias Beier, Religie zonder angst en geweld. Hoofdlijnen van Eugen Drewermanns theologie van de menselijkheid. Vught, 2011, 256 p.

De Duitse theoloog Eugen Drewermann (°1940) besloot op zijn 65ste verjaardag zijn lidmaatschap van de katholieke kerk op te zeggen.  Hij pleit er voor om de letterlijke en historiserende lezing van de Bijbel los te laten.  Hij ziet god (na bestudering van de natuurwetenschappen, biologie en neurologie) als “psychologische werkelijkheid in de diepste lagen van onze persoonlijkheid”.  Die dieptepsychologische benadering, die het zoekt in het onbewuste, maakt ons overigens zeer sceptisch, temeer als men beseft dat de dieptepsychologie voor een groot deel is voortgekomen uit de behandeling van emotioneel gestoorde mensen.

 

De hebzucht en de hoogmoed

De hebzucht is één van de zeven hoofdzonden.

Het is het verlangen naar macht, geld, rijkdom of bezittingen.  Het voornaamste kenmerk is dat men door het bezit van één van deze men aan een ander hetzelfde bezit ontzegt.  Op zichzelf is dit niet strafbaar.  Er kunnen wel misdaden uit voortkomen, zoals verraad, omkoping, diefstal en huurmoord.

De hebzucht en hoogmoed zijn nauw met elkaar verweven als het op roekeloosheid aankomt.  In de christelijke ethiek rekent men de “Superbia” of hoogmoed tot de ergste van de zeven zonden.  De “Avaritia” of hebzucht staat op twee.  Die twee hoofdzonden worden kerkhistorisch gezien geclaimd door de katholieke kerk maar gelden voor iedereen.  Het is een universeel gegeven.

De hybris of hubris (hoogmoed, overmoed) is een typisch thema uit het Griekse denken (vgl. de val van Icarus).

Het is dus geen hoofdzonde van enkel psychopaten (Adolf Hitler) want tegenwoordig lijden vooral bankiers aan dit gedrag.  Maar, zeggen ze zelf, dat is niet onze schuld maar die van roekeloze beleggers.  Hebben de banken het dan niet zelf vergokt ?  Dus iedereen is hebzuchtig.  De aandeelhouders én de toezichthouders die de speculatieve beleggers in bankaandelen hun gang lieten gaan.  Collectieve hebzucht.  Alleen de brave spaarder met zijn spaarboekje werd echt gedwongen om zijn zuurverdiende centen op de bank te zetten, want grote bedragen kan men niet meer contant betalen en de matras is ook geen veilige bergplaats.  Later zal ook nog eens blijken dat de beloofde depositogarantie louter virtueel geweest is.

“Indignez-vous”: wees woest !

Willy Dezutter

De zeven hoofdzonden (maar niet nader verklaard):

  1. Hoogmoed
  2. Hebzucht
  3. Onkuisheid
  4. Jaloezie
  5. Gulzigheid
  6. Woede
  7. Luiheid

De verleiding van de overmoed

De verleiding van de overmoed bedreigt ieder van ons en elke dag weer opnieuw.  Zo kruipen wij na een vergadering wel eens overmoedig achter het stuur van onze auto.

Overmoed wordt bestraft ook al is men godvrezend.  Te veel triomfen maken overmoedig en hoogmoedig.

De zwaarste gevallen van hovaardij doen zich voor bij bevolkingsgroepen die denken dat alles beheersbaar is, ook aardbevingen en overstromingen.  De natuurkrachten maken daarbij geen onderscheid tussen de Indische Oceaan (tsunami 2004) of de Atlantische kusten (New Orleans/VS, 2005).  De kernramp in Fukushima (Japan, 2011) kwam een jaar na de aardbeving in Haïti (2010).  In Haïti telde men uiteindelijk 230.000 doden.  De kathedraal van Port-au-Prince was ingestort maar ook de aartsbisschop Mgr. Joseph Serge Miot (63) kwam om.  Volgens The Catholic News Service stond “deze nederige man van god, met een grote devotie voor de Moeder Gods, zeer dicht bij de armen”.

Het klinkt zoals een voorzegging uit het Oude Testament: hier zien we het juiste profiel voor een nieuwe paus.

De Almachtige was dus weer eens niets ontziend seismisch actief.  Hij liet zijn eigen bedehuis instorten.

Willy Dezutter

De “blijde boodschap”

Het woord “evangelie” betekent “het goede nieuws” of “de blijde boodschap”.

Deze “blijde boodschap” houdt in dat Jezus Christus stierf voor de zondaars en hun zonden in zich droeg tot op het kruis.  Hij werd begraven en is uit de doden opgestaan.

Hij heeft de zondaren gered en gaf het eeuwige leven als een gift aan eenieder die het wil aannemen. Dat is de ware of blijde boodschap.

Deze doctrine is gevestigd op het Nieuwe Testament, het tweede deel van de Bijbel, het heilige boek van de christenen.  Steeds meer mensen (ook zogenaamde gelovigen !) beschouwen het Nieuwe Testament (dat ze nooit hebben gelezen !) nog hooguit als een menselijk boek, maar dan wel een boek (in feite 27 boeken geschreven in de eerste en tweede eeuw na Christus) met betekenis voor de wereldliteratuur.  De twee kerngedachten, te weten de opstanding van Jezus en het geloof in zijn heilswerk, werden door de moderne theologen op basis van het historisch-kritisch bijbelonderzoek al lang afgewezen.  De Bijbel wordt niet meer beschouwd als het betrouwbare en absoluut geldende woord van god, behalve natuurlijk door orthodoxe gelovigen.

De bronnenkritiek en de vormkritiek hebben hun werk gedaan.  Bij een rationeel-wetenschappelijke benadering van de wereldbeelden is er geen plaats voor een god die niet bestaat.  Een god die ongevoelig is voor elk menselijk lijden (hij laat pelgrims op weg naar zijn moeder in Lourdes verongelukken met de autobus) en voor het kwaad (Auschwitz), kunnen we missen als kiespijn.  Er is in deze wereld geen overstijgende werkelijkheid.

Met Etienne Vermeersch, Paul Cliteur, Dirk Verhofstadt en anderen zijn we het eens dat de basis voor moraal niet kan teruggebracht worden op het bestaan van god.

De voormalige R.K. bisschop van Brugge Roger Vangheluwe diende op 22 april 2010 zijn ontslag in wegens seksueel misbruik van een minderjarige neef.  Over aartsbisschop André Léonard kunnen we kort zijn.  Die kwam zoveel in opspraak wegens zijn omstreden uitspraken (o.a. over homoseksualiteit) dat hij door zijn eigen bisschoppen het zwijgen werd opgelegd.  Zijn woordvoerder Jürgen Mettepenningen nam eveneens ontslag en noemde zijn baas een “spookrijder”.  Wel verklaart hij trouw te blijven aan het geloof.  Hij deelt hier dezelfde opvatting van de mensen die bij het verlaten van het kerkgebouw zeggen dat  de pedofiele priesters hen niet deren, want ze verliezen daardoor niet hun geloof.

Dat verschillende “bedienaren van de eredienst” niet deugen, tast hun geloof niet aan.  Nooit komt het bij hen op dat het product (de blijde boodschap) niet meer van deze tijd is, want een mooi verzinsel om de berusting te kunnen prediken (bij ondraaglijk lijden) of uitzicht te bieden op “eeuwig leven”.  Dat laatste sprookje is een vondst die iedereen troost moet kunnen brengen, gelovigen en “ietsisten”.  Hedendaagse theologen zoals Hans Geybels hebben het steeds over de terugkeer naar de essentie en omschrijven dat als “de evangelische aanpak”.  Ze verzuimen wel steeds om te zeggen wat daaronder moet worden verstaan.  De enige die een klare kijk heeft op de geloofscrisis is Mgr. Jozef De Kesel, de bisschop van Brugge, die onomwonden zegt: “Het is niet omdat we de Kerk moderniseren dat de mensen terugkeren” (interview Krant van West-Vlaanderen, 29.3.2013, p.3).

De kerk als organisatie mag dan wel in crisis zijn, maar dat komt niet door de organisatiestructuur als zodanig, maar omdat de waar die men probeert te slijten bij moderne mensen niet meer aanslaat.  Alleen heel jonge communicanten kunnen nog een tijdje geïndoctrineerd worden totdat ze er achter komen dat hun ouders en andere volwassenen logen: Sinterklaas bestaat niet !  Dit wordt overigens kunstmatig in stand gehouden omdat het aangestuurd wordt door het katholieke scholennet.  De secularisatie is een feit en dat valt niet meer te veranderen, niet door vrouwen tot priester te wijden noch door andere innovaties.  Ook tijdens de kerkdienst (het woord eucharistieviering schrikt af !) met beatmuziek, begonnen na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) in de late jaren zestig, is men er niet in geslaagd om de “blijde boodschap” te laten aanslaan bij ouderen noch jongeren.  Men heeft ontdekt dat men ook “in de hemel kan komen” (…) zonder Jezus te volgen.  Hij is niet meer de bron van hoop en toekomst, omdat nu eenmaal niemand met gezond verstand gelooft dat god zijn zoon naar de aarde stuurde en na hevig lijden en sterven weer lichamelijk opnam.  Met of zonder drumstel: god bleef doof.  Het verwerven van een hemels bestaan staat bij de moderne mens niet meer zo hoog aangeschreven.

De jongeren gaan alleen nog, zoals in de Nederlandse “ bible belt”, gedwongen naar de kerk.  Van de wieg tot het graf tracht men daar de kudde bijeen te houden.  Met warme chocolademelk op Kerstmis als smeermiddel voor de huwelijksmarkt.  Liever inteelt dan diversiteit.  Maar het zijn gezagsgetrouwe Oranjeklanten en geen terroristen.  Godsdienst als opium voor het volk.  Het werkt nog altijd en met de steun van de staat en de binnenlandse veiligheidsdienst.  Godvrezendheid als garantie voor sociale orde.

Bij de katholieken werd er in 1968 lacherig gedaan over de encycliek Humanae Vitae van paus Paulus VI, waarin nadrukkelijk anticonceptiva (zoals de in opkomst zijnde anticonceptiepil) verboden werden.

Het echte probleem van de kerk is dat ze alleen nog groeit in Zuid-Amerika (behalve Argentinië) en Afrika.  Maar in het Westen is het gedaan met pelgrims die op hun knieën naar het Mariabeeld kruipen (Onze Lieve Vrouw van Guadalupe, Mexico-Stad; sinds 1945 ook patrones van heel Latijns-Amerika !).  Pasen als het geloof in de opstanding uit de doden krijgt men niet meer zo vlot verkocht, in tegenstelling tot paaseieren en paashazen.  Zelfs de apostelen geloofden het niet.  Het geloof probeert het onmogelijke toch mogelijk te maken, door ons te sussen met de naïeve gedachte dat dit ons bevattingsvermogen overstijgt.  Het doet denken aan de gladde praatjes van goed getrainde verkopers, een beetje zo als in het sprookje van “de nieuwe kleren van de keizer”.  In dat sprookje van Hans Christian Andersen toont de keizer zich naakt aan het volk omdat hij de kleermakers had bevolen om een gewaad te maken uit een stof die niet bestaat.  Je moet inderdaad al goed je fantasie laten werken om mee te gaan in zo’n infantiel verrijzenisverhaal.  Alleen kinderen kan men nog van alles ongestraft wijsmaken; zij zijn onbevangen door onwetendheid en daardoor gemakkelijke slachtoffers.

Het paternalisme van de nieuwe paus Franciscus zal daar niet veel aan veranderen.  Hij is nu eenmaal geen bevrijdingstheoloog.  Het is de verkeerde versoberingspolitiek.  Men moet de barmhartigheid niet prediken maar op wereldniveau onderhandelen over structurele maatregelen zodat er een herverdeling komt en meer solidariteit.  Hier geldt nog steeds de tweespraak tussen paus en koning: “Houd jij ze arm, dan houd ik ze dom”.  Uiterlijk vertoon van nederigheid om het machtsinstituut in stand te houden lijkt veel op een “jezuïtenstreek”.

Dat blijft natuurlijk een aantrekkelijk vooruitzicht voor diegenen die hun verblijf op aarde zien als een passage van het tranendal.  Net zo min als het plegen van ontucht door geestelijken komt dit soort bedriegerij voor een burgerlijke rechtbank.

De ethiek stelt vragen over deugdzaamheid en rechtvaardigheid.  Als humanisten hoeven wij geen lessen meer te krijgen uit Mechelen en Rome.  Toch zou de “consument” moeten beschermd worden.

De Roemeens-Franse filosoof Emil Cioran (1911-1995) beweerde ooit het volgende: “God heeft heel veel te danken aan Johann Sebastian Bach”.  Wanneer men iets probeert te verkopen is de consument altijd kieskeurig maar in geloofszaken is hij nooit kritisch.  De muziek van Bach is dan voldoende om heel het machtsapparaat van het feestkatholicisme te laten zegevieren.

Ons vergelijkend warenonderzoek is voor alle godsdiensten van het boek hetzelfde (er verongelukken ook pelgrims op weg naar Mekka !): getest maar wel te licht bevonden.

En dat is de ware reden voor kerkverlating: de mensen zijn gelukkig te slim geworden en beseffen dat men hen vroeger “wat heeft wijs gemaakt”.  Zoals ze het zelf luid formuleren.

Zelf leren nadenken.  Het is een modern maar efficiënt verschijnsel.

Het vagevuur en de hel werden verwezen naar fabeltjesland, het biechten (de individuele biecht in de biechtstoel) en de vleesderving (vasten) geraakte in onbruik, kortom de Tweede Beeldenstorm was een feit.  Het is allemaal de schuld van Satan … zeggen de conservatieve priesters die hopen op een restauratie van de oude toestand.

Maar de verstandige burgers doen liever iets uit liefde voor de medemens dan uit liefde voor een onzichtbare en machteloze, want onbestaande (1), god.  “Behandel anderen zoals je door hen behandeld wil worden”.  Die gedragsregel is universeel en komt reeds voor in China (Confucius), het oude Egypte en Griekenland.  Het is zo veel ouder dan de prediking van de naastenliefde door Jezus Christus in de Bergrede.  Waarom heeft men niet genoeg aan die basisformule ?  Wellicht heft dit het mysterie te veel op en dan is het niet meer spannend genoeg.

“Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet.”  Leer deze stelregel van buiten.  Het is vrijgesteld van genade.

Willy Dezutter

(1)   Sterk aanbevolen Herman Philipse, Atheïstisch manifest en De onredelijkheid van religie (1995 en 2004, uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 198  blz.).  Prof. dr. mr. Herman Philipse (Universiteit Utrecht) gaf een uitgebreidere versie in zijn boek God in the Age of Science ? A Critique of Religious Reason. Oxford University Press, Oxford, 2012,360 blz.

Zie ook: Etienne Vermeersch, Atheïsme. Uitgeverij Luster, Antwerpen,2010. Een heldere uiteenzetting in 62 blz. Sterk aanbevolen kennismaking met het onderwerp.

Child Focus en de Bijbel

Geschiedenis achteraf

Op twaalfjarige jarige leeftijd gaat Jezus met zijn ouders naar de tempel in Jeruzalem.

Op de terugweg van het daar gevierde feest raken zijn ouders hem kwijt in de menigte.  Jozef en Maria verwachtten dat hun kind wel ergens in het reisgezelschap is.  Dit blijkt niet zo te zijn.  Zij keren terug naar Jeruzalem en na drie dagen zoeken vinden ze hem.  Jezus geeft onderricht in de tempel.  Maria vraagt: “Mijn kind waarom hebt gij ons dit aangedaan ?”.  Jezus antwoordt haar “Waarom hebt gij mij gezocht ?” Wist ge dan niet dat ik in het huis van de Vader moest zijn.”  Tot zover deze lezing van het heilige Evangelie (Lucas,2,51-52).

Mocht deze onrustwekkende verdwijning niet tot een goed einde zijn gebracht zou de loop van de geschiedenis er heel anders hebben uitgezien.

Dat is natuurlijk wel geschiedenis achteraf.  Wat zou er gebeurd zijn indien Caesar de Rubicon niet was overgestoken ?  Indien Napoleon niet was verslagen bij Waterloo spraken we nu allemaal Frans, maar indien Hitler de oorlog gewonnen had spraken we nu allemaal… Duits !  Het christendom is ontstaan als een gerucht: “Er zou een Messias geboren zijn”.  Je moet nu eens kijken met hoeveel ze zijn.

Willy Dezutter

 

 

 

God bestaat niet

Het heeft geen enkele zin om een beroep te doen op de genademiddelen van de R.K. kerk noch voor jezelf, noch voor je kinderen en je kleinkinderen.

Tenzij voor de schone schijn.

Als vrijzinnig-humanist steun ik mij niet op de gezagsvolle evolutiebioloog Richard Dawkins (° 1941) maar op de grote Nederlandse volksfilosoof, profvoetballer en voetbalcoach Johan Cruyff (° 1947).  Die gaf blijk van groot spelinzicht:

“Ik geloof niet.  In Spanje slaan alle 22 spelers een kruisje voordat ze het veld opkomen.  Als dat werkt, zal het altijd een gelijkspel worden”.

Bij een persoonlijke god die dagelijks duizenden ondervoede kinderen laat sterven kunnen we de hoop op onsterfelijkheid gemakkelijk laten varen.

Er is geen enkele goede reden te vinden voor geloof.

Niet god schiep de mens, maar de mens schiep god.

 

God is in Auschwitz gestorven

Voor veel Joden zou het na de holocaust (shoah) onmogelijk worden in de traditionele god te geloven.  Toen de latere Nobelprijswinnaar voor de Vrede Elie Wiesel in het dodenkamp Auschwitz naar de zwarte rook keek die uit het crematorium opkringelde, waarin het lijk van zijn moeder en zijn zuster waren geworpen, wist hij dat zijn geloof voor eeuwig door de vlammen verteerd was.

Op een dag hing de Gestapo een kind op.  Zelfs de SS-ers voelden zich niet op hun gemak bij het vooruitzicht dat ze voor duizenden toeschouwers een jongen moesten ophangen.  Het kind dat in Wiesels herinnering het gezicht van een “engel met bedroefde ogen” had, zei geen woord, was doodsbleek, bijna kalm toen hij het schavot beklom.  “Waar is de Goede God, waar is Hij ?” hoorde Wiesel een van de gevangenen achter hem vragen.  Het duurde een half uur voordat het kind stierf en dit terwijl alle gevangenen verplicht toekeken.

“Waar is God toch?” vroeg dezelfde man weer. Wiesel hoorde een stem in zijn binnenste antwoord geven: “Waar is Hij?” Hier, Hij is opgehangen, aan deze galg” (1).

De verschrikkingen van Auschwitz zetten veel conventionele ideeën over god op losse schroeven.  Veel Joden kunnen het bijbelse concept van een god die zich in de geschiedenis openbaart en die, zeggen ze met Wiesel, in Auschwitz is gestorven, niet meer onderschrijven.

Maar de Joden zijn niet de enigen die geloven dat de holocaust het einde was van de bestraffende Jahweh uit de Schrift.

Het idee van een persoonlijke god, ongenaakbaar en verborgen, valt nog door niemand te verdedigen.

Als deze god almachtig is, had hij de holocaust kunnen voorkomen. Als Hij niet in staat was hem tegen te houden, is Hij onmachtig en nutteloos; als Hij hem wel had kunnen tegenhouden, maar verkoos het niet te doen, is hij een monster.  Dit klinkt modern en logisch maar zo’n filosofische formulering vinden we al bij Epicurus (371-342 v.o.t.).

Niet alleen Auschwitz was exemplarisch ook de massavernietiging van Joden in het door de nazi’s overrompelde Rusland.  Vasili Grossman laat daarover de gevangene Ikonnikov aan het woord: “Op 15 september vorig jaar heb ik toegekeken bij de executie van twintigduizend Joden: vrouwen, kinderen en oude mensen.  Die dag begreep ik dat God zoiets niet kon toelaten en ik zag dat Hij niet bestond.  En in de huidige duisternis zie ik uw kracht, die strijdt met een verschrikkelijk kwaad “ (2).

Het is dan ook absurd te beweren dat het geloof de rede te boven gaat.

De genocide van de nazi’s kostte het leven aan ongeveer zes miljoen Europese Joden en ongeveer één miljoen andere “ongewensten” (homoseksuelen, zigeuners, gehandicapten, e.a.).  Er zijn ook schattingen die veel hoger liggen.  Maar één ding is zeker: ze werden door geen enkele god van de monotheïstische godsdiensten gered !

In ieder geval was god geenszins geschokt, want later volgden nog volkerenmoorden in Cambodja, Rwanda en Bosnië.

De god van liefde is dan ook ver te zoeken.  Maar dat was reeds bekend bij de verlichtingsfilosofen die wezen op de dodelijke aardbeving van Lissabon in 1755, die tevens gepaard ging met een tsunami.  Van de 200.000 inwoners werden er 30.000 – 40.000 gedood en 85 procent van de stad werd verwoest.

Jezus kan een individueel persoon wel nog altijd genezen van een hernia tijdens een gebedsdienst maar de ovens stilleggen in de vernietigingskampen vormde geen prioriteit.  Er is dus alle reden om te twijfelen aan het bestaan van een rechtvaardige god.

Het probleem van het bestaan van het lijden en het kwaad kan beschouwd worden als het voornaamste argument tegen een geloof in god.  Het mooiste excuus dat men weet te bedenken is dat “Gods wegen ondoorgrondelijk zijn” !

Op een ongevoelige god zit niemand te wachten.

Willy Dezutter

  1. Elie Wiesel, De Nacht (Hilversum, 1986), p.65-66 (Ned. vert. van La Nuit. Parijs,1958).
  2. Vasili Grossman, Leven en lot.  Uitgeverij Balans, 2008 (derde druk april 2009), p. 20.

Zingeving

Het leven is absurd, we worden geboren om te sterven.  En toch moeten we proberen om ons leven zin te geven.  Indien alles volstrekt zinloos is geworden, blijft enkel nog de zelfmoord over.  Maar het is geen optie: “Il faut imaginer Sisyphe heureux” (Albert Camus).  Dus blijven zweten en zwoegen. En in het allerlaatste stadium, bij ondraaglijk lijden, lijkt het verzoek om euthanasie wel redelijk.  De strijd om het bestaan (op tijd aflossen van je hypotheek) vergt reeds genoeg tijd en aandacht om iedere dag zinvol bezig te blijven.  Velen zoeken zin (of is het troost ?) in religie maar men kan ook genieten van de muziek van Mozart of van seks.  Men kan zich ook verdiepen in het seksleven van de geleedpotigen.  Niet alle intellectuele bezigheden maken een mens gelukkig.  Men kan op vakantie gaan naar Toscane, maar wandelen aan de boorden van de Leie biedt een goedkoper alternatief, hoewel daar ook dure restaurants te vinden zijn.  Veel geld verdienen en macht nastreven komen zowel voor bij gelovigen als niet-gelovigen.  Men kan genetisch verder leven in zijn kinderen en kleinkinderen maar evenzeer perfect gelukkig kinderloos door het leven gaan.  De vergrijzing zorgt zelfs voor achterkleinkinderen en het probleem van de erfenissprong.  Over luxeproblemen gesproken!

In ieder geval is de zingeving iets dat wij ons zelf geven: de illusie ter overleving. Die zingeving komt niet uit het niets maar moeten we zelf opbouwen.  Het is trouwens niet moeilijk om een houvast te vinden zolang men gespaard blijft van ziekte en honger.  Naar een cd (het mag ook een ipod zijn !) van Mozart luisteren in de Syrische vluchtelingenkampen in Turkije of in zijn eigen luie zetel, dat gaat over meer dan een etnisch verschil.  Ieder moet voor zichzelf zijn “romantisch” mensbeeld en wereldbeeld proberen te volgen.  Men hoeft geen darwinist te zijn om een postzegelverzameling aan te leggen; ook gelovigen hebben recht op geluk. De christelijke moraal en de humanistische moraal kunnen op aarde voor dezelfde vluchtweg kiezen.  Nu moeten beide partijen het er nog over eens worden dat er ook moraliteit mogelijk is zonder religie.  We hebben een god niet nodig om goed te handelen.  Streef dan ook geen doelen na die hoger zijn dan jezelf.

Vooraanstaande moraalfilosofen van bij ons zoals Etienne Vermeersch, Patrick Loobuyck, Dirk Verhofstadt en Paul Cliteur (Universiteit Leiden), hebben al voldoende aangetoond dat de moraal niet hoeft gefundeerd te zijn in de “wil van god”.

Het morele gevoel creëert de morele wet en niet het omgekeerde.

In dat rijtje horen natuurlijk ook de buitenlandse geleerden Sam Harris (The end of faith, 2004), Richard Dawkins (The God Delusion, 2006), Daniel Dennett (Braeking the Spell, 2006) en de betreurde Christopher Hitchens (1949-2011) met zijn magistrale boek “God is not great” (2007), ook in Nederlandse vertaling verkrijgbaar (1).

Hebben we religie nodig om goed te zijn ?

De primatoloog prof. Frans de Waal beantwoordt deze vraag door te kijken naar apen en andere dieren.  In het goddeloze universum van de bonobo en de chimpansee bestaan medelijden, zorgzaamheid en rechtvaardigheid.  Dat deze eigenschappen ouder zijn dan de mensheid laat hij zien in zijn nieuwste boek “De bonobo en de tien geboden” (2).

Willy Dezutter

  1. Christopher Hitchens, God is niet groot. Hoe religie alles vergiftigt. Amsterdam, Meulenhoff, 2008, 317 pp.
  2. Frans de Waal, De bonobo en de tiengeboden-Moraal is ouder dan de mens. Atlas Contact, 2013, 256 pp.

De eed op de bijbel in de Verenigde Staten

Op 30 april 1789 legde de eerste president van de Verenigde Staten, George Washington, de eed af op de Bijbel met de woorden ” So help me God”.

De andere presidenten volgden zijn voorbeeld. De enige president die geen eed aflegde op de Bijbel was Theodore Roosevelt in 1901.

Het zweren op de Bijbel is in de VS geen verplichting. Artikel 6 van de Amerikaanse  grondwet zegt: “No religious Test shell ever be required as Qualification to any Office or public Trust under the United States”. Officieel is er in de VS sprake van een scheiding tussen Kerk en Staat maar in de praktijk is het christelijk theïsme de nationale religie.
Op het slijk der aarde, de Amerikaanse dollar, staat gedrukt ‘In God we trust” maar op de rand van de Nederlandse 2 euro muntstukken staat er al evenzeer “God zij met ons”. Uiteraard is dat ook in België een wettig betaalmiddel. De Koningin der Nederlanden gelooft  nog in de mythe dat ze regeert bij de “Gratie Gods”.

De Bijbel verbiedt ons zelfs om te zweren (Mt. 5:34) maar het betreft daar het lichtzinnige zweren om de eigen woorden kracht bij te zetten eerder dan een eedformule ten overstaan van de overheid. Een Amerikaans president die de eed op de Bijbel aflegt verschilt niet van een moslimpresident die de eed op de Koran aflegt of een Joods leider die dat op de Thora doet. Bij de officiële publieke eedaflegging op 20 januari 2009 van Barack Obama ten overstaan van de opperrechter van het Amerikaanse Hooggerechtshof verliep de voorlezing van de tekst niet totaal vlekkeloos. De volgende dag op 21 januari 2009 werd het daarom nog eens overgedaan in de “Kaartenkamer” van het Witte Huis en werd er geen Bijbel gebruikt! Het kan dus ook rechtsgeldig zonder. God bless America.

Maar op 21 januari 2013 had Barack Obama, bij de tweede inauguratie, twee Bijbels nodig, de persoonlijke Bijbel van Abraham Lincoln en de reisbijbel van dominee Martin Luther King.

Daar waren goede profane redenen voor. Het is dit jaar 150 jaar geleden dat Abraham Lincoln zijn “ Emancipation Proclamation” ondertekende ter afschaffing van de slavernij en het is vijftig jaar geleden dat Martin Luther King zijn beroemde “I have a dream-toespraak” hield met de eisen van de burgerrechtenbeweging. Niettemin werd Obama toch al ingezworen op zondag 20 januari in het Witte Huis aangezien anders de wettelijke termijn was verstreken voor de ambtsaanvaarding. We zagen hem voor de opperrechter staan terwijl zijn vrouw Michelle de (dunne) familiebijbel vasthield onder het goedkeurend oog van hun twee dochters. Het leek wel een herbevestiging van de huwelijksbelofte! De publieke inauguratie mocht niet op een zondag (de dag des Heren) dus kregen we op maandag de openbare eedaflegging en het defilé. “De dag van God” is voor de islam op vrijdag, op zaterdag voor de joden en op zondag voor de christenen. Discriminatie van de bevolking lijkt dus heel gewoon. De First Lady werd op maandag, nog voor de publieke ambtseed, ook nog eens vergast op een eredienst in een episcopaalse kerk!

Dat is allemaal heel nobel maar door de eed op de Bijbel af te leggen discrimineert de Amerikaanse president voor de tweede keer een aanzienlijk deel van de bevolking van zijn land dat een ander of geen geloof aanhangt. Een mooi ingebonden exemplaar van de “Universele verklaring van de rechten van de mens” zou de Bijbel perfect kunnen vervangen. Het gaat over de basisrechten van de mens en ter handhaving daarvan volstaat een oprechte belofte. En de ceremonie hoeft niet te beginnen en te eindigen met een gebed.

Of hebt u alleen naar het nieuwe kapsel van Michelle gekeken?

Jezus Christus in tegenlicht. Een kritisch onderzoek.

Jezus vogelvrij

Jezus van Nazareth werd door zijn christelijke volgelingen Jezus Christus genoemd.

Hij was een Joodse prediker, van wie in het Nieuwe Testament wordt verteld dat hij omstreeks 30 na het begin van de jaartelling actief zou geweest zijn in het toenmalige Galilea en Judea.  Hij is de centrale figuur in het Christendom en wordt door gelovige Christenen beschouwd als de Zoon van God.

Wanneer men alles gelooft wat er in de Bijbel staat of wanneer men slaafs de uitspraken van het Vaticaan en de protestantse synodes aanvaardt, is er geen enkel probleem. Wanneer men geloofswaarheden laat samenvallen met historische feiten is verder onderzoek overbodig. Als men blind is voor historisch wetenschappelijke feiten kan men de bovennatuurlijke verschijnselen er gemakkelijk op de koop toe bij nemen.

We zien vooral lijden en kwaad in deze wereld. Een oneindig goede en almachtige god kan zoiets toch maar moeilijk dulden in zijn schepping. Daarom rest ons enkel de wetenschappelijke methode als uitgangspunt voor ons onderzoek. In ons essay Jezus Christus in tegenlicht handelen we over de historische Jezus maar gaan ook de moeilijke punten zoals de wonderen en zijn verrijzenis en hemelvaart niet uit de weg.

U kan op deze website de pdf-versie lezen en gratis downloaden.  Wanneer u de “Blijde Boodschap” verder wenst te verkondigen geven we u hierbij graag de toelating om het door te sturen naar vrienden en bekenden.  Of maak ze attent op het bestaan van http://willydezutter.be.  We doen er dus werkelijk alles aan om zoveel mogelijk mensen gelukkig te maken.  Het komt immers op jezelf aan !

Download Jezus Christus in Tegenlicht